De woeste weg forum logo
Het is momenteel Di Jul 07, 2020 11:09 am

Alle tijden zijn UTC [ Zomertijd ]




Plaats een nieuw onderwerp Reageren op dit onderwerp  [ 646 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 ... 65  Volgende
Auteur Bericht
BerichtGeplaatst: Vr Nov 23, 2012 3:07 pm 
Offline
Moderator

Geregistreerd: Do Okt 04, 2012 7:56 pm
Berichten: 27
GWJ schreef:
jvdg schreef:
De recensie is nog niet compleet.
Met mijn beoordeling wil ik dan ook liever wachten op de laatse bijdrage van Ds. de Heer, temeer omdat in zo'n laatste bijdrage meestal de conclusie wordt getrokken.

Daarom wil ik ook nog geen zware beschuldigingen, voorzover nodig, uiten aleer het plaatje compleet is.

Ik betwijfel echter wel de meningen van diegenen die reeds nu de stellingen beklommen hebben, waar ze zich op teruggetrokken hebben zonder dat ze maar de minste ambitie hebben naar andere afwijkende meningen te luisteren.

Nogmaals, geachte forummers, toets dit alles aan Gods Woord.
En waak ervoor dat we ongewild letterknechten worden.
Blijf bij de eenvoud van Gods Woord en Zijn niet te bevatten Evangelie.

Wat ik wel kan constateren is, dat ds. De Heer boven het artikel laat zetten dat het gaat om een aanval op de zo geliefde Comrie. Maar we moeten niet met Comrie verzoend worden, maar met God Drie-enig.

En laten we alstublieft het doel van dit schrijven van ds Kort niet verliezen. Keer op keer lees ik daar dat het hem te doen is om Waarheid, om kennis der Waarheid, anders komt u voor eeuwig om. Laat onze mening dan vergaan, en een overtuiging geboren worden door de kennis van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

_________________
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. (Matth. 10:34)


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Vr Nov 23, 2012 4:52 pm 
Offline

Geregistreerd: Vr Okt 05, 2012 1:39 pm
Berichten: 2
Geachte mede-forumleden,

Ds. Kort ageert vooral tegen hen, die mensen te vroeg de handen opleggen. Hij ontkent niet, dat er eerst geloof komt en dan bekering (net als Van der Groe overigens), hoewel dit "zaadachtelijk geloof" niet op de voorgrond komt in de theologie van Van der Groe.

Mijns inziens ligt het punt van discussie vooral op pastoraal vlak: Hoe ga je nu om met iemand die met God en met zijn zonden te doen krijgt, een droefheid krijgt naar God, Hem niet meer kan missen, een Borg nodig heeft, God recht moet keuren in Zijn oordeel en niets anders dan verloren moet gaan?

Een predikant zei eens het volgende: Ik ga niet zeggen, dat dat vruchten van wedergeboorte zijn, maar ik zeg ook niet dat het niets is.

Hopelijk voelt u aan waar het om gaat. Waar is iemand (in de nood) mee geholpen? Er kunnen veel vragen zijn. Ds. Smijtegelt behandelt in de boeken "Het gekrookte riet" veel vragen van mensen. Laten we oog daarvoor hebben. Wat houdt mensen bezig? Naar de verschillende toestanden moeten we antwoorden.

Mensen zijn niet geholpen als je ze vroeg de handen oplegt. Je wordt er alleen maar hoogmoedig van en je zult niets van het wonder beleven. De Heere neemt Zelf wel alle valse gronden weg bij iemand, die Hij echt bekeert. Wijs en verwijs ze naar Hem, maar zeg niet dat ze bekeerd zijn, maar dat er bloed nodig is tot verzoening. Laat iemand niet rusten buiten Christus, maar leef met mensen mee en ga op een tere wijze met ze om.

Ik denk, dat de verschillen die nu links en rechts met citaten van o.a. oudvaders uitvergroot worden, dan ineens weg zullen vallen, wanneer het zal gaan over hoe de Heere in het leven werkt.


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Vr Nov 23, 2012 5:42 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
jaco schreef:
Geachte mede-forumleden,

Ds. Kort ageert vooral tegen hen, die mensen te vroeg de handen opleggen. Hij ontkent niet, dat er eerst geloof komt en dan bekering (net als Van der Groe overigens), hoewel dit "zaadachtelijk geloof" niet op de voorgrond komt in de theologie van Van der Groe.

Mijns inziens ligt het punt van discussie vooral op pastoraal vlak: Hoe ga je nu om met iemand die met God en met zijn zonden te doen krijgt, een droefheid krijgt naar God, Hem niet meer kan missen, een Borg nodig heeft, God recht moet keuren in Zijn oordeel en niets anders dan verloren moet gaan?

Een predikant zei eens het volgende: Ik ga niet zeggen, dat dat vruchten van wedergeboorte zijn, maar ik zeg ook niet dat het niets is.

Hopelijk voelt u aan waar het om gaat. Waar is iemand (in de nood) mee geholpen? Er kunnen veel vragen zijn. Ds. Smijtegelt behandelt in de boeken "Het gekrookte riet" veel vragen van mensen. Laten we oog daarvoor hebben. Wat houdt mensen bezig? Naar de verschillende toestanden moeten we antwoorden.

Mensen zijn niet geholpen als je ze vroeg de handen oplegt. Je wordt er alleen maar hoogmoedig van en je zult niets van het wonder beleven. De Heere neemt Zelf wel alle valse gronden weg bij iemand, die Hij echt bekeert. Wijs en verwijs ze naar Hem, maar zeg niet dat ze bekeerd zijn, maar dat er bloed nodig is tot verzoening. Laat iemand niet rusten buiten Christus, maar leef met mensen mee en ga op een tere wijze met ze om.

Ik denk, dat de verschillen die nu links en rechts met citaten van o.a. oudvaders uitvergroot worden, dan ineens weg zullen vallen, wanneer het zal gaan over hoe de Heere in het leven werkt.

Beste Jaco, men stelt in de prediking de vruchten voor de bewuste geloofsgemeenschap en de weldaden voor de Weldoener. Het moet natuurlijk wel op Jezus aan..., maar als het niet in Christus eindigt dan is het nooit een waarachtige wedergeboorte geweest, zo redeneert men dan. Zie daar de valse veronderstelling! Terwijl Luther en Calvijn op grond van Gods Woord stelden dat het met een bewuste geloofskennis en een bewuste geloofsvereniging met Christus begint, waarin een vaste zekerheid en vast vertrouwen gezeteld is. Het sterk en groot geloof is sterk verzekerd, het zwak en klein geloof is zwak verzekerd....maar beiden hebben hun Zaligmaker even helder zien staan door hun geschonken geloof. Maar geloof is geloof, en elk geschonken geloof is rechtvaardigend en toevluchtnemend van aard. Het sterke en zwakke geloof is bij God beiden evenveel waard. Het zwakke en kleingeloof wordt wel eerder en heviger aangevochten, daarom zijn er ook in dit opzicht de sterken voor de zwakken. De Heere Jezus zei tegen Petrus, "als gij eens bekeerd zult zijn....versterk dan uw broederen".

Dus vanuit de voornoemde kenmerkenprediking waarin een waangeloof wordt voorgesteld vanuit een veronderstelde wedergeboorte, meten de hoorders zichzelf hoever ze gevorderd zijn. Sommigen gaan dan vervolgens heel voorzichtig zeggen: 'als ik me niet bedrieg ben ik daar en daar toch geen vreemdeling van...etc. Ik ken Christus evenwel nog niet, mijn zonden zijn nog niet vergeven, maar mag er op grond van deze kenmerken toch vanuit gaan dat ik alrede wedergeboren ben.' Kijk, dit heeft werkelijk niks met het pastorale te maken, men redeneert en spreekt op deze wijze omdat men wekelijks met dit soort leugens wordt volgegoten. Maar wee degene die op grond van deze kenmerken durft te zeggen dat hij wedergeboren is. Kijk, dat is nu Rome ten top gevoerd. Ik weet niet of u getrouwd bent, maar stel even dat dit zo is, mag ik u dan vragen of u ook al kinderen (= vruchten) had voordat u voor de Nederlandse wet eerst netjes getrouwd was? U weet toch ook met wie u getrouwd bent en u heeft toch zelf ook die trouwdag meegemaakt? Dit was toch geen onbewuste stiekeme zaak, maar eerder de mooiste dag in uw leven? Let wel, een dienstknecht zoekt vruchten voort te brengen vanuit een verbroken werkverbond, maar Gods volk gaat door geloofsvereniging en geloofsgemeenschap vrucht dragen vanuit een genadeverbond. Een vrouw kan uit haarzelf geen vruchten dragen. Daar heeft zij haar man voor nodig. Zo ook geestelijk bij de bruidskerk van Christus. Waar de wet nog leeft kan het evangelie geen kracht doen. Ik wenste dat u dit eens mocht gaan inzien.

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Vr Nov 23, 2012 7:19 pm 
Offline

Geregistreerd: Vr Okt 05, 2012 1:39 pm
Berichten: 2
Geachte heer Kleen,

Met mijn bijdrage bedoel ik niet anders te zeggen, dan het einde het begin verklaren zal. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de verschillen hoe mensen geleid worden (ook in de weg van overtuigingen). Wij mensen weten niet hoe het einde zal zijn als iemand in overtuigingen en met vragen leeft (achteraf kunnen we dit pas zeggen). We moeten daarom zorgvuldig met mensen omgaan. En juist dit aspect mis ik in het boek van ds. Kort.

We mogen niet andersom redeneren en zeggen, dat het begin het einde verklaren zal. In pastoraal opzicht is het gevaarlijk om mensen rust te geven. Vandaar dat we tegen zo'n mens niet moeten zeggen:
1. De Heere is in je begonnen.
2. Het is helemaal niets.

Wel is het beter om die mensen aan te sporen om God te zoeken, om van Hem meer te mogen krijgen. Hij moet onmisbaar gemaakt worden, ook moet Zijn Zoon onmisbaar gemaakt worden.

Ook moeten we rekening houden, dat de Heere verschillende leidingen houdt met de Zijnen. De ene krijgt een korte en krachtdadige bekeringsweg, een ander krijgt een langere weg. Voor de één zal het zo zijn, dat hij/zij bepaalde vragen/worstelingen, enz. niet kent, die een ander vervolgens wel heeft.

Vandaar mijn pleidooi om rekening te houden met verschillende pastorale aspecten en niet één aspect te overbelichten.


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Za Nov 24, 2012 12:10 am 
Offline
Moderator

Geregistreerd: Ma Okt 08, 2012 9:43 am
Berichten: 24
jaco schreef:
Geachte heer Kleen,

Met mijn bijdrage bedoel ik niet anders te zeggen, dan het einde het begin verklaren zal. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de verschillen hoe mensen geleid worden (ook in de weg van overtuigingen). Wij mensen weten niet hoe het einde zal zijn als iemand in overtuigingen en met vragen leeft (achteraf kunnen we dit pas zeggen). We moeten daarom zorgvuldig met mensen omgaan. En juist dit aspect mis ik in het boek van ds. Kort.

We mogen niet andersom redeneren en zeggen, dat het begin het einde verklaren zal. In pastoraal opzicht is het gevaarlijk om mensen rust te geven. Vandaar dat we tegen zo'n mens niet moeten zeggen:
1. De Heere is in je begonnen.
2. Het is helemaal niets.

Wel is het beter om die mensen aan te sporen om God te zoeken, om van Hem meer te mogen krijgen. Hij moet onmisbaar gemaakt worden, ook moet Zijn Zoon onmisbaar gemaakt worden.

Ook moeten we rekening houden, dat de Heere verschillende leidingen houdt met de Zijnen. De ene krijgt een korte en krachtdadige bekeringsweg, een ander krijgt een langere weg. Voor de één zal het zo zijn, dat hij/zij bepaalde vragen/worstelingen, enz. niet kent, die een ander vervolgens wel heeft.

Vandaar mijn pleidooi om rekening te houden met verschillende pastorale aspecten en niet één aspect te overbelichten.


J.C. Ryle schrijft: De wegen, waarlangs Hij de zielen leidt, zijn niet altijd precies gelijk. De ondervindingen die de ware gelovigen in hun begin hebben, verschillen vaak enigermate. Wel houd ik echter staande, dat de Heilige Geest hun in de hoofdzaak „enerlei weg" geeft en dat de vruchten die Zijn werk voortbrengt, uit eindelijk altijd dezelfde zijn.
Het lijkt mij weinig pastoraal als je door de embryotheologen als zogenaamd levend mensje wordt aangemerkt en dat de pijl weliswaar verder ligt. Dat is VALS en BEDROG.
Ds. Kort gaat juist zeer zorgvuldig om met mensen. Het gaat hem aan zijn hart dat er zovelen op een dwaalweg worden gezet en met droggronden worden bedrogen. Het is Christus, Christus en anders geen. Als er één ds. is die je aanspoort en dat steeds voorstelt dan is dat ds. Kort wel.

