De woeste weg forum logo
Het is momenteel Di Jul 07, 2020 11:26 am

Alle tijden zijn UTC [ Zomertijd ]




Plaats een nieuw onderwerp Reageren op dit onderwerp  [ 646 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 61, 62, 63, 64, 65
Auteur Bericht
BerichtGeplaatst: Ma Jan 28, 2013 11:27 am 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Afbeelding
Afbeelding

Commentaar - DJK : Op zich genomen best een gedegen commentaar over het boek van ds. A. Kort. Toch wil ik op enkele opmerkingen ingaan. Het feit dat ds. Kort zijn kritiek in het bijzonder heeft geuit jegens de leer die in de Ger. Gem (in Ned) verkondigd wordt is zeker waar, maar wil niet zeggen dat deze kritiek niet van toepassing is op de leer en leraren van de HHK. Nooit vergeten dat binnen de HHK genoeg studenten tot predikant zijn opgeleidt die het eerst bij de Ger. Gemeenten geprobeerd hebben, en nu met een GG-inslag op de HHK kansels staan. Daarnaast ook niet vergeten hoeveel HHK ouderlingen doordeweeks bij de afgescheiden kerken ter kerke gaan, prekenbandjes beluisteren, thuis GG-preken lezen, stiekem hun kerkbladen lezen, om vervolgens al dit vergaarde onderwijs door te brieven aan gemeenteleden op huisbezoek. Ik denk niet dat ik teveel zeg door te durven stellen dat misschien wel zo'n 50% van de HHK inmiddels ook de leer van de Ger. Gemeenten (in Ned) is toegedaan. Niet alleen op de kansels, maar ook onder de kansels. Maar nu komt het, er zijn dus nog wel enkele leraren, zoals deze dominee P. De Vries, die voor wat betreft het uitwendige nog een rechtzinnige leer aanhangen, maar die voor wat betreft de toepassing van het Heil vervolgens toch door het ijs heenzakken. Zij hebben de klok horen luiden maar weten wezenlijk niet waar de klepel hangt. Een mens kan 10.000 boeken gelezen hebben en veel gestudeerd hebben maar het blijkt toch telkens weer waar dat, tenzij een mens wederom geboren is, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien! Lees daartoe het volgende stuk over HC zondag 5 en 6 maar eens, om te begrijpen wat ik daarmee bedoel te zeggen.

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Jan 28, 2013 1:29 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Afbeelding
Afbeelding

dr. P. de Vries schreef:
Wie zegt dat een mens metterdaad bereid moet zijn onder het recht van God verloren te gaan, eist wat de Schrift nergens leert. De moordenaar aan het kruis smeekte: “Heere, gedenk mijner, als Gij in UW Koninkrijk zult gekomen zijn” (Lukas 23:42) De stokbewaarder vroeg: “Lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig worde? (Hand. 16:30) Noch de Heere Jezus Christus noch Paulus heeft toen geantwoord dat men eerst Gods verdoemend en heilig recht liever moet krijgen dan eigen zaligheid.

Commentaar - DJK: Ik denk dat ik hier de kern van zijn uitspraken vrij duidelijk heb samengevat. Het is waar dat Gods heilige recht nooit voorwaardelijk bepreekt mag worden. Het moet echter wel zielsbevindelijk (= hoe het gaat) en Schriftuurlijk verklaard worden. God vroeg niet of de moordenaar en de stokbewaarder onder Zijn heilige recht verloren wilden gaan, nee, Hij deed hen verloren gaan alvorens Hij hen Zijn genade in Christus bewees door hun geschonken geloof. God vroeg dus niet of zij bereid waren, nee, Hij zegt: IK WIL EN ZIJ ZULLEN. Wat God zegt doet Hij, en wat Hij doet zegt Hij door Zijn Woord. DABAR, dat is Woord en Daad, Zijn Woord is Zijn Daad. Dit was alzo in de schepping maar ook in de herschepping, (Joh. 1:1-3). Hij heeft een gewillig volk op de dag van Zijn Goddelijke heirkracht! Wanneer we de uitkomst van deze twee bekeringen bezien, is het dan teveel gezegd dat de moordenaar door geestelijke besnijdenis in de vloekdood van Christus gedoopt werd toen hij het uitriep tot die andere moordenaar: "Vreest Gij ook God niet daar wij beiden in hetzelfde oordeel hangen? Wij hangen hier strafwaardig naar hetgeen wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan." Mijnde deze moordenaar hier dan niet zijn doodsvonnis terwijl hij Zijn hemelse Rechter vrijsprak en daarna om genade smeekte? Kwam deze noodkreet dan niet vanuit een veroordelend geweten en vanuit een onhoudbare nood? Vanuit een hartverscheurend berouw en een gemoed dat omkwam in zijn eigen bedreven ongerechtigheden voor God? Had deze moordenaar dan niet eerst te maken met de werkingen van vrees, angst en toorn die de Geest der dienstbaarheid werkt, tot vernedering en verootmoediging voor God? Ofwel het geloof in Gods heilige wet tot ontlediging, tot ontgronding en doding van al het zijne om zo rijp gemaakt te worden voor de werking van de Geest des geloofs Die hem de toevlucht deed nemen tot Jezus Christus? (Rom. 8:15)

