Het geestelijk badwater

Posted by admin | | maandag 16 mei 2011 10:42 am

Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes, Titus 3 vers 5.

 

Kant. 12) door het bad

Dat is, door de wedergeboorte en vernieuwing des Heilige Geestes, die als een waterbad is, waardoor de vuiligheden onzer zonden gewassen en gereinigd worden, Ezech. 36:25-27, waarvan het waterbad des doops een teken en zegel is. Zie dergelijke wijze van spreken Rom. 4:11.

 

 

Vergelijk met :

 

In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte, Efeze 1 vers 13.

 

Kant. 46) verzegeld geworden

Deze wijze van spreken is genomen van de mensen, die tot versterking van enige beloften verzegelde brieven plegen te geven, en dat menigmaal met opdrukking van hun eigen wapen of beeld. De beloften van de vergeving onzer zonden, van onze aanneming tot kinderen en onze eeuwige erve, worden ons gedaan door het Evangelie, en worden door het geloof ons toegeëigend. De verzegeling des Geestes, die daarbij gevoegd wordt, is de wedergeboorte of vernieuwing van Gods beeld in ons, waarmede Hij onze zielen begaaft en daarop drukt, als wij in Christus geloven, om ons meer en meer te verzekeren van de uitvoering van zijne beloften, 2 Cor. 1:21,22, en 2 Cor. 3:18. En betuigt bovendien hetzelve aan ons gemoed, als met een Goddelijke inspraak, waarover wij ook God als onzen Vader durven aanroepen, Rom. 8:15; Gal. 4:6, en roemen op de hoop der heerlijkheid Gods; Rom. 5:2, en Rom. 8:38-39.

 

 

 

 

Geliefde lezer, de grote reformator Johannes Calvijn sprak in zijn nagelaten werken over de wedergeboorte in engere zin en over de wedergeboorte in ruimere/bredere zin. De wedergeboorte in engere zin is het badwater der wedergeboorte alwaar de ziel de heerschappij der zonden afsterft, in en door de geestelijke kruisdood en het graf van Jezus Christus. De zondaar gaat ten onder in de toorn, en komt schoon gewassen op uit dit geestelijke badwater met het toegepaste Heil van Jezus Christus. Wanneer dit nog niet is geschiedt, moeten we maar nooit meer van wedergeboorte spreken. Waar de wedergeboorte in engere zin nog niet heeft plaats gevonden, dat is dus het dodelijkst tijdsgewricht, daar is ook geen plaats voor de wedergeboorte in ruimere zin alwaar een verloste zondaar afgebroken wordt in zichzelf (= afsterving van de oude natuur – HC zondag 33) en geestelijk opwast in de kennis van Goddrie-enig. Zonder een geestelijke afsnijding bestaat geen geestelijke inlijving, en zonder een geestelijke inlijving in Christus door het zaligmakende geloof in Hem, is geen opwas mogelijk. Hoe zou een ent zonder inenting in de wijnstok kunnen leven, kunnen groeien, en vruchten voort kunnen brengen? Hoe zou een vrouw vruchtbaar kunnen zijn zonder gemeenschap te hebben met haar man? Hoe zou Christus Zich met Zijn bruid kunnen verenigen, gemeenschap met haar kunnen hebben, indien zij zwanger is van wettische werken, c.q. nog onder de heerschappij is van haar eerste man, Rom. 7:1-6? Hoe zou deze bruid in de vrijheid Christi kunnen staan, indien zij de macht van haar eerste man nog niet is afgestorven? Hoe zou iemand op kunnen komen uit het badwater der wedergboorte, indien hij/zij niet eerst onder is gegaan in dit badwater. Het geloof in de toorn en in de gramschap Gods over de bedreven zonden, gepaard gaande met een hartverscheurend berouw, doet een verkoren zondaar als in een punt des tijds ondergaan in dit badwater. Het ondergaan in een badwater wijst op een geestelijke verdrinkingsdood. Het is een geestelijk omkomen in z’n bedreven onheiligheden voor God. Want, waar God door de geestelijke eis van Zijn heilige wet de gerechtigheid en heiligheid opeist in het hart van een zondaar, dat is het Beeld van Christus waarin zijn Schepper hem geschapen heeft, daar moet een zondaar overboord en verdrinken in zijn ongerechtigheden voor God. In dit hemels gericht schijnt God met het licht van Zijn heilige wet in de zwarte verloren ziel van een verkoren zondaar. Wat moet ik me daar bij voorstellen, roept wellicht iemand mij in gedachte toe? Ik zal het proberen uit te leggen, met een zwak beeld. Misschien heeft u weleens een stukadoor aan het werk gezien terwijl hij een plafond aan het smeren was. Als hij klaar is, is het plafond mooi, glad en effen. Maar waanneer u des avonds met een grote halogeenlamp op dit gladde plafond schijnt, dan ziet u in dit plafond wellicht nog veel oneffenheden die u des daags met het blote oog niet gezien zou hebben. Het is maar een beeld van hoe u dit zich geestelijk voor moet stellen. Het helderschijnende licht van Gods heilige wet legt alles bloot. Het schijnt tot in de donkerste hoeken van uw verdorven bestaan voor God. Dit licht keert u geestelijk binnenste buiten, en doet u naakt en verloren staan voor God. Dit licht laat u zien, dat uw opgeknapte leven voor God niet kan bestaan. Hoe hard u ook gezwoegd heeft om het in orde te krijgen tussen God en uw zondige verloren bestaan voor Hem.

