Artikelen & Meditaties

Posted by admin | | vrijdag 24 oktober 2008 10:04 am

Archief meditaties :  klik hier

 

 

Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden. (Exodus 7:17)

 

Geliefden, wanneer God Zijn verkoren volk Israel door een uitgestrekte arm en grote gerichten (= plagen) aanvankelijk begint te verlossen, dan kondigt Hij Zijn bevel af in het diensthuis om uit te trekken, opdat zij Hem dienen in vrijheid en in gerechtigheid en geen dienstknechten der ongerechtigheid meer zullen zijn. Dit is de verlossing echter nog niet, maar de weg tot de verlossing door het bloed des Lams en het Water des levens om niet. Dan brengt God de eeuwigheid in de tijd, en de zondaar in zijn diensthuis begint te beseffen dat hij een eeuwige ziel heeft die zijn Rechter straks rekenschap moet geven van zijn rentmeesterschap. Dan wordt de ziel gewaar dat wie zondigt de eeuwige dood zal sterven, Gen. 2:17, Ezech. 18:4,20. Want, die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard (in het vlees), opdat Hij de werken des duivels verbreken zou, 1 Joh. 3:8. Gods wet die hem ten leven was, is hem ten dood bevonden. Maar satan die de macht der wet over die zondaar heeft, heeft dit gebod om uit te trekken ook vernomen, en wil deze ziel geenszins laten gaan, integendeel, hij zet hem aan tot nog meer zondigen, en hard werken vanuit een verbroken werkverbond. De gesel gaat erover heen, en de aanvankelijk veroordeelde zondaar begint zijn bestaan voor God op te knappen. De zondaar wil de ketenen der zonden verbreken, maar mist de geestelijke kracht daartoe. Niet wetend en niet beseffend, dat Gods heilige wet krachteloos geworden is door zijn verdorven zondige vlees. Het recht der wet moet in zijn bestaan vervuld worden! Er is een heilige twist in het diensthuis der zonden aangevangen. God wil deze ketenen verbreken en de zondaar verlossen door bloed en water, maar satan houdt hem in zijn klauwen gevangen onder Gods vloekende wet. God kan niet buiten Zijn heilige wet om, en moet derhalve de gerechtigheid opeisen in het hart van de zondaar. Deze gerechtigheid Gods eist een rechtvaardige doodstraf, vanwege de verbreking van Gods heilige wet. Het begin van deze aanvankelijke verlossing is dus niet gericht tegen die zondaar, maar geschiedt evenwel ook niet buitenom het hart van die zondaar. De zondaar moet leren dat God geen behagen (meer) heeft in zijn gekerm en in zijn werken in het diensthuis. Want door veel en hard werken zullen aangenomen kinderen nooit erven! De zondaar moet leren roemen en gelovig inzien in de vervulde wet die der vrijheid is, Jac. 1:25, gelijk het verloste Israel de vervulde wet in vrijheid ontving bij de berg Sinai. Christus droeg die heilige Wet dien God den sterveling had gezet, in Zijn binnenste ingewanden (= stenen tafelen der Wet in de ark des verbonds), opdat de overtreding van Zijn verkorenen werd veroordeeld in Zijn vlees, Rom. 8:3-4, 2 Kor. 3:7-9. God heeft al die tranen en dat lijden wel gezien, Ex. 2:25, en heeft Zijn verkorenen zekerlijk gekend en liefgehad, en begon derhalve een heilige twist in het geestelijke diensthuis waarin Zijn volk woonachtig is. Maar bedenk en vergeet nooit dat niet ene plaag Israels verlossing teweeg heeft gebracht. Waartoe waren dan die vreselijke gerichten, de oordelen en de plagen Gods? Zij moesten het bestaan en het leven in het diensthuis onhoudbaar, onleefbaar en ondraaglijk maken. Israels enige verlossing lag verklaard in het gestreken bloed van het geslachte paaslam aan de deurposten waardoor het dodelijk verderf hen voorbij ging, en in het water van de Rode Zee…door hetwelk de doop beduidt wordt.