Werkelijk waar, wij kunnen links maar ook rechts ontsporen. Ter linker zijde wordt middels de leer van de Ger-Gem Gods heilige recht omzeilt en onteert omdat men wedergeboren is door de werkingen der wet die niet uit het geloof zijn (Gal. 3:12a,21), en ter rechterzijde is men behouden door het vlees van het geslachte Meerderde Paaslam rauw te eten. (Exodus 12:9a) Werkelijk een vreselijke misvatting! Een dode vlieg maakt de zalf van de apothekers stinkende. Zulk soort opmerkingen ontkrachten het rechtzinnig betoog van ds. De Vries over het boek van ds. Kort. Linksom of rechtsom wordt men dus bedrogen, omdat dr. P. de Vries voor wat betreft de toepassing van het Heil ook de kruisdood van Christus verloochent. Dit is nu een van de hotemetoten van de HHK die als een geestelijk blinde anderen de weg probeert te wijzen, lezer. Kan dit nu niet anders gezegd worden, Kleen? Nee dat kan echt niet, want als we hier niets van weten moeten we anderen niet gaan leren en onderwijzen, en nog minder gaan doorleren voor een doctorstitel in de theologie. Dan is het ons van God niet gegeven deze dingen te verstaan, Markus 4:11-12, ongeacht hoeveel oudvaders we gelezen hebben. We kunnen de geleerdheid van Kohlbrugge overnemen, stelen of nabootsen...etc, maar daarmee missen we nog steeds zijn genadige erfdeel dat hij in Christus Jezus ontvangen had. Een kind van God kan dwalen in de leer, maar nooit in de bevinding van toen hij een plant met Christus Jezus werd in Zijn kruisdood en opstanding, (Rom. 6:3-7). Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft, (Kol. 2:12). Wie dus nog nooit gedoopt is in de kruisdood van Christus staat derhalve nog voor het badwater der wedergeboorte, is nog dood, nog blind en onbesneden van hart en oren, en verstaat werkelijk niets van hetgeen de moordenaar zielsbevindelijk doorleefde alvorens hij verwaardigd werd een gelovige toevlucht tot Christus te nemen. Ik verzeker u dat deze moordenaar een geestelijke kruisdood is gestorven in zijn geweten alvorens hij vrede met God mocht vinden toen het vergoten bloed van Zijn dierbare Zaligmaker over zijn schuldig geweten werd besprengd en gestreken (Hebr. 9:14-17) door de Heilige Geest Die het uit Hem nam en het zijn verloren ziel verkondigde tot zaligheid en vrede (Joh. 16:14). Toen had Gods heilige wet geen zegenschap meer over hem, veroordeelde hem niet meer, maar prees hem op grond van het volbrachte werk van zijn Borg en Middelaar met Wie hij heden in Zijn paradijs zou zijn. Ten overvloede laat ik hier nogmaals lezen wat Van der Groe hierover zeer helder heeft opgemerkt in zijn toetssteen der ware en valse genade:

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Jan 28, 2013 3:45 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Afbeelding Th. Van der Groe

“Maar aangezien in de weg van de gerechtigheid geen misdaad begrepen kan worden zonder straf, alzo volgt in de weg van de Geest op de overtuiging van de schuld of de zonde dan ook altijd onmiddellijk die van de vloek en de dood. Want de bezoldiging der zonde is de dood, Rom. 6:13. Daarom leidt de Catechismus ons van de zonde dan ook aanstonds tot haar tijdelijke en eeuwige straf, ons voorhoudende (vraag 9-11), de geduchte heiligheid en rechtvaardigheid van de almachtige God, de hoge Richter van hemel en aarde. Hiervan overtuigt de Heilige Geest de gelovige zondaar niet minder dan van de zonde zelf. Datzelfde Goddelijke licht van de waarheid, hetwelk de Geest in ‘s mensen hart ontsteekt, en dat hem de schuld en walgelijke onreinheid en de aangeboren besmetting van de zonde duidelijk ontdekt, stelt hem ook niet minder duidelijk en levendig de verdoemelijkheid en strafwaardigheid van zijn zonde in het gericht van de hemel voor ogen. Des Heeren Geest, verlichtende het hart met de heldere zonnestralen van de waarheid van de Schrift, acht het geenszins genoeg tot de mens slechts te zeggen: gij zijt een zondaar, in de zonde geboren en daarin opgevoed; gij hebt anders niet dan zonde gepleegd van de buik af aan; uw beste werk is enkel zonde; gij zijt geheel melaats en onrein van de voetzolen tot aan het hoofd; dit moet gij, o zondaar! kennen, belijden en betreuren. Alle zodanige overtuiging zou in genen dele genoegzaam zijn, om de zondige mens recht te vernederen voor de hoge God en om hem geheel en al te brengen tot een hartgrondige verslagenheid over zijn zonden, en tot een heilige radeloosheid en een ware armoede van de Geest, zoals vereist wordt om een gepast voorwerp te zijn voor Christus en voor de vrije genade van het Evangelie. Want als de mens alleen maar van zijn zonde overtuigd werd, zonder dat hem Gods rechtvaardigheid en zijn verdiende straf ook tevens met kracht op zijn hart gedrukt wordt, zo zou hij dan voor Gods ontzaggelijke hoogheid, heilige majesteit en almachtige toorn en gramschap geenszins vrezen, of zich daaromtrent veel bekommeren, en zo zou hem de zonde, vanwege haar bittere en dodelijke gevolgen dan ook nooit recht tot een drukkende last zijn voor zijn gemoed, maar hij zou slechts uit zichzelf een deel flauwe en geveinsde pogingen bij God aanwenden en altijd maar in een werkverbond heimelijk blijven steken, zonder gelovig oprecht met Hem te handelen door de Borg en Middelaar Christus naar de voorgeschreven weg van het heilige Evangelie. Ja, het is niet mogelijk, dat er een ware overtuiging van zonde zou kunnen zijn, zonder overtuiging van de straf en van de dood en de vloek, die onafscheidelijk aan de zonde vast zijn. Want de zonde wordt in haar ware gedaante en natuur nooit recht van ons gezien dan in het helderschijnend licht van Gods oneindige hoogheid, heiligheid, gerechtigheid enz. Daar bekent men dan eerst recht tegen welk een geduchte en vreselijke Majesteit men gezondigd heeft, die de alvermogende Heere van hemel en aarde is en die de minste versmading of ontering van Zijn hoogheid niet kan verdragen of dulde, dat Zijn heilige geboden van enig schepsel overtreden of veracht worden. Wij hebben maar iets van Gods oneindige heiligheid en oppermacht te kennen, om te bemerken, welk een vreselijk God Hij is, welk een haat Hij heeft tegen de minste zonde, hoe schrikkelijk Hij Zich daarover vertoornt en welk een grimmig wreker Hij is om de zondaars tijdelijk en eeuwig te straffen. Dit zal ons dan van zelf leiden tot de gestrenge vloek van de wet, die God aan de ongehoorzamen en overtreders bedreigd heeft, zeggende: “Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen,” Gal. 3:10.