 

De geestelijke ontdekking die meestentijds vooraf gaat aan de wedergboorte in engere zin, is dus de wedergeboorte nog niet. Het zou wel de weg tot de wedergeboorte kunnen zijn. Bedenk dat de geestelijke overtuigingen der wet bij velen vaak weer ophouden. Geen kracht om te baren, lucht gebaard, of in de kindergeboorte blijven steken. Voor hoevelen is dit niet te vrezen? Bedenk toch dat het geloof in Gods heilige wet geen leven baart, niet inlijft maar afsnijdt, ontdekt, ontbloot en ontgrond. Gods heilige wet baarde ons voor de zondeval het leven, maar nu de dood, Rom. 7:10. De apostel zegt in Rom. 6 vers 7: Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonden. Gestorven waaraan dan? Aan Gods rechtvaardige eis tot betaling en gehoorzaming jegens Zijn heilige wet. Velen zijn stervende, maar weinigen zijn daadwerkelijk aan deze eis gestorven, en daardoor nooit door het badwater der wedergeboorte gegaan. Wanneer het nooit verder komt in hun leven, dan hebben zij met Farao en zijn drijvers te vrezen nog eens in het badwater van de Rode Zee te zullen verdrinken. De apostel Judas is in dit badwater ten ondergegaan, zonder eruit op te komen, lezer! Judas werd door de trekkende liefde des Vaders nooit verwaardigd om verloren te gaan, en is daarom nu voor eeuwig verloren. Het moet een onhoudbare nood in uw leven voor God worden. Velen zijn met een houdbare nood voor eeuwig verloren gegaan. Denk ook aan koning Saul en aan de profeet Biliam. Daaronder zijn zielen die een betrekking hadden op de Parel van grote waarde, die Hem van verre gezien hebben, maar zij konden die Parel niet kopen omdat ze al hun pareltjes nooit verkocht hebben op de markt van vrije genade om niet. Deze zielen hebben nooit leren ruilen, en moeten daarom nu eeuwig huilen. Ze zijn getrouwd gebleven met hun gebeden onder tranen, zij konden het nog best uithouden in hun opgeknapte leven voor God, zij hadden het leven onder de wet liever dan de vrijheid des Evangeliums. En zo werd Christus hen uiteindelijk toch een reuke des doods ten eeuwige dode. Een zondaar moet daarom leren beseffen dat de wet die hem in Adam (voor de zondeval) ten leven was, hem nu ten dood en doem geworden is. Die wet die hem vrijpleitte en prees bij God, keurt hem nu af, vervloekt en verdoemt die zondaar zelfs. Hoe komt het dan, dat velen deze vloek over hun zonden niet gevoelen? Daartoe moet God Zijn gebod der wet geestelijk in uw hart inbrengen, willen de zonden gaan leven, Rom. 7:8-9. Maar dit is niet genoeg, lezer. Uw zonden die de oorzaak en reden geworden zijn van uw geestelijke doodstaat voor God, moeten vernietigd worden in en door de dood. God eist een vergelding omtrent Zijn verbroken heilige wet, en dat is de vervloekte kruisdood. Want de ziel die zondigt zal de dood sterven. De dood moet dus over het diensthuis der zonden gebracht worden waarin u woonachtig bent. God verlost Zijn geestelijk verkoren Israel wezenlijk niet anders dan Hij Zijn aardse bondsvolk Israel verloste. Derhalve zeg tot de kinderen Israels: Ik ben de HEERE! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten, vergelijk Exodus 6:5. In het woord gericht zit het woord recht of gerecht. Misschien begrijpt u waarom Gods heilige wet een afspiegeling is van het Gods heilige Recht, waardoor God Zijn eis neerlegt in het diensthuis der zonden waarin Zijn volk woonachtig is. Hoe grimmiger Gods eis werd, hoe harder Farao het volk Israel liet werken. Is dat in uw leven ook al gebeurd, lezer? Zijn de geestelijke sprinkhanen (8e plaag) al gekomen, lezer? Hebben ze in uw diensthuis van zonden alles alrede kaalgevreten waarmee u dacht voor God te kunnen verschijnen? Indien u hier geen vreemdeling van bent, dan bent u mogelijk op weg naar een geestelijke wedergeboorte, maar nog niet wedergeboren, en nog niet verlost door bloed en gerechtigheid. Nog niet ondergegaan door het badwater der wedergeboorte, en daardoor ook nog niet opgekomen. Misschien heeft God de duisternis (9e plaag) wel over uw diensthuis gebracht, waardoor u geen hoop en uitzicht op redding meer had. Dan ben ik blij voor u, want zo moet het ook gaan. Er moet niets meer overblijven dan een uitgeklede ontledigde zondaar, wil hij overkleed kunnen worden met de Huid van het onschuldig geslachte Paaslam, wil u gemeenschap kunnen hebben met dit Paaslam door het eten van Zijn vlees dat door het vuur gegaan is, wil u verzoening met God kunnen hebben door de bloedstrijking aan de deurposten van uw verloren zien. Alleen door het zien van dit gestreken bloed ging de verderfengel voorbij.