Om Zijn Goddelijk bevel te bekrachtigen verandert God de levensader in het diensthuis in bloed, waardoor het Nijlwater ondrinkbaar en onbruikbaar wordt. De vissen sterven en de oogst is vergeven. Dit is de eerste tucht die God gebruikt opdat Zijn volk in vrijheid zou drinken uit de steenrots van het Water des levens om niet. God veranderde de Egyptische Nijl in bloed, en de vernederde en verslagen Nijlgod Hapy kon geen bescherming bieden aan de diegenen die in het diensthuis woonden. Heeft God de levensader in uw bestaan alrede veranderd in bloed, lezer? Wat bedoel ik daarmee? Misschien is deze levensader wel uw bedrijf waarvoor u leeft, of uw vrouw die u aanbid, of uw kinderen die u verafgood. Maar deze levensader kan ook uw geld zijn, of uw roem en eer die u van mensen ontvangt, of uw verworven kennis, of uw hoogmoed. Wanneer God deze levensader in uw diensthuis veranderd in bloed, dan kunt en wilt u daarvan niet meer drinken. Dan spuugt u het uit, en verlangt u naar ander Water. Zie daar de tuchtwerking der wet! Laat ik nog iets concreter zijn, en hierbij enkele voorbeelden noemen. Wanneer de Heere Jezus in Joh. 4:4-29 die ene verkoren Samaritaanse vrouw ontmoet, dan vraagt Hij van haar te drinken. Hij die zonder zonden was, zocht gemeenschap met een zondares die een hoerachtig leven leidde. Hierdoor ontstond een heilige twist in haar hart, want Joden zochten geen gemeenschap met Samaritanen. De Heere Jezus begint een gesprek met haar, en al sprekende ontdekt hij haar innerlijk aan haar zondige bestaan voor God. Ze wordt langzaam maar zeker ingewonnen en tot Hem getrokken, opdat ze zou drinken van het Water des levens wat Hij haar te drinken kon geven. Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man. Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd, (Joh. 4:16-18). Zie daar hoe de levensader in haar zondaarsbestaan voor God werd veranderd in ondrinkbaar bloed, lezer. Al sprekend eist Christus de gehoorzaamheid (= gerechtigheid) door de veroordelende kracht van Zijn heilige wet in haar op, waardoor tenslotte de dood over haar bestaan werd gebracht. Dit deed Christus opdat Hij haar enige Man, haar enige Weg tot zaligheid, haar enige Waarheid, en haar enige Leven worden zou. Dit kon echter alleen geschieden wanneer zij op geestelijke wijze van Zijn levende water drinken zou, opdat ze nimmermeer dorsten zou, Joh. 4:13-14. Hoe en op welke wijze kon zij dan drinken van dit levende Water? Namelijk door Goddelijke openbaring, lees hier: “Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek (vers 26).” Kijk lezer, en dan zijn haar banden gebroken, dan mag ze uitgaan uit haar diensthuis van zonden door de weg van het toegepaste bloed der verzoening en het Water des levens tot vernieuwing. Dan is er een wonder van genade in haar leven verheerlijkt, waardoor ze vergeet waarvoor ze uiteindelijk gekomen was, en hoor haar dan eens getuigen van dit bloed en van dit water: Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus? (vers 29)

 