Deze Goddelijke sententie, eenmaal uitgesproken in het heilige gericht des hemels, is vast en onherroepelijk en even zomin als God Zijn wezen en deugden kan veranderen, kan Hij die sententie veranderen. Daarom zal nooit een enig zondaar uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in Christus, over wiens ziel dit veroordelend vonnis van de Goddelijke gerechtigheid niet eerst bevindelijk gegaan en uitgesproken is, door het inwendige licht van de Heilige Geest, hetwelk hem die waarheid duidelijk genoeg doet kennen, hartelijk geloven en personeel doet toe-eigenen, alzo dat de Geest hier zelf spreekt in het hart van de zondaar: gij zijt een goddeloos en vervloekt zondaar; gij ligt onder Gods toorn; gij zijt gevallen in de misdaad van de gekwetste Goddelijke Majesteit en hebt de dood en de helse straffen eeuwig verdiend; vervloekt is uw lichaam en ziel, uw gaan en staan, uw eten en drinken, ja ook uw eigenwillige en ongelovige godsdienst en uw beste deugden en werken; gij hebt met dat alles van Gods barmhartigheid niets te hopen; want Hij is een rechtvaardig Richter, een God die alle dagen toornt; “al wiest gij u schoon met salpeter en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere, Heere”, Jer. 2:22. “O zondaar”, zegt de Geest, “uw bidden uw schreien, uw kermen, uw op de borst slaan, uw vasten, uw aalmoezen, het kan u allemaal niets baten, omdat gij in de schuld en in de toorn zijt gevallen; want zo velen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder de vloek”, Gal. 3:10. Op die wijze drukt de Heilige Geest dan Gods vloek en toorn de uitverkorenen, welke Hij oprecht wil bekeren en Christus inlijven door een zaligmakend geloof, zodanig op het hart, dat zij daaronder geheel vernederd worden, voor de voeten van Gods Majesteit. O, zij erkennen nu, uit een volkomen gemoedsoverreding, dat zij niet alleen zondaars zijn van de buik af aan, en dat al wat in of aan hen is, en wat ooit door hen gedaan is, enkel zonde is, maar dat zij ook vervloekte zondaars zijn, die de hel, dood en eeuwige verdoemenis zekerlijk verdiend hebben, en dat God oneindig heilig en vlekkeloos rechtvaardig is, die de schuldigen geenszins wil onschuldig houden. Zij moeten die rechtvaardigheid in God nu ook volkomen billijken en toestemmen, ja, die aanbidden en prijzen, daarvoor beven, en zich daaraan geheel onderwerpen, met te erkennen, dat God hun geenszins onrecht zou doen, indien Hij hen voor eeuwig in de hel wilde werpen. Hun mond is hier, voor de hoge en heilige God, geheel gesloten en verstomd, en zij hebben niets voor Hem in te brengen tot hun verschoning; ach nee, maar zij roepen uit met David: Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet open doen, Ps. 39:10. Bij U, o Heere, is de gerechtigheid, bij ons de beschaamdheid der aangezichten, Dan. 9:7. En zo wordt hier dan bevindelijk en praktikaal, met het gemoed, de waarheid erkend van de heilige leer van de Apostel, opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem, Rom. 3:19, 20. Hier eindigen dan nu ook des mensen eigenwerk en gerechtigheid, waarin hij totnogtoe is blijven staan, onder al zijn voorgaande overtuigingen, arbeidende slechts alleen met zijn smekingen en tranen, en met een menigte van allerlei plichtsbetrachtingen, om Gods toorn te stillen, Zijn rechtvaardigheid af te wenden of te verzachten, en om Zijn genade en barmhartigheid te verwerven, zonder een hartelijk geloof in de Middelaar Christus Jezus. Want dit is gewoonlijk het uitwerksel van een onvolkomen overtuiging (indien de mens anders niet inkeert in een weg van volstrekte wanhoop, gelijk Kaïn, Saul, Judas en anderen), dat de drukkende last van de zonden op het hart en van de vrees van de dood zodanige ontwaakten en bekommerden enkel maar drijft in een wettische weg van eigen werkelijkheid, om God tot barmhartigheid over zich te bewegen. De mensen zijn uit hun ongelovige aard, en in hun diepe geestelijke blindheid toch al genegen, om eveneens met God te handelen, als een gevangen misdadiger doen zou, die wel genoeg overwonnen zijnde van zijn bedreven kwaad, dat des doods waardig is, zodat hij daartegen geen uitzonderingen, ijdele verschoningen of ontkennende pleitredenen weet aan te voeren, echter de heiligheid en de gestrengheid van het recht, dat tegen hem is, niet behoorlijk overweegt, en dus niet aanmerkt, dat hij met een onkreukbare en onverbiddelijke Richter te doen heeft, wiens ambt vereist, de gerechtigheid enkel maar te dienen en uit te voeren.

Zulk een misdadiger, zoekende zijn leven nog te redden en te behouden, indien mogelijk, zou het dan immers alleen daarop toeleggen, om te trachten met tranen en smekingen en met goede beloften, het hart van de Richter te vermurwen, en Hem tot barmhartigheid en medelijden te bewegen. Maar zo ras hij overtuigd wordt van de onverbiddelijke rechtvaardigheid en gestrengheid van de Richter, en dat het vonnis, over hem geveld, onveranderlijk en onherroepelijk is, acht hij zijn leven verloren te zijn, en laat af, om het behoud van hetzelve nog langer te schreien en te smeken. Nu gevoelt hij eerst het gewicht van het doodvonnis, dat hem drukt. O, hoe bang en benauwd is het hem nu, hoe is die arme mens nu te moede! Nu ziet of weet hij geen uitkomst meer om zijn leven te behouden; hij moet zich nu tot de dood gaan schikken, zulks is het beste en het enigste, wat hij kan doen. Dit is een bekwaam afbeelding van een ware geestelijke en zaligmakende overtuiging van zonden. Zo wordt de uitverkoren zondaar eerst recht voor God verslagen en verootmoedigd, verbrijzeld en verbroken van hart. Zo komt hij geheel aan het einde van zijn eigen wettisch leven, en laat al zijn eigen werk en gerechtigheid geheel varen, en treedt in zijn verloren staat, als een arme Tollenaar, en roept uit: dat het nu buiten hoop is. Zie, zo breekt Gods Geest dan nu de fundamenten van het oude Werkverbond in het hart van de zondaar geheel op, dat er ook zelfs niet een steen meer van blijft liggen, ten einde in die diepe, ledige en ontblote grond van ‘s mensen hart, het vaste en eeuwige fundament van het geloof, Christus Jezus, nu te plaatsen, door middel van de gewisse beloften van het Evangelie, en daarop dan het heerlijke gebouw van het nieuwe Genade verbond, in Zijn bloed, neer te zetten, hetwelk de poorten der hel niet zullen overweldigen. En op die wijze komt dan een ware Gereformeerde bekering, die geheel veel verschilt van alle Pelagiaanse of Enthusiastische schone konterfeitsels (namaaksels) van bekering, waar er zo velen ongelukkig mee gaan naar het eeuwige verderf.