 

Maar zegt u, in deze donkere buitenissige duisternis heeft God mij weleens een Weg gewezen en van verre doen zien, waardoor ik zalig worden kon, waardoor er een sprankje hoop in mijn hart ontsprong. Deze heenwijzing vanuit m’n diensthuis van zonden, naar die ene Weg tot zaligheid deed mij zien dat, als het ooit nog eens in orde zal komen tussen God en m’n arme ziel, het alleen zal kunnen in en door het gestorte bloed van dat onschuldige geslachte Paaslam. Geliefde lezer, beslist geen geringe zaak! Maar ook dit laatste sprankje hoop zal u vergaan wanneer God de gerechtigheid in uw dienstbare hart gaat opeisen door de verdoemende geestelijke kracht van Zijn heilige wet. Want de zoon der dienstbare zal nooit erven met de zoon der vrije, geliefde lezer. De reden waarom dit zien nog geen zaligmakend zien was, is omdat u besloten was tot op het geloof dat de Heilige Geest geopenbaard kan/zal worden. Lees hier in Galaten 3 vers 23-25: “Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.”

 

De oorzaak van uw geestelijke doodstaat (uw zonden) moet nog door de vloekdood en door bloedstorting nog teniet gedaan worden, wil u ooit in een verzoende betrekking met God kunnen komen, wil de wet u niet meer veroordelen. Want, over een gestorvene heeft de wet niets meer te zeggen, Rom. 6:7, Waarom dan niet? Omdat u uw bestaan voor God heeft afgelegd geestelijk gekruist zijnde met Christus, Gal. 2:19-20. Gelijk Christus het heil voor Zijn verkorenen verwierf, alzo zal deze verworven zaak ook geestelijk toegepast moeten worden, lezer. Christus legde Zijn bestaan in gehoorzaamheid af voor God door de vervloekte kruisdood, zo ook geestelijk bij Zijn verkorenen in de toepassing. Lees ook hier wat de apostel zegt in Rom. 6 vers 2: Wij, die der zonde gestorven zijn, en ook hier in Rom. 8 vers 2, Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. Ik hoop dat u deze dingen enigszins mag verstaan, of nog eens mag gaan verstaan, als God het geeft. Zie daar de reden waarom God de eerstgeborenen in het diensthuis van Egypteland verdierf. Dat waren de erfgenamen die de zegen zouden ontvangen. Bedenk daarom dat het diensthuis van zonden u nooit zal zegenen. In dit diensthuis is enkel vloek en veroordeling. Zo God de dood en het verderf over het diensthuis van Egypteland bracht, zo doet God dit ook in het hart van een verkoren zondaar in het uur der minne, in de verlorenheid van zijn bestaan wanneer het punt aanbreekt dat Hij u in vrijheid zal doen uitgaan door het bloed des Lams. Want, zonder bloedstorting is er geen verzoening en vergeving. Wanneer God dit in uw leven niet doet, dan zult u straks in dienstbaarheid moeten sterven, lezer. Dan zult u voor uw Rechter verschijnen, met al uw goede met zondebevlekte werken, met al uw zoete tranen en kostelijke gebedjes, met al uw gereformeer, en waar zult u dan blijven…?? Misschien begrijpt u nu wat beter waarom u gedoopt moet worden in de Doop van Christus? Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft, betuigt de apostel in Kol. 2 vers 12. Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding, Rom. 6 vers 3-5.      

 