Hij roept op om de geschriften van de hedendaagse leraars aan de kant te doen en terug te grijpen naar Gods Woord en de geschriften van onze vaderen (godzalige kerkvaders, reformatoren en veel puriteinse leraars).


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Nov 26, 2012 8:50 am 
Offline

Geregistreerd: Ma Okt 22, 2012 8:55 am
Berichten: 7
jaco schreef:
Geachte heer Kleen,

Met mijn bijdrage bedoel ik niet anders te zeggen, dan het einde het begin verklaren zal. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de verschillen hoe mensen geleid worden (ook in de weg van overtuigingen). Wij mensen weten niet hoe het einde zal zijn als iemand in overtuigingen en met vragen leeft (achteraf kunnen we dit pas zeggen). We moeten daarom zorgvuldig met mensen omgaan. En juist dit aspect mis ik in het boek van ds. Kort.

We mogen niet andersom redeneren en zeggen, dat het begin het einde verklaren zal. In pastoraal opzicht is het gevaarlijk om mensen rust te geven. Vandaar dat we tegen zo'n mens niet moeten zeggen:
1. De Heere is in je begonnen.
2. Het is helemaal niets.

Wel is het beter om die mensen aan te sporen om God te zoeken, om van Hem meer te mogen krijgen. Hij moet onmisbaar gemaakt worden, ook moet Zijn Zoon onmisbaar gemaakt worden.

Ook moeten we rekening houden, dat de Heere verschillende leidingen houdt met de Zijnen. De ene krijgt een korte en krachtdadige bekeringsweg, een ander krijgt een langere weg. Voor de één zal het zo zijn, dat hij/zij bepaalde vragen/worstelingen, enz. niet kent, die een ander vervolgens wel heeft.

Vandaar mijn pleidooi om rekening te houden met verschillende pastorale aspecten en niet één aspect te overbelichten.

Hier ben ik het wel mee eens, maar we moeten wel vasthouden dat alles voor de bewuste vergeving van zonden, de geestelijke dood is, omdat het menselijk gezien nog alle kanten uit kan gaan.
Enerzijds niet de hoek intrappen, anderzijds niet de handen opleggen.
Maar we kunnen wel zeggen dat het voor de kennis van Christus de dood is voor de mens.


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Nov 26, 2012 11:57 am 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
remi schreef:
jaco schreef:
Geachte heer Kleen,

Met mijn bijdrage bedoel ik niet anders te zeggen, dan het einde het begin verklaren zal. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de verschillen hoe mensen geleid worden (ook in de weg van overtuigingen). Wij mensen weten niet hoe het einde zal zijn als iemand in overtuigingen en met vragen leeft (achteraf kunnen we dit pas zeggen). We moeten daarom zorgvuldig met mensen omgaan. En juist dit aspect mis ik in het boek van ds. Kort.

We mogen niet andersom redeneren en zeggen, dat het begin het einde verklaren zal. In pastoraal opzicht is het gevaarlijk om mensen rust te geven. Vandaar dat we tegen zo'n mens niet moeten zeggen:
1. De Heere is in je begonnen.
2. Het is helemaal niets.

Wel is het beter om die mensen aan te sporen om God te zoeken, om van Hem meer te mogen krijgen. Hij moet onmisbaar gemaakt worden, ook moet Zijn Zoon onmisbaar gemaakt worden.

Ook moeten we rekening houden, dat de Heere verschillende leidingen houdt met de Zijnen. De ene krijgt een korte en krachtdadige bekeringsweg, een ander krijgt een langere weg. Voor de één zal het zo zijn, dat hij/zij bepaalde vragen/worstelingen, enz. niet kent, die een ander vervolgens wel heeft.

Vandaar mijn pleidooi om rekening te houden met verschillende pastorale aspecten en niet één aspect te overbelichten.

Hier ben ik het wel mee eens, maar we moeten wel vasthouden dat alles voor de bewuste vergeving van zonden, de geestelijke dood is, omdat het menselijk gezien nog alle kanten uit kan gaan.
Enerzijds niet de hoek intrappen, anderzijds niet de handen opleggen.
Maar we kunnen wel zeggen dat het voor de kennis van Christus de dood is voor de mens.

Het boek van ds. Kort is een apologetisch geschrift, en geen pastoraal geschrift. De hervormers hadden ook stichtelijke en apologetische geschriften. In hun apologetische geschriften richten zij zich met name tegen de valse leringen van Rome.

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Do Nov 29, 2012 7:40 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Eerste reactie ds. J. Roos in de WS op boek ds. A. Kort
Afbeelding
Afbeelding

Is de leer van Comrie on-Bijbels? (1)

Ds. J. Roos: Het zal onze lezers bekend zijn dat we geen behoefte hebben om van ons kerkblad een strijdblad maken. Ons streven is om de lezers het meest te bepalen bij de noodzakelijkheid van de waarachtige wedergeboorte als het zuivere genadewerk van de Heilige Geest. Hoe God de Vader naar Zijn welbehagen in Christus dit Zijn volk zielsbevindelijk leert, zodat zij als verloren zondaren geen rust kunnen vinden voor zij bewust God in Christus mogen kennen. Het komt echter elke keer openbaar dat Gods kerk een strijdende kerk is. Behalve de verderfelijke invloeden van de seculiere maatschappij die vanbuiten de kerken binnendringen, komt ook de scheiding der geesten binnen in kerken in verschillende vormen openbaar. We kunnen in ons kerkelijk blad niet op allerlei ontwikkelingen ingaan, doch bepaalde gebeurtenissen vragen om een antwoord of toelichting, temeer als het om de zuivere waarheid gaat waar onze vaderen alles voor over hebben gehad. Zo is er recentelijk een boek van de hand van ds. A. Kort, predikant van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland uitgegeven dat handelt over de wedergeboorte. De spraakmakende titel van het boek is: Wedergeboorte of schijngeboorte, met als ondertitel De Bijbelse bloedtheologie vergeleken met de filosofische embryotheologie.' Het streven van ds. Kort is om door middel van zijn pennenvrucht aan te tonen dat de leer van dr. A. Comrie aangaande de wedergeboorte niet in de lijn ligt van de kerkvaders, reformatoren en andere leraars. Daarbij schroomt hij niet om de leervoorstelling van Comrie en zijn volgelingen aangaande de wedergeboorte als on-Bijbels te omschrijven. Van verschillende zijden is ons gevraagd om hierop te reageren, omdat leraars zoals dr. A. Comrie, ds. G.H. Kersten, dr. C. Steenblok en indirect ook ds. F. Mallan het moeten ontgelden. We hebben zelfs het boek van een onbekende gever toegestuurd gekregen. Bij het doornemen ervan hebben we ons verbaasd over de door ds. Kort beschreven visie op de leer van de wedergeboorte, zijn oordeel over andersdenkenden, en zijn krasse taalgebruik.

DJK : Wanneer je het Woord Gods als een tweesnijdend scherp zwaard behendig mag hanteren, doet dit altijd het meest pijn bij hen die hun leven aanvankelijk alrede onder de heerschappij der wet gevonden hebben. Of dit nu de werken of overtuigingen der wet zijn, maakt wezenlijk geen verschil. Dat was in de tijd van de Heere Jezus, en kennelijk nu nog zo. Zeg tegen een Jood, of tegen de paus van Rome, of in dit geval ds. J. Roos uit Barneveld, dat de wet krachteloos is geworden door ons zondige vlees, (Rom. 8:3a), dat de werken der wet niet uit het geloof zijn (Gal. 3:12), en derhalve niet machtig is tot levendmaking (Gal. 3:21), en je hebt een godsdienstoorlog ontketend. Nee natuurlijk, zegt ds. J. Roos, de wet maakt ons niet levend….dat doet de Heilige Geest. Maar zeg mij dan eens, wat doet een overtuigd zondaar die zijn schuldbrief thuis heeft gekregen, de innerlijke rust is opgezegd, en bij wie God de eeuwigheid in de tijd gebracht heeft? Welnu antwoord ds. J. Roos, deze mens gaat werken en zwoegen om bij God in het reine te komen. Veel wenen over zijn zonden, veel bidden om vergeving van schuld en zonden, veel lezen, veel naar de kerk, hij krijgt andere vrienden…etc. Kortom, alles wordt anders dan voorheen. Zoals u ziet, niet anders dan de werken der wet vanuit een verbroken werkverbond. Inderdaad een grote verandering, maar nog geen vernieuwing. Dat het ware geloof rusten op het volbrachte werk van Christus betekent, daar wil de hardnekkige ds. J. Roos helaas niet van horen. Nee, het begin van het ware geloof begint volgens hem met WERKEN. Hiermee houdt dominee Roos de vloek alrede voor de zegen, de geestelijke ontwaking alrede voor het leven, en de werking door de Geest der dienstbaarheid alrede voor de Geest der aanneming tot kinderen. Het zal je dominee maar zijn. Ik denk dat ik alleen nog maar een paar pinda’s in het kerkzakje zou gooien voor deze papagaai van Comrie, Kersten, Steenblok en Mallan. In de tijden van beproeving komen mensen openbaar, lezer. Deze ds. Roos weegt geld uit voor hetgeen geen brood is, en arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan. Dat wil zoveel zeggen als, deze herder en leraar geeft zijn kerkvolk schorpioenen voor vissen, en stenen voor broden. Bij deze ds. J. Roos ben je alrede genezen als je bemerkt hebt dodelijk ziek te zijn, alrede bevrijd wanneer je gezien hebt dat je in een kerker van zonden zit. Eens zal deze valse profeet in de dag des oordeels rekenschap moeten afleggen van al zijn misleidende leringen en leugensprekingen. Waar Christus Zijn bestaan voor God in gehoorzaamheid nog moest afleggen door middel van een vervloekte kruisdood, daar heeft een ongehoorzame zondaar volgens de leugenleer van ds. Roos zijn leven alrede gevonden. Dominee Roos stelt de geestelijke opstanding (= levendmaking) alrede voordat een zondaar gedoopt is in de kruisdood van Christus, lees Rom. 6:3-8. Bij dominee Roos behoeven we niet eerst aan de eis der wet gestorven te zijn, en met Christus gekruist, Gal. 2:19-20, om vervolgens Gode te kunnen leven door de geestelijke kracht van Zijn opstanding. Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen? Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten. (Matth. 7:15-17) Dit zijn geen verschillen van mening, maar hier valt of staat de kerk…zegt Luther!

Ds. J. Roos: Men kan verschil van mening hebben, maar het blijft altijd zaak om de fatsoensnormen in acht te nemen. Volgens ons heeft de predikant zich niet gehouden aan de wens die hij aan het slot van zijn Verantwoording schrijft: Maar aan het kruikje mag de liefde niet ontbreken. De liefde sticht; we dienen elkaars behoud op het oog te hebben.’

DJK : Beste dominee Roos, wat vindt u dan van deze toonzetting van de gereformeerde Maarten Luther? Het ware te vrezen dat wanneer u zich in de tijd van Luther in Wittenberg als dominee had aangemeld om daar te mogen preken…de hervormers u ernstig hadden aangeraden om toch maar een ander vak te gaan doen. Ze hadden u met uw on-Bijbelse en/of ongereformeerde leerstellingen wellicht snel weggejaagd, want misvormers en verkrachters van de heilsleer die naar de godzaligheid is, had men in die tijd geen gebrek aan. Ze hadden wellicht gedacht aan een ingekropen valse broeder die van bezijden ingekomen was om de vrijheid die in Christus is te komen verspieden, om de hervormers van Wittenberg wederom tot dienstbaarheid te brengen. (Gal. 2:4) Indien het anders is, dan preekt ds. J. Roos tegen zijn eigen gemoed in. Dat zou wezenlijk nog erger zijn.