Mensen, die wel de genade van het Evangelie willen geloven, maar die de vloek van de wet nooit willen geloven. Waarlijk, dan is de genade geen genade meer, indien de mens die niet zuiver en alleen door Christus, maar ook door zijn tranen, gebeden en werken nog heeft weten te verkrijgen, hoe mooi Evangelisch de wijze van zijn wettische handel hier ook al mag liggen, en hoe subtiel zijn bedrog ook mocht zijn. Want waar slechts een half volkomen overtuiging is, die de mens niet geheel en al brengt tot het gevoelen van zijn verloren staat in Adam, gelijk als nu is aangewezen, daar wordt nooit oprecht gelovig, maar altijd wettisch, ongelovig en door eigenwerk met Christus en met het Evangelie gehandeld. De bekommerde ziel slaat daar haar ogen niet zuiver alleen op de beloften van Gods genade, en op de vrije aanbieding van Christus in dezelve aan alle arme radeloze zondaren, zonder onderscheid, die maar van harte gewillig zijn, om Hem, geheel om niet, te ontvangen en aan te nemen. Ach nee! Dat zalig Evangelie blijft voor haar dan nog bedekt, omdat het voorhangsel van haar vlees nog niet geheel in stukken gescheurd is, van boven tot beneden. De mens, hoe benauwd en bekommerd hij ook zijn mag, ligt dan nog zo vast niet gebonden onder de overtuiging van zijn schuld, vloekwaardigheid en onmacht, dat hij zichzelf niet meer roeren of bewegen kan, maar het in een heilige radeloosheid en waarachtige zielsverlegenheid allemaal aan zijn kant, voor de vrije genade Gods in Christus, geheel moet opgeven. Nee, hij werkt in een wettisch en een Evangelisch werkwijze, om met zijn tranen, gebeden en uitroepingen, met zijn belijdenis van zonde, en met allerhande arbeid en plichtsbetrachtingen, God te willen bewegen tot genade, en om een Zaligmaker aan hem te schenken, terwijl hij door enkele blindheid en ongelovigheid niets recht kan zien van de gewilligheid, van de algenoegzaamheid en van de nodiging en vrije aanbieding van Christus, in de beloften van het Evangelie. Indien zóeen hier door een nadere ontdekking en inlichting van de Heilige Geest, van deze zijn ongelovigheid niet wordt overtuigd en niet recht wordt ingeleid in zijn verloren staat, hoe hij met al zijn bidden, tranen, werken en begeerten, enz. geheel verdoemelijk is voor God, dan blijft hij in dat ongelovig, wettische werk gewoonlijk zo lang bekommerd en verlegen staan, totdat hij op de een of andere wijze, door een waan- of tijdgeloof uit zijn benauwde angst en overtuiging gered wordt.”

Bron: http://www.dewoesteweg.nl/oudvaders/the ... se-genade/

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Feb 04, 2013 7:05 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Artikel Refdagblad.nl 01-02-2013 schreef:
Ds. Kort betreurt commotie over boek in OGGiN

BARNEVELD – Ds. A. Kort, predikant van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN), betreurt het dat zijn boek ”Wedergeboorte of schijngeboorte” binnen zijn kerkverband aanleiding heeft gegeven tot verwarring.

Dat staat in een verklaring in het Kerkblad van de OGGiN dat vrijdag is verschenen. De verklaring is ondertekend door deputaten naar artikel 48 en 49 van de DKO. Zij betreuren de „commotie en verwarring” in eigen kring en wijzen erop dat ds. Kort zijn boek geschreven heeft op persoonlijke titel. De „ver­oordelende toonzetting” die in het boek gebruikt is, wijzen deputaten af.

Ds. Kort, predikant te Krimpen aan den IJssel, is met deputaten van mening dat het niet de geordende weg was om zijn zorg over de prediking op deze wijze kenbaar te maken. Hij erkent dat zijn boek aanleiding gaf tot misverstanden en zegt dat het niet zijn opzet was om voorgangers van zijn kerkverband in een verkeerd daglicht te plaatsen.

De deputaten geven aan dat verschillende predikanten „andere accenten leggen.” Daarbij delen zij de zorg van ds. Kort dat er in de prediking rust wordt gegeven „op grond van overtuigingen en werkzaamheden, zonder dat er sprake is van een gegronde hoop door enige kennis van Christus. Dit heeft ds. Kort in zijn boek willen bestrijden. Eveneens zijn allen beducht voor een vermeende Christuskennis, zonder kennis der ellende en het plaats­makende werk des Geestes.”

http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieu ... n_1_711863

Opnieuw Onrust

Ds. A. Kort heeft met de apologetische inhoud van zijn boek “Wedergeboorte of Schijngeboorte” reformatorisch kerkelijk Nederland doen schudden. Vooral voorgangers en anderen uit de kringen van de Ger. Gem (in Ned) voelden zich aangesproken. Hun theologie wordt aangetast. Het is opmerkelijk met welk een ijver de voormannen van deze kerken hun leer trachten te verdedigen en geloofwaardig te maken. Het is des te meer opmerkelijk waar te moeten nemen dat men hun leer nauw verbind met in hun ogen “zeer achtenswaardige voorvaders” Kersten, Steenblok, Mallan, etc. Jammer, dat men zo hoog op geeft van de mens. Men grond de waarheid niet uitsluitend op de leer der Schrift, maar meer op de (filosofische) inzichten van mensen. Des te meer jammer, dat men zo ver weg is van wat eens Johannes de Doper antwoorde op de vraag “Wie zijt gij? Hij zeide: ik ben de stem des roepende in de woestijn” (Joh. 1:22-23). De mens is wat geworden, hij is in het middelpunt gaan staan. Christus is opzij gezet.