De wedergeboorte in engere zin is een geestelijke badwater, lezer. De verkoren zondaar gaat met een hartverscheurend berouw ten onder door het geloof in Gods heilige wet, en komt eruit op met een onuitsprekelijke blijdschap en vrede in zijn ziel die alle verstand te boven gaat, door het geloof in het heilig Evangelie. Het geloof in de wet wordt gewerkt door de Geest der dienstbaarheid, het geloof in het Evangelie wordt gewerkt door de Geest der aanneming tot kinderen, lees Rom. 8:15. Een tweeërlei geestelijke werking door God de Heilige Geest. De dwaze maagden zijn nooit door dit badwater gegaan. Misschien wel bijna, maar nooit geheel. En hadden daarom geen olie in hun vaten, dat is de vernieuwing des levens en inwoning van en door de Heilige Geest. Deze maagden waren misschien wel stervende, maar nooit geestelijk gestorven aan de rechtvaardige eis van Gods heilige wet. Hoewel deze maagden wel een gestalte van godzaligheid hadden, zag God ze niet aan in het overkledende volbrachte werk van Christus, waardoor ze niet in konden gaan met de Bruidegom. De dwaze bouwer is evenmin door dit badwater gegaan. Dat bleek uit zijn werken. Hij bouwde zijn huis op zandgronden, die geen beschutting bracht tegen de regens en stormwinden van Gods toorn over de zonden. De verloren zoon was geestelijk wel door het badwater der wedergeboorte gegaan. Maar mag ik eens vragen, waar hij geestelijk ten onder ging en geestelijk opkwam uit dit badwater. Was dit bij die varkens. Was dit op de zogenoemde toeleidende weg tot zijn vader? Of was dit toen hij zijn hart scheurde en met berouw in de liefdesarmen van zijn vader viel? Zeg nu eens, lezer! Waar en op welk plekje was deze verloren zoon hersteld met het beeld van zijn lieve vader? Was dat toen hij tot zichzelve kwam daar bij die varkens, of was dat toen hem zijn oude kleed werd ontdaan en hij met een nieuw allerbest Kleed werd omhangen…?? Zeg nu eens, waar werd het gemeste kalf geslacht? Och lezer, misschien begrijpt u nu wat beter waarom wij de gelijkenissen van de Heere Jezus alleen kunnen verstaan wanneer we deze lezen door de rechtvaardigingsleer der apostelen. De rijke jongeling is evenmin door het badwater der wedergeboorte gegaan, lezer. Hoe weten we dat? Velen denken dat het kwam omdat hij zo vast aan zijn geld zat. Nee, dat was wel een oorzaak, maar niet de hoofdoorzaak. Toen hij aan Christus vroeg wat hij doen moest om zalig te worden, hield zijn Rechter hem Zijn heilige wet voor, net als bij die spitsvondige wetgeleerde uit Lukas 10:25-28. Volbreng deze heilige wet volkomen en gij zult leven, was de boodschap van de Heere Jezus aan die rijke jongeling. Nou, antwoordde de blinde jongeling, ik heb mijn leven uit de wet gevonden door onderhouding van deze heilige wet. Al deze dingen had hij van zijn jonkheid af onderhouden. Hoe blind kan een mens zijn, lezer? Dat de wet niet uit het geloof is Gal. 3:12, dat de wet niet machtig is tot levendmaking (Gal. 3:21), dat door de wet de kennis der zonde is, daar was die rijke jongeling kennelijk nog niet achter gebracht. Dan wijst Christus hem vervolgens op zijn hoofdzonde, c.q. zijn boezemzonde, waaraan hij nog vastgeketend zat in zijn diensthuis van zonden, waarop de jongeling bedroefd heengaat. Deze jongeling besefte niet dat Christus hem geestelijk niet kon huwen, wanneer zijn bestaan nog niet onhoudbaar geworden was onder de heerschappij en geselslagen der wet. Hoe kon Christus hem ten Redder zijn, wanneer hij zichzelf nog redden kon met al zijn nette vrome werken der wet? Hoe kon deze jongeling met Hem opstaan uit de doden, indien hij niet eerst aan al deze uitwendige vroomheden gestorven was…?? Hoe kon Christus voor hem betalen, wanneer hij zelf nog vele werken tot betaling had voor God..??