Luther: “Laten wij er toch aan denken, dat alle gezag dat de Schrift aan de leraren (predikanten) toekent, volledig in de ambtsbediening van het Woord bestaat en begrensd is. Want Christus heeft deze volmacht en dit gezag niet aan de mensen gegeven, maar aan het Woord, waarvan Hij die mensen dienaren maakte. De dienaren van het Woord mogen alzo door dit Woord, tot uitdelers waarvan zij gesteld zijn, onbevreesd alles wagen. Dat zij alle macht, heerlijkheid en groten van de wereld er toe mogen dwingen, zich ootmoedig onder de majesteit van het Woord te stellen. Dat zij door dit Woord allen, de grootsten en de kleinsten, mogen bevelen. Dat zij de tempel van Christus mogen oprichten en de heerschappij van de satan mogen verbreken. Dat zij de lammeren mogen weiden en de wolven doden. Dat zij de leergierigen mogen onderwijzen en vermanen, de wederspannigen en afvalligen terugwinnen en overtuigen. Dat zij dit alles mogen doen, echter alleen door het Woord van God. Zouden zij zich toch ooit eens van dit Woord afkeren om eigen droombeelden te volgen, dan mogen zij zich niet meer als leraar (predikant) laten gelden. Zij zijn dan veeleer verscheurende wolven, die men moet wegjagen! Want Christus heeft ons bevolen naar niemand anders te horen dan naar hen die ons leren, wat met het Woord van God overeenstemt”.

Luther: Dit is de ware heilzame leer van het Christelijk geloof, namelijk, dat deze gewisse verzekering en dit getuigenis van de Heilige Geest, in het hart moeten zijn, zodat het geheel niet twijfelt, dat wij door Christus, Gods kinderen zijn, vergeving van zonden en het eeuwige leven hebben, en dat wij ook moeten weten, dat God met alle ernst dit geloof eist en verbied om hieraan te twijfelen, als Hij zegt: Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelf; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon (1 Johannes 5:10). Hiermee is de schandelijke, verdoemde, duivelse leer der papisten, die hiertegen zonder schaamte voorgeven, dat het goed is als je twijfelt, en dat een christen moet twijfelen aan de genade, op een geweldige manier in de bodem geslagen. Dat is zoveel geleerd: dat het goed is Gods getuigenis niet te geloven! en dit is niet anders dan God een leugenaar noemen, de Heere Christus lasteren en te schande maken, de Heilige Geest in het openbaar op de mond slaan, en zo wezenlijk en waarachtig de mensen tot de onvergeeflijke zonde en lastering tegen de Heilige Geest te brengen en daarin vast te maken, zodat ze tot de duivel moeten varen en geen heil of troost van hun zaligheid ooit zullen hebben. Crucigers Sommerpostille (1544), vgl. WA 21, 288, 16-30.


Ds. J. Roos: Vooraf merken we op dat we niet het hele boek van ds. Kort gaan bespreken, maar in zeven afleveringen willen stilstaan bij:
1. De wezenlijke verschillen
2. Het selectief en subjectief beroep op leraars
3. De uitleg alsof Comrie en zijn volgelingen de grond van de bekering in de overtuiging leggen en God in Christus niet centraal stellen.

1. De wezenlijke verschillen
De eerste constatering na het lezen van dit boek is dat ds. Kort probeert te bewijzen dat hij de bloedtheologie en tevens een voorbereiding vóór de wedergeboorte voorstaat, en dat Comrie en anderen de 'embryotheologie' en de standen in het genadeleven leren. Met embryotheologie bedoelt hij de leer dat in de wedergeboorte of levendmaking de ziel (onbewust) met Christus verenigd wordt, en dat pas door de oefening des geloofs plaats voor Christus wordt gemaakt. In deze opvatting vindt de overtuiging van zonde ná de wedergeboorte plaats en niet ervoor. Ds. Kort noemt de dwaling van de embryotheologie ook wel de veronderstelde wedergeboorte.

DJK : “Met de embryoleer bedoelt hij….” Hier suggereert Roos of dat ds. Kort de embryoleer van Comrie uitgevonden of ontdekt heeft, terwijl ds. Roos zelf nooit anders dan vanuit de lijn van Comrie, Kersten, Steenblok en Mallan geleerd heeft. Verdraai iemands woorden, en begin er vervolgens op te schieten….uw onwetende kerkvolk gelooft u toch wel. Daar behoeft dominee Roos zich niet zo koortsig over te maken. Of we het nu een veronderstelde wedergeboorteleer of een veronderstelde geloofsleer noemen, het is beiden een valse leer die heimelijk op twee fundamenten bouwt. Het eerste fundament rust op de onvolmaakte werken die voortkomen vanuit een ontwaakt geweten dat schuldig gesteld is jegens Gods heilige wet, (vergelijk dit met het zien van een politieagent waardoor u uw rijgedrag wat netter begint aan te passen en nog even snel uw autogordel omdoet…uit vrees om een bekeuring te krijgen), het tweede fundament is het Fundament van het volbrachte werk van Christus. Dominee Roos is nog echt in de veronderstelling dat het verkrijgen van een erfdeel begint met de werken en overtuigingen der wet. Maar Abraham verkreeg zijn erfenis niet uit de werken, maar uit de beloftenis, Gal. 3:18. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde, (Rom. 3:20). Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet, (Rom. 3:28). Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs? (Gal. 3:2). Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs? (Gal. 3:5) Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen, (Gal. 3:10). Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots; (Rom. 9:31-32)

Ds. J. Roos: Onze lezers zullen ongetwijfeld van Alexander Comrie hebben gehoord. Van geboorte was hij een Schot, die op ongeveer twintigjare leeftijd in Nederland kwam. Als herder en leraar heeft hij achtendertig jaar de gemeente van Woubrugge gediend. Comries geschriften zijn voor veel lezers tot zegen geweest, en we kunnen niet nalaten om te schrijven dat het ook tot onderwijs voor onze ziel is geweest. Al heeft hij dan geen dogmatiek geschreven zoals ds. G.H. Kersten, toch kunnen we zijn De Heidelbergsche Catechismus (die uit zeven zondagen bestaat), en zijn Verhandeling van enige eigenschappen van het zaligmakend geloof als een zuiver gereformeerde dogmatiek. Vooral in zijn verhandeling over Zondag 7 omschrijft hij duidelijk wat de Bijbelse leer aangaande de wedergeboorte inhoudt. In zijn Eigenschappen verklaart Comrie dat de wedergeboorte tweeledig is, namelijk een engere en een ruimere wedergeboorte. In engere zin bedoelt hij het almachtige, krachtdadige en onwederstandelijke werk Gods, waardoor de uitverkoren zondaar van dood levend gemaakt wordt. Volgens Comrie betekent de wedergeboorte in ruimere zin niet alleen de levendmaking van de zondaar, maar ook het herstel van Gods beeld in hem en de voltooiing van het werk Gods in de ziel. Comrie beroept zich op Gods Woord en tevens op Calvijn in zijn verklaring van Johannes 1:3, waar Calvijn zegt dat de wedergeboorte de bron is waaruit het geloof voortvloeit. Comrie legt dan nader uit dat ze ziel in de wedergeboorte wel in een punt des tijds wordt levend gemaakt, ‘maar de voltooiing ervan vindt trapsgewijs plaats’.

DJK : Zie daar de trapsgewijze ROOMSE rechtvaardigingsleer die destijds en heden ten dage ook weer geleerd en gepreekt wordt. Rome leerde destijds de wedergeboorte door de doop door de gratia infusa ofwel de ingestorte genade die mede door de heiliging des levens steeds meer openbaar komt, en de Ger. Gem. (in Ned) leert de eerste geschonken genade door de Geest der dienstbaarheid (die zij alrede voor de Geest der beloftenis houden), Dewelke vrees, angst, toorn en onrust werkt, wanneer God een zondaar zijn schuld thuis brengt of opbind en hem de innerlijke rust opzegt. Ook bij hen gaat de zondaar vervolgens aan de heiligmaking beginnen door goedbedoelde werken te betrachten, veel bidden - lezen - wenen - verbeteren...etc, om die te doen uit dankbaarheid, en hij beschouwt Christus als een zaligmakende helpende zondenbok om van Hem te begeren hetgeen hij aan goeie werken tekort komt. Alleen maar slavenwerk en dienstknechterij. Terwijl Gods Woord ons leert dat we eerst vrijgemaakt moeten zijn van onze zonden door de kruisdood en opstanding van Jezus Christus: Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven, Rom. 6:22. Het is bij ds. Roos dus niet ALLEEN het geloof in Christus, maar ook het geloof in de wet dat aanzet tot werken en verbeteringen. Verschrikkelijk...!! Lees hier verder wat de apostel Paulus en de Statenvertalers ons leren over dat de levendmaking met een bewuste geloofskennis en geloofsvereniging met Christus begint.

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; .....Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; uit genade zijt gij zalig geworden. (Efeze 2:1-5)

19) levend gemaakt
Dat is, uit den dood der zonde verlost, door onze rechtvaardigmaking en wedergeboorte, gelijk terstond hierna verklaard wordt.
 
20) met Christus;
Want als Christus, die om onzer zonden wil gestorven was, is opgewekt zo heeft Hij metterdaad betoond dat Hij de schuld onzer zonde en het lichaam onzer zonden had teniet gedaan: hetwelk Hij eerst voor ons, en daarna ook in ons heeft volbracht uit kracht Zijns doods en Zijner opstanding, Rom. 4:25, en Rom. 6:6,7,8, als Hij ons het geloof heeft geschonken, door het geloof heeft gerechtvaardigd, en door Zijnen Geest heeft vernieuwd en geheiligd. Zie 1 Cor. 1:30.


Ds. J. Roos: De lezer zal zich afvragen wat ds. Kort de 'embryotheologie' bedoelt? Een embryo is een aanduiding van een ongeboren kind dat in een fase is tussen bevruchting en geboorte. Volgens Comrie mogen we dit beeld van een embryo tot het geestelijke overbrengen. Wanneer Gods Geest in het hart van een uitverkoren zondaar het beginsel van leven heeft gelegd, vindt er de vereniging tussen Christus en de ziel plaats. Vanzelf blijft het in het geestelijke leven geen embryo, en daarom schrijft Comrie in de zesde preek van zijn Eigenschappen: 'Zodat hij als een embryo in moeders lichaam leeft, en delen van een mens wezenlijk heeft, schoon het nog niet tot die volmaaktheid gekomen is waartoe het naderhand zal gebracht worden.’

DJK : Het is Comrie voor en Comrie na, werkelijk alles Comrie wat de klok slaat. Wat een arm portie toch. Lees hier wat de Statenvertalers, ofwel de mannen van de Dordtse leerregels bedoelden met hun omschrijving van de wedergeboorte, en ook geheel onderaan wat Luther daarover opmerkt. Wat daarover in de DL staat weten we allemaal, maar versta deze omschrijving nader vanuit de kanttekeningen die zij maakten bij hun vertaling van de Bijbel in het Nederlands. Versta derhalve hun omschrijving van de wedergeboorte nader vanuit onderstaande kanttekeningen bij Rom. 6:3-9, bij Gal. 3:27, bij Kol. 2:11-13, bij Titus 3:5-7, bij Efeze 1:13, bij Efeze 5:25-26, bij 1 Petr. 1:3, bij 1 Petr. 3:20-21, bij 1 Kor. 15:42-45, en bij 2 Kor. 5:17-18. Al dit onderwijs veegt de waanwijze dominee J. Roos zomaar van tafel door er geen enkele aandacht aan te schenken. Zoek al deze teksten eens op in uw Statenbijbel, en lees en herlees deze kanttekeningen van deze godzalige vaderen. Ik zal er enkele voor u citeren:

Titus 3 vers 5-7: Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes. Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.

12) door het bad
Dat is, door de wedergeboorte en vernieuwing des Heilige Geestes, die als een waterbad is, waardoor de vuiligheden onzer zonden gewassen en gereinigd worden, Ezech. 36:25-27, waarvan het waterbad des doops een teken en zegel is. Zie dergelijke wijze van spreken Rom. 4:11.

15) gerechtvaardigd
Dat is, vrijgesproken in het oordeel Gods, door toerekening der gerechtigheid van Christus en vergeving der zonden.


Efeze 1 vers 13-14: In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte. Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

45) nadat gij geloofd
Of, als gij geloofd hebt. Want deze verzegeling des Geestes geschiedt door het geloof, en op het geloof, Gal. 3:2.

46) verzegeld geworden
Deze wijze van spreken is genomen van de mensen, die tot versterking van enige beloften verzegelde brieven plegen te geven, en dat menigmaal met opdrukking van hun eigen wapen of beeld. De beloften van de vergeving onzer zonden, van onze aanneming tot kinderen en onze eeuwige erve, worden ons gedaan door het Evangelie, en worden door het geloof ons toegeëigend. De verzegeling des Geestes, die daarbij gevoegd wordt, is de wedergeboorte of vernieuwing van Gods beeld in ons, waarmede Hij onze zielen begaaft en daarop drukt, als wij in Christus geloven, om ons meer en meer te verzekeren van de uitvoering van zijne beloften, 2 Cor. 1:21,22, en 2 Cor. 3:18. En betuigt bovendien hetzelve aan ons gemoed, als met een Goddelijke inspraak, waarover wij ook God als onzen Vader durven aanroepen, Rom. 8:15; Gal. 4:6, en roemen op de hoop der heerlijkheid Gods; Rom. 5:2, en Rom. 8:38,39.