Is het teveel gezegd als we zeggen dat we Christus Zijn kerk hebben ontfutseld. De mens is over de kerk gaan heersen, hij heeft de kerk naar zich toegetrokken. Voornoemde kerkverbanden hebben een eigen leer ontwikkeld, dwalingen zijn fundamentele leerstukken geworden. Het is net als ten dage van de Richters. Een ieder heeft zijn eigen hoogten en heiligdommen opgeworpen. We noemen dat “eigenwillige godsdienst”. O wee, wanneer er aan die heilige huisjes geschut wordt. De nazaten van Kersten, Kuiper, Steenblok, Mallan, enz. tappen allemaal uit het zelfde vaatje. Met hun leer zijn ze in de mens teruggekeerd. De leer der bekering is mens centrisch geworden. De mens gelooft zoveel hij gevoeld heeft. Hiermee verondersteld hij, dat hij geestelijk leeft. De veronderstellingsleer heeft zijn ingang gevonden.

Eens zei een predikant “De gereformeerden hebben een veronderstelde wedergeboorte, Hervormden hebben een verondersteld geloof, Oud Ger. Gem., Ger. Gem. (in Ned) zijn verondersteld gereformeerd. Allemaal hebben ze wat waarmee ze het op de been houden. Het ergste is dat dit gepredikt wordt en mensen dit gaan geloven. Kortom, afscheiding heeft verwoestend gewerkt, een ieder is met het zijne aan de haal gegaan. De schuld als gevolg van de dwaalleer en gebrokenheid der kerk is vele malen groter dan de schuld van de wereld. De gewetens van de mensen worden aan de kerk en aan z.g. achtenswaardige dominees gebonden.

Het onderscheid tussen de Bijbelse heilsleer en de bevindelijke heils weg is weggeleerd. De zaligmakende verzekerende geloofsleer heeft plaats gemaakt voor de bedrieglijk gevoelsleer. De eenvoud des geloofs is ingeruild voor de wispelturigheid van het gevoel. Ware geestelijke bevinding is verwisseld voor de oppervlakkigheid van de menselijke emotie.

De radicaliteit van de afsnijding in Adam en de overzetting in Christus is veranderd in de bedrieglijk stappen leer; “het op weg zijn”. Alles buiten Christus is geen schijn meer. De Schriftuurlijke leer dat alles buiten Christus verdoemd ligt wordt verdraait tot een leer waarin een mens buiten Christus toch enige hoop mag hebben. De leer, dat vanuit Christus alleen de verborgenheid Gods gekend kan worden is veranderd in een leer van Gods kennis buiten Christus en Christen kennis buiten God om. Zo wordt de triniteit van het Wezen Gods aangerand.

Wat heeft of wat werkt het boek van ds. Kort uit? Het ware te wensen dat de inhoud van zijn boek als een zuiverende noorderwind door onze kerkelijke gezindte zou gaan stormen waardoor al de heilige huisjes omver geblazen zouden mogen worden. Dominees en deputaten proberen in de verschillende kerkelijke bladen de onrust weer te stillen en de aangebrachte schade weer te herstellen. Sommigen noemen wat ds. Kort schreef accent verschillen. Daarmee worden fundamentele leerverschillen ontkracht. Het lijkt weer stil te worden, de kerkelijke rijen worden weer gesloten. De kerkelijke trein moet weer voort.

Het ware te wensen dat het God mocht behagen om geheel ons z.g. reformatorische bolwerk eens omver te blazen en dat Hij ons weer terug zou willen brengen tot het zuivere erfgoed der Reformatie. Dat is, de rechtvaardiging van de goddeloze om niet. Het lijkt dat het weer stil is geworden, de waarheid wordt weer ten onder gehouden. Slaap zacht en slaap je dood. Gods eer gekrenkt, Chr. verloochend, de kerk verdwaald. Bedroevend voor hen die door genade in de waarheid mochten blijven staan, toch berustend in de wil van God.


Kandidaat E. Van Ittersum - Ter Aar

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Feb 11, 2013 11:13 am 
Offline
Moderator

Geregistreerd: Do Okt 04, 2012 11:42 am
Berichten: 36
Ds. P. de Vries schrijft een vervolg:

Citaat:
Het boek van ds. Kort is een moedig boek. Zelf stelt hij dat zelfkritiek niet de sterkste kant is van de gereformeerde gezindte. Echter, zelfkritiek is nodig en gezond. Helaas is heel herkenbaar dat zich bevindelijk noemende predikanten doen alsof zij de waarheid in pacht hebben. Kritiek op hun opvattingen wordt zonder meer als verzet tegen God Zelf afgedaan, terwijl zij inzichten huldigen die niet sporen met de belijdenisgeschriften, met de kanttekeningen van de Statenvertaling en met de theologie van reformatoren en puriteinen. Zijn oproep om Christus tot zaligheid te omhelzen en alle beschouwingen die daarvan afhouden, te verwerpen, kan niet luid genoeg klinken.

De afgelopen jaren zijn er meerdere boeken verschenen waarin kritische geluiden zijn geuit over theologieën in de rechterflank van de gereformeerde gezindte die door een veelheid van onderscheidingen in het geestelijke leven worden gekenmerkt. Het speerpunt van die boeken lag in het feit dat zo mensen van Christus worden afgehouden en in het donker gebracht. Kort ontkent dit niet, maar zijn speerpunt is anders. Dat is dat mensen de indruk gegeven kan worden dat zij een christen zijn, terwijl dit geenszins het geval is. Naar mijn diepe overtuiging zijn er van beide zaken voorbeelden te geven, namelijk dat oprechte christenen in het donker worden gehouden, omdat zij niet bij voortduur rechtstreeks op Christus worden gewezen, maar ook dat aan mensen – onder het mom dat er een woord voor bekommerden moet worden gesproken – zonder dat er grond voor is voet wordt gegeven aan de gedachte dat de Heere in hun leven is begonnen. Of het nu met een bepaalde verbondstheologie is of met een wat Kort noemt embryotheologie is, in beide gevallen kan men de zienswijze gaan verdedigen dat er geestelijk leven is zonder persoonlijke kennis van Christus en zonder de persoonlijke wetenschap dat men eerst verloren was en nu uit genade behouden. Kort noemt eenmaal de naam van dr. Woelderink. Hij wijst er dan op dat Woelderink zich tegen Kuypers visie van een rechtvaardiging van eeuwigheid keerde. Echter, hij had ook kunnen noemen dat Woelderink, wiens verbondstheologie zo’n kwalijke invloed heeft gehad in de Hervormde Kerk, Comrie hoger aansloeg dan Brakel en wel, omdat Comrie de eigenlijke rechtvaardiging buiten de ervaring hield, terwijl voor Brakel de eigenlijke rechtvaardiging altijd een ervaren rechtvaardiging is. Een ervaring die zich volgens Brakel trouwens over het gehele leven van een christen uitstrekt.