Nog een voorbeeld, namelijk van Levi de tollenaar in zijn tolhuis. De Heere roept hem om Hem te volgen, en hij stond op en volgde Hem. Terstond werd de levensader in zijn diensthuis van zonden veranderd in bloed, waarna de dood over zijn diensthuis werd gebracht. Voorheen kon hij zich verlustigen in zijn geld, maar nu was hij er ineens van verlost. Zijn verlossing staat dan wel niet zo uitgebreid omschreven, maar ook de geroepen Levi de tollenaar was Christus gevolgd in de wedergeboorte (lees Matth. 19:28a), gelijk de andere discipelen (behalve Judas), en daarom gelden hem ook deze woorden uit Rom. 8 vers 29-30: “Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.” U moet en mag nooit vergeten dat, de roeping tot de gemeenschap met Christus (door de Vader) in dezelfde stonde geschiedt als de rechtvaardiging, de wedergeboorte, en de verheerlijking (= aanbidding tot God). Heilsordelijk geschieden deze zaken als in ene stonde, in de volgorde zoals ik ze u heb genoemd. Levi de verloste tollenaar werd in de Bijbel ook Mattheus genoemd. Hij was het die het Evangelie van Jezus Christus schreef, met name gericht aan het volk der Joden. Maar Levi was ook een verkoren apostel die het Evangelie aan de heidenen heeft verkondigd. Zijn getuigenis heeft hem z’n leven gekost. Maar ondanks dat ze hem tenslotte aan de grond genageld en onthoofd hebben, is hij zeer vruchtbaar geweest en mag hij nu juichen voor de Troon van het Lamme Gods. Waar zal u straks wezen, lezer?

 

Al schrijvend moet ik denken aan een andere tollenaar. Ook in zijn bestaan voor God was de Nijl veranderd in bloed. Ook hij kon zich niet meer verlustigen in de levensader waaruit hij zolang had gedronken. Het vele geld dat hij bezat kon hem niet meer zo boeien als voorheen. Hij liep nog maar met één zaak, namelijk: hoe kom ik met God in het reine. Dat dit alleen door bloed en water kon geschieden, daar wist hij niet van. In de vloek van zijn bestaan liep hij over de wereld met een droefheid naar God in zijn binnenste. Op zekere dag vertelde iemand Hem van Jezus de Nazarener die blinden ziende maakte, en de kreupelen deed wandelen en huppelen; melaatsen reinigde, en doven deed horen; doden opwekte, en armen het Evangelie verkondigde (Matth. 11:5). Daar sprong zijn hart op van vreugde, zou deze Jezus ook hem willen reinigen om niet, ook hem van dood levend willen maken, ook hem de ogen willen openen voor Zijn onmetelijke rijkdom, ook hem de oren willen openen om Zijn heerlijk Evangelie te kunnen horen…?? Zou Hij dat willen doen, uit vrije genade om niet? Zou de Heere Jezus echt Zijn heerlijk Evangelie tot zaligheid en vrede aan het helwaardige hart van de berooide Zacheus de tollenaar willen verkondigen…?? Nu dan zo staat er van hem geschreven: en Zacheus zocht Jezus te zien, wie Hij was…..en wie Hij wilde zijn voor arme verloren zondaren. Aan de uitkomst van zijn bekering, weten we dat de rampzaligheid aan de zaligheid vooraf gaat, lezer. Maar dat geschiedde in de volheid des tijds niet alleen in het leven van Zacheus alzo, maar bij al Gods verkoren kinderen. Door de hel naar de hemel, van de verlorenheid naar de behoudenis, door de kruisdood naar de opstanding ten leve. Hiervan zingt de psalmist: Die in de nood uw Redder is geweest, en hiervan betuigt de apostel dat zij één plant met Christus worden in Zijn kruisdood en opstanding. Zo wilde Christus Zich ook betonen aan Zacheus en openbaarde Zich als zijn Redder ten eeuwige leven. Want zo staat er, Hij moest in zijn huis blijven (en dus nooit meer weggaan), Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is. Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was, Matth. 19:1-10. Ja lezer, dit was de werkheilige Joden tot een ergernis, de Grieken een dwaasheid, maar voor Zacheus die nu eeuwig mag juichen…een eeuwig wonder. Zacheus zal het nooit uit kunnen wonderen dat de Heere Jezus het vervloekte Jericho waarin hij woonde moest aandoen, slechts voor twee mensen, voor hem en voor de blinde Barthimeus. Is de Heere Jezus al in uw huis binnengekomen, lezer?