Ds. J. Roos : In de buitengewoon belangrijke preek over Zondag 7 zegt Comrie dat we door het Christus worden ingelijfd: '...de genade of de hebbelijkheid van het geloof, waaruit de daden van het geloven vloeien en geoefend worden. U behoorde uw eigen taal te verstaan en te begrijpen, dat er onderscheid is tussen geloof en geloven. Onthoud het in het vervolg: geloof geeft te kennen de genade des geloofs of de ingestorte hebbelijkheid, maar geloven geeft te kennen de werkzame daden, uit dat geloof voortkomende. Zo is het in alle andere opzichten: het gehoor is niet horen; het ene is het zintuig, het andere de werkzame gewaarwording van wat door het gehoor als een lijdelijk zintuig ontvangen wordt. Vergeet toch dit door ons genoemde onderscheid nooit. (...) Ik zal u alleen maar te binnen brengen, hoe nauwkeurig de Dordtse vaderen dit onderscheid in het oog gehouden hebben in het derde en vierde artikel tegen de Remonstranten, de hebbelijkheid van de daad onderscheidende... “

DJK : Ds. Roos stelt dus in zijn prediking de zgn. geloofsvruchten voor de bewuste geloofsgemeenschap en de weldaden voor de Weldoener. De appelen in het voorjaar en de bloesem in de zomer. Ronduit bespottelijk! Dus vanuit de voornoemde kenmerkenprediking waarin een waangeloof voor een waar zaligmakend geloof wordt voorgesteld vanuit een veronderstelde wedergeboorteleer, meten de hoorders zichzelf hoever ze gevorderd zijn. Sommigen gaan dan vervolgens heel voorzichtig zeggen: 'als ik me niet bedrieg ben ik daar en daar toch geen vreemdeling van...etc. Ik ken Christus evenwel nog niet, mijn zonden zijn nog niet vergeven, ik ken ook nog geen vrede met God en geen blijdschap die alle verstand te boven gaat, maar mag er op grond van deze kenmerken en vruchtjes toch vanuit gaan dat ik dan alrede wedergeboren ben.' Kijk dit is nu werkelijk te vroeg gejuicht, en heeft werkelijk niks met het pastorale of wat dan ook te maken, want zijn kerkvolk redeneert en spreekt op deze wijze omdat ze wekelijks met dit soort leugens worden volgegoten. Maar wee degene die op grond van deze kenmerken durft te zeggen dat hij wederomgeboren is. Daarom is het onder dit vreesachtige kerkvolk beter te missen dan te hebben met zekerheid. Kijk, dat is nu Rome ten top gevoerd. Maar nee zegt paus Jochem Roos, het moet natuurlijk wel nog op Jezus aan..., en als het niet in Hem eindigt dan is het kennelijk nooit een echte of waarachtige wedergeboorte geweest, zo redeneert hij dan. Zie daar de valse veronderstelling! Terwijl Luther en Calvijn op grond van Gods Woord stelden dat de wedergeboorte met een bewuste geloofskennis en een bewuste geloofsvereniging met Christus begint, waarin een vaste zekerheid en vast vertrouwen gezeteld is. Het sterk en groot geloof is sterk verzekerd, het zwak en klein geloof is zwak verzekerd....maar beiden hebben hun Zaligmaker even helder zien staan door hun geschonken geloof. Maar geloof is geloof, en elk geschonken geloof is rechtvaardigend en toevluchtnemend van aard. Ik weet niet of ds. J. Roos kinderen heeft? Maar had hij deze kinderen (= vruchten) dan al voordat hij eerst netjes voor de Nederlandse wet en daarna in de kerk getrouwd was? Jochem Roos weet toch ook best met wie hij getrouwd is en heeft toch ook zelf ook zijn trouwdag meegemaakt? Dit was toch geen onbewuste stiekeme zaak, maar eerder de mooiste dag van zijn leven? Let wel, een dienstknecht zoekt vruchten voort te brengen vanuit een verbroken werkverbond, maar Gods volk gaat door geloofsvereniging en geloofsgemeenschap vrucht dragen vanuit een genadeverbond door de liefde. Dit zijn de liefdesvruchten voortkomende uit een Vervulde Wet. Een vrouw kan uit haarzelf toch ook geen vruchten dragen, daar heeft zij haar man voor nodig. Zo ook geestelijk bij de bruidskerk van Christus, daarom werd in Israel alleen de man besneden. Zo ook bij het geestelijk verkoren Israel die besneden is in haar Man. Hoe wordt de bruidskerk van Christus dan besneden? Deze verkoren bruidskerk die uit mannen en vrouwen bestaat wordt besneden door een besnijdenis zonder handen geschiedt, Kol. 2:11-12. Waar de wet nog leeft daar kan het evangelie geen kracht doen. Ik wenste dat ds. Roos dit eens mocht gaan inzien, maar ik vrees weleens dat hij aan het oordeel der verharding is overgegeven.

Verder heb ik enige tijd een uitgebreide verhandeling over de Bijbelse en on-Bijbelse uitleg van HC zondag 7 geschreven. Hierin heb ik uiteengezet waar veel leraren uiteindelijk met Comrie de mist ingaan, daar tegenover heb ik de leer der hervormers gezet, lees hier: http://www.dewoesteweg.nl/vraag-antwoor ... -zondag-7/
Hier staat ook die preek van Comrie over HC zondag 7 tussen, mocht u dit evt. na willen lezen. Verder heb ik de leugenleer van ds. Roos, van ds. Mallan, van ds. Moerkerken...etc al zo meningmaal weerlegd. Voor hen die ze nog niet kennen, volgen hier de links naar deze weerleggingen. Lees en herlees het, met uw Bijbel ernaast.

http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... kerken.pdf

http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... gelium.pdf

http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... rmatie.pdf

http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... kering.pdf

Ds. J. Roos: Het geloof is dus de gave van Gods Geest of wel de wedergeboorte in engere zin, ook wel genoemd de habitus of hebbelijkheid. Hoewel het geloofsvermogen niet onvolkomen is, moet dit door de oefeningen en onderwijzingen van Gods Geest wel tot geloven tot de dadelijkheid (actus) komen. We kunnen vanzelf niet alles citeren wat Comrie in deze bijzondere preek over Zondag 7 heeft geschreven, doch laat het genoeg zijn om te weten hoe belangrijk dit leerstuk is dat handelt over het verschil tussen geloof en geloven. Hoewel Comrie om deze leervoorstelling door velen is verguisd, en die voorstelling door ds. Kort smalend de embryotheologie wordt genoemd, wordt Comrie bij Gods ware volk hoog gewaardeerd om zijn Bijbelse leer practicale verklaring van het geloofsleven. We weten hoe onze geliefde leermeester F. Mallan altijd met hoogachting over sprak en schreef, en de gemeenten opriep om zijn geschriften te lezen. Als hij geweten zou hebben hoe ds. Kort leraars zoals Comrie, Kersten en Steenblok in hun leer over de wedergeboorte veroordeelt, hij zou zeker niet gezwegen hebben. Hij hoeft ook niet meer te strijden, omdat hij de strijd te boven mag zijn. De Heere Zelf zal Zijn waarheid bevestigen.

DJK : Dominee Roos leert vanuit Comries' embryoleer een evangelie dat naar de mens is, terwijl de apostel een evangelie leerde dat NIET naar de mens is, Gal. 1:11. Het zaad dat in de aarde valt en niet eerst sterft zal verrotten, verstikken of verdorren, maar nooit gaan leven en vrucht dragen, Joh. 12:24, Markus 4:1-20, Rom. 6:7. Wezenlijk leert dominee Roos alleen de geestelijke opstanding, en loochent hij de geestelijke kruisdood met Christus die aan de opstanding met Hem uit het graf der zonden voorafgaat. Ik vraag me daarom welke 'kinderen Gods' er dan zo gezegend zijn geworden onder de leer van Comrie, Kersten, Steenblok, Mallan, Vergunst, Moerkerken, en J. Roos. Deze valse leer is uiteindelijk de heimelijke en stiekeme bekering van de vele waangelovigen in zijn kerkverband geworden. Deze vermeende kinderen Gods (God kent alleen ons hart) moesten hun zaak maar eens ernstig gaan onderzoeken, want het gaat wel op een nimmereindigende eeuwigheid aan. Het is een zielsmisleidende heilsleer die niet verkwikt of vertroost, maar eerder bedroefd en duisternis baart. Een leer die aanzet tot werken en verbeteringen, een leer die de dienstbare honden in vrijheid preekt buiten de weg van Gods heilige recht om, en Gods ware volk de troost gedurig doet ontberen. Het is ook een leer die indruist tegen de werkingen van God den Heilige Geest, vandaar dat er helaas zo weinig meer gebeurt. De Heere mocht nog een wederkeer willen geven naar Zijn Woord. Want ook ik sta mede schuldig aan deze dwalingen die ik jarenlang voor zoete koek heb gehouden, maar het bleken stenen voor broden en schorpioenen voor vissen. Wat is me dit tot schuld geworden. Ik wenste dat dit ook eens tot grote schuld mocht worden bij de voormannen van de afgescheiden kerken. Dan is het voorbij met de eer en aanzien die ze nu nog genieten, maar ik vrees weleens met ernstige vreze.... want, wanneer iemand na zoveel vermaningen nog niet wenst te horen kan het best zijn dat God hem in dit ontzaggelijke oordeel straks voor eeuwig laat omkomen. En dan het ergste van alles, net als de paus van Rome trekt ds. J. Roos velen met zich mee in dit oordeel. Ten laatste, toch kan ik het gedeeltelijk nog wel enigszins waarderen dat ds. J. Roos op het boek van ds. Kort wilde reageren. Het mocht zijn kerkvolk eens nieuwsgierig maken om het boek van ds. Kort ook te gaan lezen, en hen nopen tot onderzoek der Schriften. Het ware te wensen dat ze de Romeinen- en Galatenbrief eens biddend gingen lezen opdat de schellen van hun blinde ogen zouden vallen. Luther zegt dat elke christen deze zendbrieven uit zijn hoofd moest kennen, en de Statenvertalers zeggen in hun voorwoord dat in deze brieven de sleutelen verborgen liggen tot het recht verstaan van de ganse Heilige Schrift. Het is door de eeuwen heen telkens gebleken dat we door de ketters onze belijdenisgeschriften ontvingen. Zo ook met het boek van ds. Kort dat uit nood geboren is. Lees ook mijn weerleggingen aangaande het on-Bijbelse onderwijs van zijn 'befaamde leermeester', waarover J. Mastenbroek nu een boekje heeft uitgegeven. De spraakmakende titel van dit boekje over het leven en arbeid van ds. Mallan, is genaamd: Israels Wachter sluimert niet...!! Trek na het lezen van deze weerleggingen zelf uw conclusie.

Over de wedergeboorte: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... boorte.pdf

Over de rechtvaardiging van eeuwigheid: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... igheid.pdf

Over de zuivere leer: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... vers-1.pdf

Over leven voor de rechtvaardigmaking: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... ristus.pdf

---------------------------------------------------------------------------

Maarten Luther over de wedergeboorte
Het Evangelie slaat alles neer wat iets kan doen, uit bloed, vlees, natuur, verstand, kennis, lering, wet, vrije wil, met al hun krachten, zodat niemand door zijn leringen, werken, kennis en vrije wil zo vermetel zou zijn iemand te helpen of iemand te laten helpen tot het Koninkrijk van God. Dat echter dit alles verworpen wordt en iedereen naar de geboorte uit God zou trachten. (…) In deze zaak houdt ieder maar wat hij wil, wanneer hij alleen maar weet dat het allemaal geheel nutteloos is en geen goed doet wat buiten de geboorte uit God is. Want als het iets nuttigs geweest zou zijn dan had de evangelist, omdat hijzelf zo nauwkeurig zoekt, dat zonder twijfel naast de geboorte uit God geplaatst en die Goddelijke geboorte niet alléén geprezen hebben. Kirchenpostille 1522, 10.1.1, 231, 1-16.