Voor wie ervan overtuigd is dat het geestelijke leven nooit bestaat buiten doorleefde kennis van Christus en van de vergeving van zonden in Zijn naam, zijn de verschillen tussen een verbondstheologie waarbij men niet tot nauwelijks recht doet aan de noodzaak van wedergeboorte en een embryotheologie waarbij wedergeboorte aanwezig wordt geacht zonder Christuskennis, van ondergeschikt belang. Zij zijn meer cultureel dan principieel. Kort verwoordt met zijn inzichten een lijn die vroeger veel sterker in de rechterflank van de gereformeerde gezindte te vinden was dan nu. Ik denk aan mijn eigen overgrootvader die bij een kleine gemeente behoorde die zich als een nooddak buiten de Hervormde Kerk zag. Van zijn drie zonen ging er één over naar de Gereformeerde Kerken – die in die jaren niet alleen leerstellig nog onverdacht gereformeerd waren maar ook nog een bevindelijke stroming herbergden. Een andere zoon ging over naar de Gereformeerde Gemeenten. Voor mijn overgrootvader maakte het – gezien het feit dat er in beide kerken ruimte was voor de zienswijze dat er van geestelijk leven sprake kon zijn buiten een daadwerkelijk gelovig omhelzen van Christus – weinig uit.

Het boek van Kort is een moedig boek. Tegelijkertijd moet wel worden geconstateerd dat het meer dan eens wat kort door de bocht is en zaken versimpeld worden. Om met het eerste te beginnen denk ik aan de relatie tussen de gereformeerde leer en de scholastiek. De scholastiek is, voor wie dat niet weet, theologie die de logica van Aristoteles gebruikt om de inhoud van de Bijbelse boodschap te ordenen. Kort spreekt louter negatief over de scholastiek. Vanuit Maccovius trekt hij via Comrie lijnen naar Kuyper, Kersten en Steenblok. Echter, de relatie tussen de scholastiek en de gereformeerde theologie is veel complexer en genuanceerder dan Kort doet voorkomen. Luther heeft tegen de kwalijke invloed van de aristotelische logica op de theologie geprotesteerd. Toen men evenwel de boodschap van de Reformatie op ordelijke wijze uiteen ging zetten, ontkwam men er niet aan de logica als hulpmiddel te gebruiken. Zowel Calvijn als Melanchthon maakten een voorzichtig gebruik van de scholastiek bij de verwoording van de leer van de rechtvaardiging. In de Bijbel zelf lezen we zowel dat wij gerechtvaardigd worden door Christus’ bloed als dat wij gerechtvaardigd worden door het geloof. In de gereformeerde leer werd het bloed van Christus de materiële oorzaak van de rechtvaardiging genoemd en het geloof de instrumentele oorzaak. Hier zien we dat scholastiek in dienst staat van de verheldering en verwoording van de boodschap van het Evangelie.

Latere gereformeerden hebben een nog overvloediger gebruik gemaakt van de scholastiek dan Calvijn en zijn directe navolgers. Daarbij ging de een wel verder dan de ander. Zowel de Dordtse Leerregels als de Geloofsbelijdenis van Westminster zijn niet los te denken van de gereformeerde scholastiek. Dat doet echter niets af van hun waarde. Scholastiek moeten wij in eerste instantie slechts als een vorm of hulpmiddel zien om de Bijbelse boodschap te ordenen en te verhelderen. Echter, het gevaar is groot dat deze vorm een eigen leven gaat leiden en dat men los van de Schrift al redenerend tot allerlei inzichten komt. Dan gaat het mis. Wie echter alle gebruik van scholastiek afwijst, moet met de belijdenisgeschriften zelf al moeite krijgen. Dat geldt niet alleen de Dordtse Leerregels, maar ook de Heidelbergse Catechismus. Zo is de vormgeving van Zondag 5 en 6 niet los te zien van de mede door de scholastiek bepaalde denkwijze van de middeleeuwse theoloog Anselmus. Wat er staat, is daarmee niet minder waardevol en Bijbels.

Kort lijkt ook moeite te hebben met het onderscheid tussen wedergeboorte in engere en ruimere zin. Dit is echter een zinvol onderscheid. We kunnen over wedergeboorte in de zin van levenslange vernieuwing spreken. Dan is wedergeboorte een vrucht van het geloof en kan je, zoals dat ook te vinden is in de kanttekeningen van de Statenvertaling, over trappen in de wedergeboorte spreken. Wedergeboorte kan echter ook worden gezien als de inplanting van het geestelijke leven. Zo wordt er in de Dordtse Leerregels over gesproken. Zo opgevat is het een werk dat God zonder ons in ons werkt en gaat het – logisch gezien althans – aan het geloof vooraf. Pas als wij door Gods Geest zijn wedergeboren, kunnen en zullen wij daadwerkelijk geloven. Wie niet van wedergeboorte in engere zin wil weten, loopt wel heel groot gevaar het arminianisme in de hand te werken. Dat wil Kort allesbehalve. Meer dan eens lijkt het ook dat hij de consequenties van wat hij schrijft, niet goed overziet.

Wie Comrie recht wil doen, moet beseffen dat hij duidelijk wilde maken dat de grond van de rechtvaardiging helemaal buiten ons ligt en dat het geloof een genadegave van God is. Bezwaar is dat vanuit deze op zich Bijbelse gezichtspunten vervolgens los van concrete Schriftgegevens allerlei conclusies worden getrokken. Dat zien we al bij Comrie gebeuren, maar negentiende-eeuwse en latere navolgers van Comrie zijn veel verder gegaan. Zolang we – afgezien van kleine kinderen – maar vasthouden dat de hebbelijkheid van het geloof zich altijd uit in het daadwerkelijk omhelzen van Christus, is er tegen een onderscheid tussen hebbelijkheid en dadelijkheid van het geloof nog niet zoveel bezwaar in te brengen. Ik meen dat Comrie zelf dit meer heeft willen doen dan Kort laat voorkomen. Hij lijkt wel erg af te gaan op de interpretatie van drs. G.A. van den Brink en drs. W.J. van den Brink. Dr. Van Vlastuin en drs. D. Baarssen hebben laten zien dat hierop wel wat valt af te dingen.