 

Maar ik ken nog een andere man, die ook veel geld en goederen had (Matth. 19:16-22). In zijn leven ging het andersom. De Heere Jezus kwam niet tot hem, maar hij kwam met zijn onvolmaakte werken tot Christus. Hij begon een twist met de Heere Jezus over wat hij moest doen om het eeuwige leven te verkrijgen. Werken als een dienstknecht om te verkrijgen, in plaats van geestelijk te sterven om als een kind te kunnen erven! Dit heilgeheim heeft de rijke jongeling nimmer begrepen. Christus houdt hem de spiegel van Zijn heilige wet voor opdat hij zou sterven aan die volmaakte eis tot gerechtigheid en heiligheid, lees hier: “Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.” Zie daar hoe God in Christus de levensader in zijn bestaan plotsklaps veranderde in ondrinkbaar bloed! Maar neen, de jongeling wenste niet te sterven aan hetgeen God door Zijn heilige wet rechtvaardig van hem afeiste, waardoor hij het allesreinigende bloed van Christus en het Water des levens tot vernieuwing als onrein achtte. Hij wilde liever nog blijven drinken uit de rivier van zijn geld en vele goederen. Deze werkheilige jongeling verstond maar niet dat een vrouw in Israel pas kon hertrouwen met een Andere Man, indien haar eerste man was gestorven (Rom. 7:1-3). Zie daar de geestelijke hoererij waarin hij heimelijk leefde. Deze bittere confrontatie met Christus had die rijke jongeling nooit verwacht, en hij ging bedroefd heen met een droefheid der wereld in zijn hart. Misschien begrijpt u nu waarom de zoon der dienstmaagd niet zal erven met de zoon der vrije, Gal. 4:30. Maar nu ligt de rijke jongeling al eeuwen lang in zijn eeuwige verlorenheid te schreeuwen in de vlammen der hel. Hij heeft door zijn eigengerechtigheid en ongeloof het bloed van Christus en het levende water van de Heilige Geest veracht en geminacht, en daarmee God voor een Leugenaar gehouden. Het Evangelie van Gods vrije genade was ook tot hem gekomen, maar het was hem geworden als een reuke des doods ten dode. Nu ligt hij gebusseld tussen de rijken der aarde voor eeuwig te branden onder Gods toorn en gramschap, Matth. 13:30. Waar nooit meer een einde aan komt! De wet die hem ten leven was, is hem ten eeuwige dood bevonden…!! De wet die hij volmaakt dacht te kunnen houden vervloekt en verdoemt hem nu tot in alle eeuwigheid. En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods. Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. (Matth. 19:23-26)

 