Daarom moet u weten dat de Goddelijke geboorte niets anders is dan het geloof! Hoe gaat dat dan toe? Hierboven is gezegd dat het Licht van de genade het natuurlijke licht van het verstand bestrijdt en verblindt. Wanneer dan nu het Evangelie komt en het Licht van de genade verkondigt, dat een mens niet doen of leven mag naar zijn eigen inzichten, maar zijn natuurlijke licht verworpen, gedood, en ondergegaan moet zijn…, wanneer de mens dit getuigenis aanneemt en dát volgt: zijn licht en zijn mening overgeeft, graag een dwaas wil zijn, en zich wil laten leiden, onderwijzen en verlichten, zie, zo wordt hij in zijn voornaamste deel, dat is, in zijn natuurlijk licht verandert. Dan gaat het oude licht onder en gaat een nieuw licht op, namelijk het geloof. Dat volgt hij na in leven en sterven, hangt alleen aan het getuigenis van Johannes of het Evangelie. Hij zal alles daarom verlaten wat hijzelf heeft of kan doen. Zie, zo is hij nieuw geboren uit God door het Evangelie waar hij in blijft, en laat zijn eigen licht en eigen verwaandheid varen. Zoals Paulus zegt: Ik heb u in Christus door het Evangelie voortgebracht (1 Korinthe 4:15). Of Jakobus: Hij heeft ons gebaard naar Zijn wil, door het Woord der Waarheid, opdat wij eerstelingen Zijner schepselen zouden zijn (Jakobus 1:18). Vandaar dat de Petrus ons ‘nieuw geboren kindertjes van God’ noemt (vgl. 1 Petrus 2:2). Daarom wordt het Evangelie de baarmoeder (uterus) van God genoemd, dat Hij ons daarin ontvangt, draagt en baart, zoals een vrouw een kind in haar baarmoeder ontvangt, draagt en baart, zoals ook Jesaja zegt: Hoort naar mij gij overgebleven arm volkje van Jakob, die ik draag in mijn schoot (vgl. Jesaja 46:1). Kirchenpostille 1522, 10.1.1, 231, 16 – 232, 16.

Zie, wanneer nu het licht, verstand en de oude verwaandheid gedood is, duisternis is, en in een nieuw licht verandert wordt. Dan moet ook volgen dat het hele leven en alle vermogens van de mens veranderd worden. Want waar het verstand ondergaat, dan gaat de wil er achteraan; waar de wil ondergaat daar gaat de liefde en lust er achteraan. En zo moet de gehele mens in het Evangelie ‘kruipen’ en daar nieuw worden, en de oude huid uittrekken; zoals de slang doet, wanneer haar huid oud wordt zoekt ze een nauwe speet in de steenrots, daar kruipt zij doorheen en stroopt haar huid af en laat die buiten voor het gat liggen. Zo moet de mens ook in het Evangelie en Gods Woord zich begeven en getroost de beloften vertrouwen. Hij zal niet liegen! Zo trekt hij zijn oude huid af, laat zijn licht buiten, zijn verwaandheid, zijn wil, zijn liefde, zijn lust, zijn verstand, zijn werken en wordt zo een geheel andere en nieuwe mens, die alle dingen anders ziet dan voorheen. Die anders inziet, anders oordeelt, anders denkt, anders wil, anders spreekt, anders liefheeft, anders verlangt, anders werkt en loopt als voorheen. Hij kan daarna alle standen en werken van alle mensen onderscheiden, of zij goed of slecht zijn, zoals de heilige Paulus zegt: Maar de geestelijk mens onderscheid alle dingen en wordt door niemand onderscheiden (1 Korinthe 2:15). Dan ziet hij duidelijk wat voor grote dwazen allen zijn die met werken vroom willen worden. Daar geeft hij dan geen cent meer voor alle geestelijken, monniken, bisschoppen, paus, tonsuur, pijen, kappen, rookwerk, klokken luiden, kaarsen branden, zingen, orgelspelen, bidden en hun hele uiterlijke bestaan. Hij ziet nu, hoe dat alles enkel afgoderij en dwaas gehuichel is, juist zoals het volk Israël de Baäl, Astaroth, en het gouden kalf in de woestijn aanbeden hebben (Exodus 32, 1 vv), wat zij voor een kostelijke zaak hielden door hun oude licht van hun eigenzinnige en verwaande verstand. Kirchenpostille 1522, 10.1.1, 233, 7 – 234, 11.

Hieruit ziet u nu duidelijk dat om kinderen Gods te worden – uit God geboren te zijn – geen bloedverwantschap, geen vriendschap, geen geboden, geen leringen, geen verstand, geen vrije wil, geen goede werken, geen goed leven, geen Kartuizer orde, geen geestelijke stand – al zou die de engelen gelijk zijn – nuttig of behulpzaam zal zijn, ja, alleen maar hinderlijk is. Want waar het verstand niet reeds tevoren vernieuwd en in dit bestaan als een goed gereedschap is, valt het verstand er op aan, verhardt en verblindt zich daarin, zodat het nooit meer – of zeer moeilijk – hiervan te verlossen is, en meent dat haar bestaan en stand rechtvaardig en goed is. Zij is razend en woedend tegen allen, die dit bestaan verachten en verwerpen. Op deze wijze moet de oude mens blijven. God en Zijn genade – Christus en Zijn Licht – vijandig, moet Johannes – Christus’ getuige – het hoofd afgeslagen worden en mensenleringen daarvoor in de plaats opgericht. Zoals nu in het pauselijke en geestelijke bestaan het spel met volle pracht en macht doorgaat. Waar zij allen tezamen niets van deze Goddelijke geboorte weten, lallen en brallen met hun leringen en geboden van verschillende werken, waarmee zij genade willen ontvangen, maar zij steken nog steeds in hun oude huid. Dit zal echter waar blijven, wat de apostel gezegd heeft: Niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees of de man, maar uit God geschiedt deze geboorte (vgl. Johannes 1:13 ), er moet gewanhoopt worden aan onze wil, werken en leven, omdat die door het valse, eigenzinnige, zelfzuchtige licht van het verstand vergiftigd zijn. Voor alle dingen moet men de stem en het getuigenis van Johannes de doper horen en zijn geloof navolgen. Dan zal het Licht – Christus – ons verlichten, nieuw maken en macht geven om kinderen van God te worden. Daarom is Hij gekomen en mens geworden! Kirchenpostille 1522, 10.1.1, 234, 11 – 235, 14.


--------------------------------------------------------------

Van der Groe over de wedergeboorte: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... zonden.pdf

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Do Nov 29, 2012 8:51 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Tweede reactie ds. De Heer in de Saambinder op boek ds. Kort
Ds. J.M.D. De Heer schreef:
Goede bedoeling van ds. Kort krijgt ongelukkige uitwerking
Veel goeds kan hij niet meer doen, de achttiende-eeuwse predikant Alexander Comrie. Althans, in de ogen van sommigen. De wijze waarop hij over het geloof sprak, schijnt bijzonder gevaarlijk te zijn. Daarom vinden sommigen een waarschuwing nodig. Dit gebeurt in onze tijd door de oud-gereformeerde predikant ds. A. Kort. Met grote scherpte neemt hij Comrie onder vuur en allen die zich op hem beroepen. De wijze waarop dit gebeurt, zorgt voor vragen en verwarring.

Laten we voorop stellen dat het ons niet te doen is om de persoon van ds. Kort aan te vallen. Ook is het ons niet om te doen om ons te bemoeien met interne zaken binnen het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Het is het kerkverband waarmee onze gemeenten een correspondentieband zijn aangegaan. Elkaars attestaties worden aanvaard. Daarmee is uitgesproken dat we ons aan elkaar verwant weten. Met achting wordt ook in onze gemeenten gesproken over de prediking van oud-gereformeerde predikanten als ds. L. Gebraad, ds. Joh. van der Poel, ds. M.A. Mieras en ds. C. Smits, om slechts enkele namen te noemen. Zij brachten, elk met hun eigen inslag, een prediking waarin God op het hoogst wordt verheerlijkt, de zondaar op het diepste vernederd en Christus in al Zijn schatten wordt verkondigd. Echter, ds. Kort schrijft niet alleen over het eigen kerkverband. De pijlen richting de Gereformeerde Gemeenten zijn minstens net zo scherp. Ds. G.H. Kersten moet het vaak ontgelden, ds. L. Rijksen krijgt ervan langs en ook ds. A. Moerkerken wordt in een hoek gezet. En dat op onjuiste gronden en, helaas, ook op een onheuse wijze. Dat schept een verplichting om een reactie te geven.

Bedoeling
Wat is de diepste bedoeling van ds. Kort? Om die bedoeling goed te verstaan, hebben we contact met ds. Kort gezocht en enkele punten met hem besproken. Dat wilden we bewust doen, juist omdat we bij ds. Kort een bewogenheid omtrent zielen opmerken. Al slaat het boek op een aantal punten de plank flink mis, zo we nog zullen zien, toch willen we op een integere wijze nagaan wat ds. Kort voor ogen heeft. Het kan niet de bedoeling zijn dat predikanten die een schriftuurlijk-bevindelijke waarheid voorstaan elkaar openlijk bestrijden en afvallen. Uit het gesprek met onze medebroeder in de bediening is gebleken dat hij zijn boek als een hartenkreet ziet. Ook in het oud-gereformeerde kerkblad horen we deze hartenkreet in een serie artikelen van zijn hand over de wedergeboorte. In een recent verschenen interviewbundel van Adriaan van Belzen ("Bevindingen; Gesprekken over de orde van het heil") slaat ds. Kort op hetzelfde aambeeld. De zaak zit hem blijkbaar hoog.

Drie zaken
Drie zaken springen eruit als we op ons in laten werken wat ds. Kort schrijft en zegt. Deze zaken hangen overigens nauw met elkaar samen. De eerste is dat de predikant heel bang is voor het spreken over geestelijk leven buiten Christus om. Bevreesd is hij dat mensen met allerlei ervaringen menen bekeerd te zijn. Het bedroeft hem zeer als er gesproken wordt over de wedergeboorte, terwijl er niets te horen is over de noodzakelijkheid van een Borg. Hiermee hangt het tweede punt samen. Ds. Kort vindt dat de gave van het geloof en de werkzaamheden van het geloof niet van elkaar gescheiden mogen worden. Daarom is hij ongelukkig met de onderscheiding tussen de hebbelijkheid (habitus) en de dadelijkheid (actus) van het geloof. Wie deze twee van elkaar scheidt, komt naar zijn overtuiging uit bij een onbewuste wedergeboorte. Dan wordt een zondaar wel Christus ingelijfd, maar is er geen geestelijke werkzaamheid om Christus te gewinnen. Het derde punt is hier ook mee verbonden, namelijk dat ds. Kort vindt dat de zondagen 7 en 23 uit de Heidelbergse Catechismus in later tijd te veel uit elkaar getrokken worden. Of, anders gezegd, dat geloof en rechtvaardigmaking los van elkaar komen te staan.

Zielen winnen
Mogelijk denkt een lezer: Dit zijn toch belangrijke punten? Daar stemmen we van harte mee in. Ds. Kort benoemt zaken die van wezenlijk belang zijn, hij waarschuwt tegen gevaren die inderdaad het eeuwig zielenheil van mensen betreffen. Alleen, de wijze waarop hij hierover schrijft, is ongelukkig en zorgt meer voor verwarring dan voor helderheid. In de artikelenserie in het oud-gereformeerde kerkblad schrijft ds. Kort dat hij bewust geen namen noemt, omdat hij niet polariserend wil schrijven. Hij vervolgt: `Dit heb ik ook niet in mijn boek over de wedergeboorte willen doen. Mijn enige bedoeling is om de Kerk van God te dienen en zielen te winnen voor mijn Koning, Wiens dienstknecht ik ben. Zijn eer en Zijn leer is mijn lof. De leer der waarheid is niet voor onderlinge discussie bestemd'. Zo is het. Dit is ook in de lijn van het oud-gereformeerde kerkblad. In het eerste nummer schreef de toenmalige redactie dat het blad zich `verre dient te houden van alle twistgeschrijf'. Maar, helaas is ds. Kort in zijn boek tegen zijn eigen bedoeling ingegaan, zodat het boek wél polariserend is.