Wanneer Comrie schrijft dat de Heere door Zijn Heilige Geest enige stralen van Zijn goddelijk licht inde ziel laat vallen en de zondaar de beminnelijkheid van Christus en de weg van verlossing doet verstaan, meent Kort dat in zo’n geval een mens nog een kind des toorns is. Dat kan ik hem echt onmogelijk nazeggen. Het beeld dat Comrie hier gebruikt, vinden wij ook bij Calvijn. In Institutie III, II, 19 schrijft Calvijn: ‘Want evenals wanneer iemand, die, in de gevangenis opgesloten, door een klein venster de stralen van de zon slechts van terzijde en als het ware ten halve ziet schitteren, wel beroofd is van het vrije aanschouwen der zon, maar toch met zijn ogen geen twijfelachtige glans opvangt en het gebruik daarvan ontvangt, zo worden wij, hoewel we gebonden zijn door de boeien van het aardse lichaam en met veel duisternis aan alle kanten worden omschaduwd, toch, ofschoon Gods licht slechts een weinig ons bestraalt om zijn barmhartigheid te doen zien, voldoende verlicht om een grondige gerustheid te verkrijgen.’

Als voorbeelden van hoe wel moet worden gepredikt, worden in een afzonderlijk hoofdstuk expliciet Van der Groe, Ledeboer, Kohlbrugge, Paauwe en Du Marchie van Voorthuizen genoemd. Ik maak hier enkele kanttekeningen. Ds. Du Marchie van Voorthuizen stelde weliswaar heel nadrukkelijk dat het nodig was van een bewuste overgang in Christus weet te hebben, maar hij kon zeggen dat wij voordat wij in Christus worden ingelijfd Gods verdoemend recht als zoet moeten leren ervaren en kussen. Kort noemt dit laatste niet, maar wie eerlijk wil zijn, mag dit niet verzwijgen. Het gaat hier om een zienswijze die door de gereformeerde vaderen heel nadrukkelijk is bestreden. Ik verwijs slechts naar Brakel en Koelman. Hier wordt namelijk van de zondaar iets verwacht wat alleen Christus kan en zelfs Die bad nog of deze drinkbeker aan Hem voorbij kon gaan. Van een zondaar wordt niet gevraagd Gods recht te kussen maar van de Sinaï naar Sion te vluchten. Zalig zijn we als we de Zoon leren kussen. Du Marchie van Voorthuizen heeft zelf vaak gezegd dat hij vergeleken bij de oudvaders slechts een walmend nachtpitje was. Zijn inzicht over het recht Gods is daarvan een duidelijk bewijs. Dat was trouwens ook een van de redenen dat zijn collega ds. C. Smits nogal kritisch was naar hem en dat meer dan eens ook publiek liet merken. Niet minder dan de embryotheologie is deze leer strijdig met de bloedtheologie. Ook geschriften en preken waarin dit inzicht wordt verdedigd, kan men beter ongelezen laten. Een christen roemt niet in zijn bereidheid onder Gods recht verloren te gaan (dat heeft in Gods gericht geen enkele waarde) maar in het bloed van Christus dat van alle zonden reinigt.


Omhoog
 Profiel  
 
BerichtGeplaatst: Ma Mrt 25, 2013 3:44 pm 
Offline
Site Admin

Geregistreerd: Di Okt 02, 2012 1:38 pm
Berichten: 200
Woonplaats: Katwijk aan/zee
Nederlands Dagblad door Bart Jan Spruyt schreef:

Geloof: De lange weg tot Christus
Een mens kan nooit voorzichtig genoeg zijn. Zijn hart is immers arglistig, en het zelfbedrog ligt daarom altijd op de loer. ‘Bekeerd’ ben je dus niet zomaar.

Het verdient niet alleen aanbeveling een bekeringsverhaal eens te laten overwinteren, beter nog is het om de twijfel, aan de eigen bekering en aan die van anderen, tot deugd te verheffen. Een mens moet eerst grondig aan zichzelf worden ontdekt, tot op het punt dat hij zich voor God verootmoedigt tot in de omhelzing van zijn eigen verdoeming en hellevaart aan toe.
Zo’n ervaring zou, misschien, de weg tot de kennis van Christus kunnen openen. Maar dat moet eerst nog maar eens blijken. Het is een manier van theologiseren en preken die voor de gemiddelde lezer van het ND waarschijnlijk enige toelichting behoeft. We bevinden ons hier in het hart van de bevindelijk-gereformeerde theologie (of in ieder geval: van een dominante, ‘rechtse’ stroom daarvan). Hier woedt de zielestrijd van de gelovige om zekerheid van zijn aandeel in de zaligheid.

wanhoop
Hier voltrekt zich het geloofsleven volgens de ‘orde des heils’ zoals getekend door Alexander Comrie (een van oorsprong Schots theoloog die de gemeente van Woubrugge heeft gediend en wiens denken bepalend is geweest voor theologen als Kuyper, Kersten en Steenblok). Een mens is dood in de zonden en misdaden, gedoopt en christelijk opgevoed of niet, dat doet er niet toe. Er moet een wonder aan hem gebeuren. Dat wonder heet de wedergeboorte. Dan wordt hij van dood levend gemaakt.
Maar die wedergeboorte is slechts het vertrekpunt voor een lange reis. Hij gaat God missen, leert zijn zonden kennen, gaat steeds minder zonden doen maar een steeds groter zondaar worden, gaat roepen om vergeving, wordt soms getroost door woorden uit het evangelie maar die troost is Christus niet. ‘Zien is nog geen hebben.’ Christus blijft lang verborgen, soms jaren, vele jaren, totdat het dodelijkst tijdsgewricht van heilzame wanhoop aanbreekt. Dan openbaart Christus zich en mag de zondaar Hem door het geloof omhelzen.