Er zijn nog wel meer mensen met wie God een heilige twist heeft gehad. Denk eens aan koning Saul toen hij hoorde dat David door Samuel tot koning van Israel was gezalfd. In plaats van te buigen, werd Saul zeer toornig toen God het Nijlwater in zijn bestaan veranderde in bloed. Waaruit bestond dan de levensader in het leven van Saul? Heel eenvoudig, dat was zijn koninkrijk. Hij mocht er van God een poosje over regeren, maar toch was het in zijn hart zijn koninkrijk dat nu door David in gevaar kwam. Denk ook eens aan koning Herodus, die de schrik van zijn leven kreeg toen hij hoorde van de geboren Koning der Joden. Dit werd hem verteld door de wijzen uit het oosten, en bevestigd door de Schriftgeleerden aan zijn hof. Toen de levensader van zijn bestaan werd veranderd in bloed, begon hij te veinzen om Christus te kunnen vermoorden. Herodus wilde zijn macht, zijn eer en aanzien niet verliezen, en voelde zich bedreigt toen de Behouder des levens geboren was geworden. Ook hij wilde Hem niet aanbidden, en ging daardoor voor eeuwig verloren. Maar hoe zit het dan met koning David, schrijver? Jawel, David was wel koning geworden, maar voordat hij koning was…is hij als schaapherder eerst koning af geworden, toen Christus Zijn Koning werd, uit vrije genade om niet. Maar wat dacht u tenslotte van koning Farao, lezer? Toen Mozes en Aaron voor hem stonden met Gods bevel om Israel uit te laten trekken, werd het Nijlwater in zijn bestaan voor God veranderd in bloed, nog voordat God de rivier de Nijl daadwerkelijk in bloed veranderde. Wie het verstaat, verstaat het! Want wat was de geestelijke levensader in zijn bestaan waaruit hij zo graag dronk? Namelijk zijn eer, zijn aanzien, zijn vele Egyptische afgoden, zijn macht, en zijn vele gebouwen die hij door het volk der Joden liet bouwen. De Egyptenaren waren immers machtige bouwers. Het was wereldwijd bekend welk een bekwame bouwers de Egyptenaren wel niet waren. Door het Goddelijk bevel stortte zijn droomwereld in om nog meer steden te bouwen, en om nog meer aanzienlijke graftomben te bouwen. Maar dat mocht niet gebeuren! Derhalve liet hij dat verachte volk der Joden als gevangen slaven onder zijn ijzeren juk nog harder werken. Wat heeft Farao zijn drijvers niet bevolen om hen onder zijn geselslagen in toom te houden. Maar God bracht tenslotte de dood over het diensthuis van Egypteland, want de zonen der dienstmaagd zullen geenszins erven met den zonen der vrije…!! Ook Farao wenste niet te capituleren, ook Farao wist het beter als God, en ook Farao heeft wezenlijk nooit in God geloofd en Hem daarmee voor een Leugenaar gehouden. Maar hij en zijn drijvers zijn er achter gekomen toen ze de kinderen Israels wilden achterhalen. Ze zijn allen verdronken in het hetzelfde water waardoor Israel droogvoets heentoog. En ook Farao en zijn drijvers zijn nu voor eeuwig verloren, en moeten nu in de vlammen der hel eeuwig beseffen en bekennen dat er een levende God is Die het kwade straft. Want het loon op de zonden is de dood. Waar zult u straks zijn, lezer? Zult u straks ook omkomen in de golven van Gods toorn en gramschap, of bent u ook behouden door het bloed des Lams en het water van de Rode Zee. Bedenk toch dat er in de hel geen atheïsten zullen zijn, want de duivelen geloven ook…en zij sidderen. Mag ik u dan ten laatste vragen, heeft God de levensader in uw bestaan alrede in bloed veranderd? Is God al een heilige twist in uw leven begonnen? Juich dan niet te vroeg, want de oordelen en de plagen over het diensthuis brachten Israel geen verlossing. Israel kon pas juichen toen zij door het water van de Rode Zee waren getogen, lees Exodus 15. Wordt ook niet opstandig, en bedenk toch dat het de goedertierenheden des Heeren zijn die tot bekering leiden, Rom. 2:4. Mag ik u dan misschien nog vragen of het pascha in uw leven al is bereid? Heeft God u alrede een Weg tot ontkoming van het dodelijk verderf geopenbaard? Dat zou zeer groot zijn, maar het tonen van de Weg tot verlossing is de verlossing zelf nog niet. Israels verlossing lag alleen verklaard in het bloed van het onschuldig geslachte paaslam, dat aan de deurposten gestreken moest worden. Geen onbesnedene mocht eten van het geroosterde vlees! Zie daar toch, dat de geestelijke besnijding van het hart aan de geloofsvereniging met Christus vooraf gaat. Scheurt dan uw hart, en niet meer uw klederen…en wordt behouden van het komende toorn Gods.

 

Toen de stokbewaarder zag dat door die aardbeving alle celdeuren openstonden, veranderde God zijn levensader in ondrinkbaar bloed. Hij wilde zelfs de hand aan zijn eigen leven slaan. Maar toen Paulus hem al schreeuwend weerhield, en hij in het donker licht had geëist, en vervolgens zag dat alle gevangenen er nog waren, kon hij niet begrijpen dat God nog zo goedertieren was voor zulk een verloren zondaar. Deze goedertierenheden brachten hem op zijn knietjes, en deze goedertierenheid Gods deed hem ontwapenen, waardoor hij het ten laatste uitriep in de onhoudbare nood van zijn bestaan: Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis. Dit was het moment dat hij verlost werd door bloed en water. Amen.

 

 

DJK