Geestelijk leven
Bovendien, achter de pastorale bewogenheid, treffen we ook een opvatting aan waar we het niet mee eens kunnen zijn. Het gaat dan over de vraag: Waar begint het geestelijke leven? Begint dat bij de bewuste geloofsvereniging met Christus? Ja, schrijft ds. Kort. Is er dus pas sprake van geestelijk leven bij de weldaad van de rechtvaardigmaking van de zondaar voor God? Ja, zo is de overtuiging van ds. Kort. Op dit punt gaan de wegen uiteen. Zeker, de Bijbel - en op grond daarvan de belijdenisgeschriften en onze oudvaders – leren met overtuiging de noodzakelijkheid van Christus. Wie zou dit ooit durven ontkennen? De heilige ernst waarmee Paulus spreekt, zij ons genoeg: ‘Indien iemand den Heere jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha’ (1 Kor. 16:22). Met alle kracht zullen Gods knechten – gezanten van Christus’ wege – de noodzakelijkheid van Christus prediken. Als het recht ligt in hun ziel, zullen ze met liefde en aandrang de algenoegzaamheid van Christus prediken. Zijn dierbaarheid en gewilligheid om verloren zondaren zalig te maken. Maar, is de eerste daad van het zaligmakende geloof de bewuste geloofsvereniging met Christus? Betekent dir dat de droefheid naar God, het wenen over de zonde en het hongeren naar verlossing, geen geestelijk leven is? Is dit slechts het algemene werk van de Heilige Geest? Nee, want hongeren en dorsten naar de verlossing uit de ellende, en naar het leven, en Gode een offerande van een gebroken geest opofferen, geldt eigenlijk van de wedergeborenen, en van degenen die zalig genoemd worden’ (Ps. 51:19 en Matth. 5:6). (Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, verwerping der dwalingen, art. 4).

Ds. J.M.D. De Heer: Veel goeds kan hij niet meer doen, de achttiende-eeuwse predikant Alexander Comrie. Althans, in de ogen van sommigen. De wijze waarop hij over het geloof sprak, schijnt bijzonder gevaarlijk te zijn. Daarom vinden sommigen een waarschuwing nodig. Dit gebeurt in onze tijd door de oud-gereformeerde predikant ds. A. Kort. Met grote scherpte neemt hij Comrie onder vuur en allen die zich op hem beroepen. De wijze waarop dit gebeurt, zorgt voor vragen en verwarring. Laten we voorop stellen dat het ons niet te doen is om de persoon van ds. Kort aan te vallen. Ook is het ons niet om te doen om ons te bemoeien met interne zaken binnen het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Het is het kerkverband waarmee onze gemeenten een correspondentieband zijn aangegaan. Elkaars attestaties worden aanvaard. Daarmee is uitgesproken dat we ons aan elkaar verwant weten. Met achting wordt ook in onze gemeenten gesproken over de prediking van oud-gereformeerde predikanten als ds. L. Gebraad, ds. Joh. van der Poel, ds. M.A. Mieras en ds. C. Smits, om slechts enkele namen te noemen. Zij brachten, elk met hun eigen inslag, een prediking waarin God op het hoogst wordt verheerlijkt, de zondaar op het diepste vernederd en Christus in al Zijn schatten wordt verkondigd. Echter, ds. Kort schrijft niet alleen over het eigen kerkverband. De pijlen richting de Gereformeerde Gemeenten zijn minstens net zo scherp. Ds. G.H. Kersten moet het vaak ontgelden, ds. L. Rijksen krijgt ervan langs en ook ds. A. Moerkerken wordt in een hoek gezet. En dat op onjuiste gronden en, helaas, ook op een onheuse wijze. Dat schept een verplichting om een reactie te geven.

Wat is de diepste bedoeling van ds. Kort? Om die bedoeling goed te verstaan, hebben we contact met ds. Kort gezocht en enkele punten met hem besproken. Dat wilden we bewust doen, juist omdat we bij ds. Kort een bewogenheid omtrent zielen opmerken. Al slaat het boek op een aantal punten de plank flink mis, zo we nog zullen zien, toch willen we op een integere wijze nagaan wat ds. Kort voor ogen heeft. Het kan niet de bedoeling zijn dat predikanten die een schriftuurlijk-bevindelijke waarheid voorstaan elkaar openlijk bestrijden en afvallen. Uit het gesprek met onze medebroeder in de bediening is gebleken dat hij zijn boek als een hartenkreet ziet. Ook in het oud-gereformeerde kerkblad horen we deze hartenkreet in een serie artikelen van zijn hand over de wedergeboorte. In een recent verschenen interviewbundel van Adriaan van Belzen ("Bevindingen; Gesprekken over de orde van het heil") slaat ds. Kort op hetzelfde aambeeld. De zaak zit hem blijkbaar hoog.

D.J. Kleen: Toen ik dit gelezen had, dacht ik: "Als de vos passie preekt, boer pas op je kippen." Daarna heb ik de letterlijke betekenis van dit spreekwoord voor de aardigheid eens even opgezocht. Niet om mijzelf hierachter te willen verschuilen, maar omdat sommigen mij soms verwijten maken vanwege m'n krasse taalgebruik...dacht ik: "hoe zou het Nederlands woordenboek dit nu netjes omschrijven?" En wat lees je dan, op zijn oernuchter Nederlands: 'pas op voor slijmballen...ze willen altijd wat van je, of, als een bedrieger vrome dingen zegt moet je extra voorzichtig met deze persoon zijn!!' Jawel, ik had het zelf niet beter en bondiger kunnen omschrijven. Het telefoontje van ds. De Heer naar ds. Kort kunnen we vergelijken met het recente bezoek van de paus aan Augsburg op 31 december! zonder dat hij de vervloekingen van Trente herroepen heeft betreffende de geloofszekerheid, het geloofsvertrouwen, en de geloofskennis van de vergeving der zonden die in het geschonken geloof gezeteld zijn, zoals verwoord in de rechtvaardigingsleer van de grote hervormers. We kunnen dit telefoontje ook vergelijken met het bezoek van de paus aan het vernietigingskamp Auschwitz in Polen zonder het tonen van berouw vanwege dat deze hoer van Rome de Joden de rug had toegekeerd en ondertussen meeveinsde en meedanste met de duivelse idealen van nazi-Duitsland. Je moet maar durven, lezer! Jazeker, deze zaak zit dominee Kort terecht zeer hoog. Deze goddeloze kerkelijke troep werd hem een onhoudbare nood, en bij mij is dat niet anders. Want, hoevelen zijn en worden er niet vreselijk bedrogen door die grijze tussenwegleer waarvoor ds. De Heer telkens lans probeert te breken? Deze valse leer is wezenlijk niet anders dan een rook- of mistgordijn die Gods ware volk onrustig maakt (Gal. 5:12), en de dienstbaren blij maakt met een dooi mus of een geestelijke kat in de zak. Het is de leer van een verderfelijke derde weg, terwijl Gods Woord slechts twee wegen leert. We zijn verlost of niet verlost, we zijn onder de heerschappij der wet of onder de genade, we kennen Christus of we kennen Hem niet, we zijn onder de zegen of onder vloek, we zijn in vrijheid of nog steeds in dienstbaarheid, we zijn onder de heerschappij van onze eerste man of onder de heerschappij van onze Tweede man uit vrije genade om niet, we wonen nog in het diensthuis der verderfenis of we zijn daaruit verlost door bloed en water en wandelen in vrijheid in de woestijn des levens, we wonen bij onze Vader of we zitten nog bij de varkens, we zijn een wijze of dwaze bouwer. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet, 1 Joh. 5:12. Ja lezer, zo kunnen we nog wel even doorgaan, maar bedenk toch dat de koopman van schone paarlen die Parel van grote waarde die hij uiteindelijk gevonden had pas kon kopen toen hij was heengegaan en al het zijne verkocht had. Kijk lezer, en daar zit het nu bij dominee De Heer op vast. Bij deze dominee is, mede door de filosofie van Aristoteles en Comrie, de wens de vader van zijn gedachten geworden. Wat zou ds. De Heer, die zich gekeerd heeft tot de oudwijfse fabelen waarover de apostel in zijn tijd alrede sprak, het toch geweldig en zeer kostelijk vinden wanneer hij een Bijbel had waarin de Romeinen- en Galatenbrief ontbraken. Deze leerbrieven er zomaar uitscheuren gaat wellicht iets te ver. In de brand steken kan ook niet want dan moet hij de AUTEUR van deze zendbrief in de brand steken, maar deze zendbrieven verdraaien (tot z'n eigen en anderen verderf) en ze verklaren vanuit de dogma's van zijn leermeesters kan toch ook. Wie niet sterk is, moet (slecht) slim zijn. De duivel komt nooit met hele leugens, maar altijd met halve waarheden...en weet uiteindelijk overal wel een behendige valse draai aan te geven. Satan heeft veel meer ervaring en veel langer gestudeerd dan ds. De Heer. Zolang Gods heilige recht maar gedurig gekrenkt wordt en Christus' eer wordt ontrooft, heeft hij z'n zin. Of dit nu nu geschiedt door het gevloek tijdens de popconcerten of in de voetbalarena's, of door middel van de vloekleer die dominee De Heer aanhangt en leert, is hem om het even. Verschrikkelijk, maar toch echt waar hoor!

Luther over Gal. 4 vs 17: "zij ijveren niet recht over u..."
Paulus brengt de vleierij van de valse apostelen aan het licht. Met wonderlijke kunstgrepen en listen pleegt de satan door zijn dienaars op de eenvoudigen indruk te maken, zoals Paulus in Romeinen 16:18 zegt: 'Zij misleiden door hun schoon klinkende woorden en royale beloften.' Eerst zweren zij bij alles wat heilig is, dat zij niets anders zoeken dan het bevorderen van de eer van God; vervolgens vertellen zij, dat zij door de Geest gedrongen worden de enige echte waarheid te prediken, omdat zij zien hoe het arme volk verwaarloosd wordt en dat het Woord van God door de anderen niet recht onderwezen wordt; zij willen met hun prediking de uitverkorenen van de dwalingen bevrijden, zodat zij tot het ware licht en tot de rechte kennis van de waarheid komen. Tenslotte beloven zij de zekerheid van de zaligheid aan allen, die hun leer aannemen, enz. Onder het voorwendsel van vroomheid en vermomd in schaapskleren richten deze verscheurende wolven aanzienlijke schade aan in de kerk, tenzij trouwe en waakzame herders weerstand bieden. Paulus gaat hier in op een tegenwerping. De Galaten konden immers zeggen: als u zo scherp optreedt tegen onze leraars, die toch hun best voor ons doen, dan doen zij dat, toch uit een zekere goddelijke ijver en uit zuivere liefde; dat zou toch geen belediging voor U moeten zijn, enz. Paulus zegt: ja, zij doen hun best voor jullie, maar niet op een goede manier. Zo moeten wij tegenwoordig van de sacramentariërs horen, dat wij door onze hardnekkigheid de liefde en de eenheid in de gemeente teloor doen gaan, omdat wij hun leer over de maaltijd des Heeren verwerpen. Het ware beter, zeggen zij, als wij een beetje zouden toegeven, vooral omdat er toch geen gevaar bestaat, behalve dan dat wij zo'n grote onenigheid en twist in de kerk zouden veroorzaken wegens dit ene leerstuk, dat helemaal geen hoofdrol speelt; wij zouden moeten bedenken, dat zij zich in geen enkel ander artikel van de christelijke leer van ons onderscheiden dan alleen in dit ene over de maaltijd des Heeren. Dan antwoord ik: vervloekt zij liefde en eendracht, als daarbij het Woord van God in gevaar moet komen.
(Bron: http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/up ... over-u.pdf )

Ds. J.M.D. De Heer: Drie zaken springen eruit als we op ons in laten werken wat ds. Kort schrijft en zegt. Deze zaken hangen overigens nauw met elkaar samen. De eerste is dat de predikant heel bang is voor het spreken over geestelijk leven buiten Christus om. Bevreesd is hij dat mensen met allerlei ervaringen menen bekeerd te zijn. Het bedroeft hem zeer als er gesproken wordt over de wedergeboorte, terwijl er niets te horen is over de noodzakelijkheid van een Borg. Hiermee hangt het tweede punt samen. Ds. Kort vindt dat de gave van het geloof en de werkzaamheden van het geloof niet van elkaar gescheiden mogen worden. Daarom is hij ongelukkig met de onderscheiding tussen de hebbelijkheid (habitus) en de dadelijkheid (actus) van het geloof. Wie deze twee van elkaar scheidt, komt naar zijn overtuiging uit bij een onbewuste wedergeboorte. Dan wordt een zondaar wel Christus ingelijfd, maar is er geen geestelijke werkzaamheid om Christus te gewinnen. Het derde punt is hier ook mee verbonden, namelijk dat ds. Kort vindt dat de zondagen 7 en 23 uit de Heidelbergse Catechismus in later tijd te veel uit elkaar getrokken worden. Of, anders gezegd, dat geloof en rechtvaardigmaking los van elkaar komen te staan.