discussies
Op de weg daarnaartoe doet de bekommerde velerlei bevindingen op. Rondom die ervaringen is een hele literatuur aan beschrijvingen (in preken en verhandelingen) en voorbeelden (bekeringsgeschiedenissen) ontstaan. Die ervaringen zijn gesteld in een geheel eigen taal, de ‘tale Kanaäns’, met eigen zegswijzen en uitdrukkingen die vooral in gezelschapskringen zijn ontwikkeld. Eén zo’n typische zegswijze is de uitdrukking ‘zien is nog geen hebben’.
Onlangs is er een boek verschenen, geschreven door Adriaan van Belzen, waarin deze uitspraak en alle andere stadia op de bevindelijke weg des heils aan vijftien dominees uit bevindelijk-gereformeerde kring worden voorgelegd. Het resultaat is een kakofonie aan interpretaties en meningen, waarover zelfs het Reformatorisch Dagblad schreef dat dergelijke discussies zo maar kunnen uitlopen op ‘hopeloos gekissebis’.

correctie
Zo af en toe staat er dan iemand op die met het mes van de Reformatie de aangroeisels van piëtisme, gezelschapstaal en bekeringsschema’s een grondige scheerbeurt geeft. De laatste, moedige poging daartoe was van de hand van ds. A. Kort, predikant van de Oud Gereformeerde Gemeente in Krimpen aan den IJssel.
Een correctie van binnenuit dus, waarbij met een beroep op Calvijn, de belijdenisgeschriften en de kanttekeningen bij de Statenvertaling de Comriaanse, Kersteniaanse en Steenblokkeriaanse schematiek als zielsgevaarlijk werd neergezet. Geen geestelijk leven buiten de kennis van Christus, luidde de kern van zijn belangrijke (maar niet altijd even handig verwoorde) correctie. Het kwam ds. Kort op publieke schrobberingen te staan in de bladen van de kerkverbanden die op het gedachtegoed van Kersten en Steenblok gestoeld zijn (De Saambinder van de Gereformeerde Gemeenten en De Wachter Sions van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland).

liefhebben
Wijzer en doordachter was de reactie van dr. P. de Vries in het Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk. Hij viel ds. Kort bij in de kern van diens boodschap. Geen wedergeboorte buiten de omhelzing van Christus door het geloof om. Maar hij voegde er ook aan toe dat we gemakkelijk in een semantische discussie vervallen. We moeten niet vergeten dat er christenen kunnen zijn die de zaken leerstellig wat onhandig of onjuist verwoorden maar Christus toch hartelijk liefhebben.
‘Veel eenvoudige christenen uit de gereformeerde gezindte’, aldus De Vries, ‘bekommeren zich slechts om één ding, namelijk Christus toe te behoren, en zij begeren van de kansel iets over Hem te horen en over het werk van Zijn Geest waardoor wij aan Hem worden verbonden en uit Hem bediend.’

geboorte
Maar als dat nu niet gebeurt? Als de Naam van Christus van de kansel wel wordt genoemd, maar de weg tot Hem zo lang wordt dat Hij in feite zo goed als onbereikbaar wordt, als de weg tot Hem wordt geblokkeerd door voorwaarden die de weg tot het geloof in Hem zouden moeten banen terwijl die zaken (droefheid naar God, oprecht berouw etc.) in feite vruchten van dat geloof in Christus zijn?
Het is geen wilde gok om te denken dat de prediking in veel kerken dit voorwaardelijke stempel draagt. En zoals het Woord is, zei Luther al, zo is de geboorte. Klachten over geesteloosheid, steeds meer ontbrekend geestelijk leven, onzekerheid, onverschilligheid en baanbrekend materialisme zijn dan ook niet van de lucht. Maar niemand die bedenkt dat dat ook wel eens aan de prediking zou kunnen liggen.

veilig
De gereformeerde gezindte verkeert in een lichte staat van paniek. De vanaf de jaren zeventig zorgvuldig opgebouwde zuil wordt van buitenaf en van binnenuit bedreigd. Waarschuwingen tegen de paarse tijdgeest, tegen de agenda van dit kabinet, de dreigende inperkingen van rechten en vrijheden (onderwijs, vereniging) worden regelmatig – en terecht – geuit. Voorzichtig komt er, gelukkig, ook enige bezinning op gang over de bedreigingen van binnenuit.
De ‘refo’s’ gaan zich in toenemende mate realiseren dat alle dijken en muren rondom de eigen wereld geen garantie tegen innerlijke vermolming hebben geboden. Misschien wordt die afname van geestelijke kracht zelfs wel door die dijken veroorzaakt: je kunt je er immers achter terugtrekken en je dan veilig wanen, en heel veel zaken op hun beloop laten of aan anderen overdragen.

prediking
Kortom, de bevindelijk-gereformeerden ontdekken wat anderen al veel eerder hadden vastgesteld. Dat de verzuiling, de mobilisatie en emancipatie van de eigen geloofsgemeenschap, grote risico’s en schaduwzijden meebrengt: het geloof wordt een leerstelsel, een sociale code, en de vorm wordt de norm.
Achter die vorm verkommert het geloof, en de onzekerheid daarover wordt gecompenseerd door een verbeten activisme voor de eigen zuil, Want als die wegvalt, blijft er helemaal niets meer over. Maar ondertussen wordt de kernvraag, de vraag naar de prediking, vermeden.

Bevindingen: gesprekken over de orde van het heil
Adriaan van Belzen. Uitg. De Groot Goudriaan, Utrecht 2012. 303 blz. € 19,90

Wedergeboorte of schijngeboorte: de Bijbelse bloedtheologie vergeleken met de filosofische embryotheologie
A. Kort. Uitg. Tekstservice Vermeulen, Meteren 2012. 206 blz. € 19,50

_________________
Houdt u zich a.u.b. aan deze regels van dit forum: viewtopic.php?f=18&t=10&p=10#p10


Omhoog
 Profiel  
 
Berichten weergeven van de afgelopen:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Reageren op dit onderwerp  [ 646 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1 ... 61, 62, 63, 64, 65

Alle tijden zijn UTC [ Zomertijd ]


Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 0 gasten


U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit forum
U mag geen reacties plaatsen op onderwerpen in dit forum
U mag uw berichten niet wijzigen in dit forum
U mag uw berichten niet verwijderen in dit forum
U mag geen bijlagen plaatsen in dit forum

Zoeken naar:
Ga naar:  
cron
POWERED_BY
Vertaald door phpBBservice.nl.