Ds. Theodorus Van der Groe over geloof en geloven
“Ik acht, dat het oprecht geloof bestaat uit twee delen, te weten: kennis en vertrouwen. Over de kennis zal ik hier kortheidshalve niet uitweiden, omdat daarover geen bezwaar bestaat; maar over het vertrouwen, hetgeen voornamelijk het wezen des geloofs is waar het hier alleen op aankomt, zal ik mijnwaarachtig gevoelen hier neerstellen met de eigen woorden van Willem Teellinck in zijn ‘Huysboeck’ op blz. 100, omdat ik geen betere woorden kan vinden om mijn gevoelen uit te drukken. Zij luidde aldus: “Wat het vertrouwen betreft, hetwelk het andere deel des geloofs is; dat is een verzekerdheid des harten, steunende op de beloften Gods, die in het Evangelie geopenbaard zijn, welkeeen christen heeft, dat al zijn zonden om Christus’ wil vergeven zijn. Dit scheidt het zaligmakend geloof van alle andere soorten van geloof, want de duivel gelooft ook, maar hij heeft geen vertrouwen op de genade Gods, maar hij beeft, Jac.2:19. Zo geloven ook veel mensen, dat Christus de Zaligmaker is, ja – letwel – sommigen verschijnen ook te vertrouwen dat Hij hun Zaligmaker is, maar hun vertrouwen is niet gefundeerd op Gods beloften, zoals die in het Evangelie geopenbaard zijn, maar steunt alleen op een sterke inbeelding van hun hersenen, die hun tenslotte begeeft, omdat het maar voor een tijd is, Luc.8:13, en hen beschaamd laat, Matth.7:21. Het ware vertrouwen ontstaat dus uit de bijzondere toeëigening van de beloften Gods ter zaligheid in Christus gedaan, zoals die in het Evangelie geopenbaard zijn,als namelijk het gelovig gemoed de beloften der zaligheid inChristus zó aanmerkt en aanneemt, alsof die in het bijzonder tot hem zelf gezegd waren, en wel zodanig, dat hij die aan zijn hartmin of meer opdringt, dan of God in ‘t bijzonder en bij name hem toesprak en hem dit of dat beloofde en daardoor zijn ziel daarmee troostte. Zo maakt hij door deze bijzondere toeëigening zich eigen, wat God in het algemeen in Zijn Woord voorstelt en beloofd heeft. Deze toeëigening is het die ons deel aan Christus doet hebben; daarmee grijpen wij Christus aan en worden zo nauw met Hem verenigd, dat Hij de onze en wij de Zijne worden, Gal.2:20 en kanttek. Gal.2:16, zodat ook al Zijn verdiensten de onzen worden en daaruit ontstaat al dat vertrouwen, waar wij hier nu over spreken, zoals de apostel ons dat leert, dat wij hebben vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen door het geloof aan Hem, Ef.3:12″.

Zie daar deze verzekerdheid des harten; deze toeëigening der beloften Gods van de zaligheid en vergeving der zonden in Christus; dit aangrijpen van Christus, ons in de beloften des Evangelies aangeboden; dit vertrouwen der ziel op Christus en op de beloften van Gods genade, in het heilig Woord aan ons geopenbaard, dit, dit is bij mij het enige waar zaligmakende geloof. Ik ken geen ander geloof, waar de mens door zalig kan worden of deel aan Christus krijgen. Indien iemand een geloofstelt, welks wezen niet is een aannemen van Christus; een toeëigenen van Gods beloften voor zichzelf; een verzekering des gemoeds van de genadige vergeving der zonden in Christus; een vertrouwen, verlaten, rusten en steunen des harten op Christus,en op Gods eigen Woord en genadige beloften in het heilige Evangelie; dan verklaar ik ronduit, dat ik aan zulk een gesteld geloof part noch deel wil hebben, maar dat met mijn ganse hart verwerp voor nu en altijd.”

Ds. J.M.D. De Heer: Mogelijk denkt een lezer: Dit zijn toch belangrijke punten? Daar stemmen we van harte mee in. Ds. Kort benoemt zaken die van wezenlijk belang zijn, hij waarschuwt tegen gevaren die inderdaad het eeuwig zielenheil van mensen betreffen. Alleen, de wijze waarop hij hierover schrijft, is ongelukkig en zorgt meer voor verwarring dan voor helderheid. In de artikelenserie in het oud-gereformeerde kerkblad schrijft ds. Kort dat hij bewust geen namen noemt, omdat hij niet polariserend wil schrijven. Hij vervolgt: `Dit heb ik ook niet in mijn boek over de wedergeboorte willen doen. Mijn enige bedoeling is om de Kerk van God te dienen en zielen te winnen voor mijn Koning, Wiens dienstknecht ik ben. Zijn eer en Zijn leer is mijn lof. De leer der waarheid is niet voor onderlinge discussie bestemd'. Zo is het. Dit is ook in de lijn van het oud-gereformeerde kerkblad. In het eerste nummer schreef de toenmalige redactie dat het blad zich `verre dient te houden van alle twistgeschrijf'. Maar, helaas is ds. Kort in zijn boek tegen zijn eigen bedoeling ingegaan, zodat het boek wél polariserend is.

D.J. Kleen: Deze 'welgemeende' gladde woorden zouden door de welbespraakte kardinaal Sadoleto geschreven kunnen zijn. Eveneens een papist die voor een kerkleer en zijn voorname positie streed, in plaats van de leer der Schriften te proclameren gelijk Luther en Calvijn dit deden. Als het waar was wat de hervormers leerden kon Rome wel inpakken, en dat zou zeker niet gaan gebeuren. Zo is het ook bij de voormannen van de kerken der afscheiding, maar inmiddels ook binnen de HHK. Men kijkt eerst waar ze willen eindigen, ofwel hoe gaar de biefstuk gebakken moet worden, en daarvanuit verklaren of verdraaien ze Gods onfeilbaar Woord. We kennen uiteindelijk allen maar ten dele, en waarom moeilijk doen als het op deze manier toch ook kan. Ieder kerkverband gelooft en belijdt het op zijn eigen manier. Ik zal nooit die opmerking van ds. Moerkerken aangaande deze vloekleer vergeten: "EN DAT BLIJVE ZO..." De een hangt de leer van Van der Groe aan, en de ander hangt die filosofieen van Comrie aan....en toch hebben we veel respect en achting voor elkaar. Dit is echter nog mild en zachtjes uitgedrukt, lezer. Maar een ding blijft vast en zeker staan, namelijk dit: WIJ KUNNEN CHRISTUS NIET ZEGENEN ZONDER HET PAUSDOM EN ZIJN LEER TE VERVLOEKEN. Lees hier een fragment uit het begin van het antwoord per brief van Calvijn: "Indien gij met een ander te doen had zou hij stellig beginnen bij het punt, dat ik geheel terzijde wil laten. Hij zou namelijk Uw besluit tot schrijven (aan de burgers van Genève) zó grondig hekelen, tot het klaar aan de dag trad, dat gij heel wat anders met Uw schrijven beoogd hebt dan gij voorgeeft. Want als gij niet eerst een groot vertrouwen in Uw oprechtheid geschapen had, zou het achterdocht wekken, dat gij zo als een vreemde, die dusver in generlei betrekking tot Genève stond, nu plotseling zulk een welwillendheid jegens haar burgers aan de dag legt, als nimmer te bespeuren was geweest. En dat dan bovendien nog als een man, die bijna vanaf zijn jeugd geheel in de Roomse lucht ademt, zoals men die bij de Roomse curie, die werkplaats van doortrapte slimheid, kent; groot geworden als pleegkind van Paus Clemens VII, en nu ook nog Kardinaal, kenmerken genoeg, om U bij schier allen verdacht te maken. Uw hartontroerende inleiding, waarmee gij meende, bij de eenvoudige lieden ingang te kunnen vinden, kan zonder inspanning door een niet al te dom mens weerlegd worden. Datgene echter, wat velen denken zullen, wil ik U niet toeschrijven, omdat het mij tegenover een werkelijk beschaafd persoon niet oorbaar schijnt. Ik wil daarom met U spreken, alsof gij U met de edelste bedoelingen tot de burgers van Genève gericht had (gelijk het ook aan een man van Uw vorming, wijsheid en waardigheid betaamt), en met de beste voornemens voor de belangen van hun zielenheil opgekomen waart. Maar wanneer gij uw doel zij dan geweest, wat het wil (ik wil u in dit opzicht de volle maat geven) met de scherpste woorden welke U ten dienste staan, hoont, wat hun door onze hand van God is toegebracht, en U tenslotte zelfs inspant, de splijtzwam daarin te brengen, dan moet ik U toch gaarne of niet gaarne openlijk te woord staan. Want een herder bouwt eerst dan de gemeente op, als hij niet alleen lijdzame zielen met zachte hand tot Christus leidt, maar ook, als hij zich wapent, om de pogingen af te slaan van hen, die zich opmaken om Gods werk te belagen. Ondanks alle woordenpraal van Uw brief gaat het er U toch slechts om, hen terug te brengen onder de pauselijke heerschappij, hetgeen gij noemt “terugvoeren tot het geloof der Kerk en tot de gehoorzaamheid”. Als men een zo weinig aantrekkelijk voornemen heeft, moet men vooraf de harten geneigd maken, en zo hebt gij een lange inleiding doen voorafgaan over het onvergelijkelijke goed des eeuwigen levens. Dan komt gij uw doel naderbij met het betoog, dat er geen gevaarlijker zielenkrankheid is dan een valse godsdienst. Nu is echter de beste vorm van een behoorlijke godsdienst juist die, welke door de Kerk is voorgeschreven. Voorts acht gij het zielenheil in gevaar van allen, die zich van de éne Kerk hebben losgemaakt, tenzij dan, dat zij zich nog bekeren. En eindelijk wijst gij er nog op, hoe openlijk hun af val van de Kerk is, daar zij immers van haar gemeenschap zijn gescheiden, om dan te besluiten met de bedreiging van het goddelijk strafgericht, dat over hen zal komen, als zij op Uw waarschuwing geen acht geven. Waar het U echter ook doelmatig is gebleken, op de geloofwaardigheid onzer woorden af te dingen, bevordert gij, dat alle ijver voor hun zielenheil, welke zij bij ons opmerken, in verdenking komt. Volgens Uw schimpscheuten hebben wij geen ander oogmerk gehad dan het bevredigen van onze eerzucht en hebzucht. Wijl gij U zo voor het aanwijzen van smetten inspant, opdat de lezers tegen ons worden ingenomen, wil ik, alvorens op andere dingen in te gaan, dat pogen te beantwoorden. Liever spreek ik niet van mijzelf; doch wijl gij mij niet langer tot zwijgen in staat stelt, zal ik spreken, zover ik bescheidenheidhalve gaan kan." (Bron: http://www.dewoesteweg.nl/reformatie/cardinal-sadoleto/)

Ds. J.M.D. De Heer: Bovendien, achter de pastorale bewogenheid, treffen we ook een opvatting aan waar we het niet mee eens kunnen zijn. Het gaat dan over de vraag: Waar begint het geestelijke leven? Begint dat bij de bewuste geloofsvereniging met Christus? Ja, schrijft ds. Kort. Is er dus pas sprake van geestelijk leven bij de weldaad van de rechtvaardigmaking van de zondaar voor God? Ja, zo is de overtuiging van ds. Kort. Op dit punt gaan de wegen uiteen. Zeker, de Bijbel - en op grond daarvan de belijdenisgeschriften en onze oudvaders – leren met overtuiging de noodzakelijkheid van Christus. Wie zou dit ooit durven ontkennen? De heilige ernst waarmee Paulus spreekt, zij ons genoeg: ‘Indien iemand den Heere jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha’ (1 Kor. 16:22). Met alle kracht zullen Gods knechten – gezanten van Christus’ wege – de noodzakelijkheid van Christus prediken. Als het recht ligt in hun ziel, zullen ze met liefde en aandrang de algenoegzaamheid van Christus prediken. Zijn dierbaarheid en gewilligheid om verloren zondaren zalig te maken. Maar, is de eerste daad van het zaligmakende geloof de bewuste geloofsvereniging met Christus? Betekent dir dat de droefheid naar God, het wenen over de zonde en het hongeren naar verlossing, geen geestelijk leven is? Is dit slechts het algemene werk van de Heilige Geest? Nee, want hongeren en dorsten naar de verlossing uit de ellende, en naar het leven, en Gode een offerande van een gebroken geest opofferen, geldt eigenlijk van de wedergeborenen, en van degenen die zalig genoemd worden’ (Ps. 51:19 en Matth. 5:6). (Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, verwerping der dwalingen, art. 4).

D.J. Kleen: Geliefde lezer, het begin van al het leven lag in Gods wonderlijke schepping, die de mens verdorven heeft. Het vernieuwde beginnen leven komt voort uit een herschepping, door een bloedoffer en afwassing der zonden. Door het bloed en water dat uit de zijde van de Heere Jezus kwam toen Hij doorstoken werd. De vernieuwing des levens begint derhalve met de vergeving der zonden. Het begin van het Joodse nieuwjaar was in de maand dat God Zijn volk uit het diensthuis van Egypteland verloste door het bloed van het paaslam en het water uit de wolkkolom. In heel het oude testament stond het offer centraal, het wees op het volmaakte Offer van Christus dat de zonden van Zijn verkorenen zou wegnemen. In de leer van ds. De Heer staat het enig Offer van Christus niet meer centraal, maar de zondaar....waar het omgaat. Of ging het toch om wat anders? Namelijk om de eer van God waarin de zaligheid van Gods kinderen ligt verklaard. De leer van ds. De Heer is een antropocentrische duivelse leer waarin het om de mens draait, maar de hervormers leerden een theocentrische leer waar het om God gaat. Zij preekten niet van hoe kom ik aan de zaligheid, maar hoe en door welke leer komt God aan Zijn eer en worden Zijn Goddelijke deugden verheerlijkt. "Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem." God kan en wil geen behagen meer hebben in onze offers, in onze tranen of verbeteringen. Zolang wij nog nimmer in de Heere Jezus Christus tot zaligheid en vrede geloofd hebben, kennen en hebben wij niets. Wat heeft u aan een wedergeboorte of levendmaking waarmee u God niet kunt ontmoeten. Het gaat immers niet om de wedergeboorte, maar om geloofsvereniging met Christus door de wedergeboorte. Wanneer God de Vader een verkoren zondaar roept en trekt tot de gemeenschap met Christus, sterft hij metterdaad de (geestelijke) kruisdood met Hem, en staat hij metterdaad met Hem op ten eeuwige leven. Hiervan hebben de apostelen veelvuldig getuigt en geschreven. De reden en oorzaak van onze geestelijke doodstaat moet vernietigd en begraven worden door de kruisdood en het graf van Christus, wanneer God u doopt in Zijn kruisdood wordt deze oorzaak teniet gedaan en begraven, daar wordt het bloed der verzoening gestreken over het zondenregister op uw geweten, en daar ontvangt u de hemelse vrede met God. Dan heeft de wet geen zeggenschap meer over u, en kan hij u niet meer vasthouden in uw doodstaat en moet hij u loslaten. Daar is de hel overwonnen, omdat daar een Sterkere in zijn hof kwam om een verkoren vat uit zijn vuile harige klauwen te ontroven. Daar neemt de Geest der beloftenis het uit Hem en verkondigt het u tot zaligheid en eeuwige vrede. Daar wordt u schoongewassen door het water des levens, en bent u rechtvaardig en heilig in Hem krachtens toerekening. Dit is de geestelijke opstanding, en hier springt de ziel op van vreugde en juicht hij van eeuwige blijdschap. Al dat andere onder de wet loochenen wij niet, maar het brengt u niets. Wij kunnen niet verheugd zijn onder de geselslagen van Farao en zijn drijvers. Wat kon Israel in het diensthuis anders dan kermen en zuchten tot God, Ex. 6:4. Maar al dit gekerm en al hun zware arbeid bracht Israel nergens. God zou Zijn volk Zekf verlossen door een machtige sterke Hand en grote gerichten. Want Sion wordt door recht verlost, en haar wederkerende door gerechtigheid, Jes. 1:27. Geen onbesnedene kon en mocht eten van het geroosterde vlees van het paaslam, geestelijk is dit niet anders. Daarom zegt den Heere bij monde van de profeet, scheurt uw hart en niet uw klederen. Al de kenmerken die ds. De Heeer hierboven opsomt is het scheuren van de klederen onder de overtuigingen der wet waar u niets aan hebt. U moet met God verzoend worden, anders kan u straks niet eeuwig bij Hem wonen. Een onheilige kan nooit bij een Heilig God wonen en leven, dat gaat niet samen. Let wel, dienstknechten zoeken loon naar werk, maar kinderen erven uit vrije goedheid en genade om niet door de tussenkomst van de dood van de Erflater, dat is God Zelf door Zijn eigen lieve Zoon...Die Hij wilde vernietigen om snode zondaren te behouden. Gods Zoon was en is de Eerstgeborene uit de doden die alles van Zijn lieve Vader heeft geerft, en door Hem erven Zijn verkoren kinderen. Heb dan geen rust voor uw ziel onder de overtuigingen der wet. Het wenen onder de geselslagen der wet brengt u geen leven, verlossing en vrede, omdat ze krachteloos geworden is door uw zondige vlees. Zolang de wet in haar verdoemende kracht nog niet gezwegen is met haar eis, en u daar straks onder sterft, zal ze tot in alle eeuwigheid in uw zielsoren blijven brullen: BETAAL MIJ WAT GIJ SCHULDIG ZIJT. Wij hebben Gods heilige wet (dat is Gods wil) verbroken. God eist van ons allen een rechtvaardige vereffening, dat is een volkomen gehoorzaming naar de maat Gods of een rechtvaardige straf door de dood. God heeft ons niet bedrogen, maar eerlijk gewaarschuwd: Want de ziel die zondigt zal de dood sterven. Nu dan, indien er voor ons nog geen Tussentreder gekomen is en nog geen Middelaar om ons van deze welverdiende straf te doen ontkomen, zullen wij straks voor eeuwig het loon op de zonden moeten dragen. Haast en spoedt u dan om uws levens wil. Buiten de geloofsvereniging is God een Verterend Vuur bij wie niemand wonen kan. Wanneer u hier in de tijd nooit vrede met met God hebt leren kennen, zal u straks omkomen in een eeuwige onvrede. Hij zal u dan straks voor eeuwig moeten wegdoen van voor Zijn heilig Aangezicht. God eist een vereffening door een Offer, door onszelf of door een Ander. Want zonder bloedstorting is er geen vergeving. Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden.

Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levende God te dienen? En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden. Want waar een testament is, daar is het noodzaak, dat de dood des testamentmakers tussen kome; Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft. (Hebr. 9:14-17)

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Vr Nov 30, 2012 9:37 am 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Recensie van ds. M. Van Kooten uit Elspeet in de Veluwse kerkbode 29/11/2012

Wedergeboorte of schijngeboorte
Onder deze titel verscheen onlangs een boek van de hand van drs. A. Kort, oud gereformeerd predikant te Krimpen aan de IJssel, voorheen te Rijssen en aanvankelijk hervormd predikant te Garderen. In dit boek -dat hij schreef op verzoek van de uitgever- vergelijkt hij de bijbelse bloedtheologie met de filosofische embryotheologie. Het gaat daarbij om een tweeërlei visie op de geestelijke wedergeboorte. Er is namelijk naast de Bijbelse visie op de wedergeboorte die we bij de reformatoren Calvijn en Luther alsmede de kanttekenaren van de Staten Vertaling vertolkt vinden ook een min of meer filosofische benadering van dit hoogst belangrijk onderwerp die met name door Alexander Comrie te berde is gebracht. Ds. Kort beschrijft in dit boek de verschillen en laat in de titel van zijn boek al doorschemeren wat de juiste zienswijze dient te zijn van dit onderwerp.

De auteur beschrijft alle Bijbelteksten waarin de wedergeboorte genoemd wordt en komt dan tot de conclusie dat het daarbij ten diepste gaat om het bewust gelovig omhelzen van de Heere Jezus waardoor de zondaar gerechtvaardigd is en als onlosmakelijk gevolg daarvan in beginsel heilig voor God wil leven (heiligmaking). Een duidelijke tekst is daarbij 1 Petrus 1:3 ‘Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden’. Ook in het slothoofdstuk waarin hij het nachtelijk gesprek van Christus met Nicodemus over de wedergeboorte (Joh.3) uitvoerig beschrijft geeft hij helder en duidelijk aan dat het bij de wedergeboorte niet gaat om een levendmaken van de zondaar waarbij er wel een geloofsvermogen zou zijn zonder dat het geloof actief is. Terecht stelt hij dat het zien op de koperen slang een uitstekend voorbeeld is van de wedergeboorte (blz.203). Hij schrijft verder: ‘Wie als gebeten door de slang naar de koperen slang opziet, wordt genezen. Dit zien op de slang doet leven. Alzo is het ook met Christus. Hij moest aan het hout verheven worden. Wie door het geloof opziet, zal leven. Zo niet dan sterft hij de eeuwige dood. Voor die tijd ligt hij in de dood, ook al leeft hij. Hij leeft pas als hij Christus leeft.’ (blz.204).

Na de behandeling van de Schriftgedeelten over de wedergeboorte behandelt hij vervolgens de kanttekeningen en de belijdenisgeschriften betreffende hun verstaan van de wedergeboorte waarbij vooral hoofdstuk III/IV, 13 van de Dordtse leerregels uitschiet waar gesteld wordt dat de gelovigen de wijze van werking van de wederbarende werking van Gods Geest niet volkomen kunnen begrijpen maar dat ze zich gerust stellen dat ze door deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben. Met (terechte) instemming citeert hij ook Arnoldus Rotterdam die in zijn verklaring van de Nederlandse Geloofsbelijdenis stelde: ’Het geloof is de springader van onze wedergeboorte’(blz.43).

In het achtste hoofdstuk geeft Kort aan dat er na de reformatie verschuivingen ontstonden toen men het geloof ging beredeneren en systematiseren aan de hand van de scholastieke redeneerwijze die ten diepste is geworteld in de Grieks heidense filosofie. Duidelijk wordt aangetoond dat vooral de oude schrijver Alexander Comrie daar niet aan ontkomen is. Onbedoeld heeft deze oudvader voor veel verwarring gezorgd. Comrie leerde dat bij de wedergeboorte in het hart van een zondaar geloofsvermogen wordt gewerkt, de habitus (de hebbelijkheid) van het geloof. Hij ging als het ware te veel uit van de verborgenheden Gods waarbij verkiezing vooraf gaat aan de roeping. Vandaar kwam hij tot het poneren van de stelling dat er een rechtvaardiging is van eeuwigheid af. Men kan derhalve onbewust gerechtvaardigd zijn. Er is dan een geloofsvermogen (habitus) geschonken zonder dat er een daadwerkelijk geloof in Christus is (activus). Op deze manier wordt het accent verlegd door in plaats van op Christus en de beloften van het Evangelie te wijzen te gaan zoeken naar kenmerken bij zichzelf waaruit men op kan maken geloofsvermogen te hebben. Op die manier is men niet door het geloof maar voor het geloof gerechtvaardigd. Onbedoeld komt dan de mens en zijn werkzaamheden in het middelpunt te staan en niet het werk van Christus. Daardoor kunnen werkzaamheden die vaak vooraf gaan aan de omhelzing van Christus (zoals kennis van schuld) gezien worden als een bewijs van het wedergeboren zijn. Bijbelse geschiedenissen worden ook in het patroon gedrongen van dit systeem waarbij die van Ruth en Jacob de bekendste zijn.

Ondanks het feit dat ik de zienswijze betreffende de wedergeboorte met ds.Kort deel vind ik wel dat hij hier en daar wel eens iets te ongenuanceerd uit de hoek komt. Anderzijds is het daardoor extra duidelijk geworden welke gevaren er schuilen als we de wedergeboorte loskoppelen van het rechtvaardigend geloof. Het boek zal wel de nodige stof doen opwaaien. Dat kan geen kwaad. Als het maar niet als gevolg heeft hete hoofden en koude harten. Het mooist zou zijn als dit tot een interkerkelijke samenspreking zou leiden tussen de ambtsdragers over dit tere onderwerp waar eeuwig wel of wee van af hangt, zoals vroeger de synode van Dordt in 1618 en 1619 handelde over het Remonstrantisme. Aan een heldere heldere zienswijze op de wedergeboorte voor het persoonlijke leven en niet te vergeten in prediking en pastoraat is alles gelegen want ‘eenmaal geboren is wis verloren en twee keer geboren uitverkoren’. Dan is het noodzakelijk helder te hebben wat wezenlijk wedergeboorte inhoudt.

n.a.v. ds. A. Kort, Wedergeboorte of schijngeboorte,

Uitgeverij: Tekstservice Vermeulen, Meteren ISBN 9789078164104 (206 blz.)

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
Berichten weergeven van de afgelopen:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Reageren op dit onderwerp  [ 646 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 ... 65  Volgende

Alle tijden zijn UTC [ Zomertijd ]


Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 0 gasten


U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit forum
U mag geen reacties plaatsen op onderwerpen in dit forum
U mag uw berichten niet wijzigen in dit forum
U mag uw berichten niet verwijderen in dit forum
U mag geen bijlagen plaatsen in dit forum

Zoeken naar:
Ga naar:  
cron
POWERED_BY
Vertaald door phpBBservice.nl.