 

Hoe anders was dit bij de moordenaar naast Christus aan het kruis. Deze man ging ten onder in het oordeel Gods, want daar getuigde hij immers van, en verkocht al wat hij had in het badwater der wedergeboorte, en vond onderin dit geestelijk badwater een Vis die hem opslokte waardoor hij met Hem verenigd werd toen die van God gestuurde Vis tot behoudenis tot hem zei: “Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” Door deze woorden van heil en vrede kwam die verkoren moordenaar op uit het badwater der wedergeboorte. Denk ook eens aan de stokbewaarder te Filippi. Zeer bevende ging hij in een onhoudbare nood ten onder in het badwater der wedergeboorte, uitroepende: Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? Zie daar hoe hij ontledigd was geworden, en rijp geworden was voor de genade Gods in Christus Jezus. Telkens wanneer ik zijn bekering lees, dan moet ik denken aan de woorden van de apostel Paulus in Rom. 2:4. Weet u wat de goedertierenheden des Heeren in zijn leven waren, die hem tot bekering hebben geleidt? EEN AARDBEVING….!! En bij de moordenaar naast Christus, was het zijn vleselijke kruisiging. Die moordenaar had wellicht nog nooit Gods Woord gelezen, en toch hing hij daar in zijn geestelijk oordeel, Lukas 23:40. Zie daar de geestelijke werking/kracht van Gods heilige wet, Die hem veroordeelde. God overtuigt door zijn Woord en door Zijn Heilige Geest. Bij de stokbewaarder geschiedde dat dus door een aardbeving, waardoor hij het oordeel en de toorn Gods over zijn bestaan innerlijk gewaar werd. Maar dan, wanneer het voor die stokbewaarder zelf niet meer kan, wanneer hij als een geheel verlorene staat voor God, predikt de apostel Paulus hem het Evangelie van Jezus Christus hetgeen hij metterdaad gelooft, door het instrument van zijn geschonken geloof gewerkt en geplant door de Heilige Geest, ontvangt hij Zijn barmhartigheid en Zijn verworven zaligheid, waardoor hij met Hem mag opstaan ten eeuwige leven uit het badwater der wedergeboorte waarin hij eerst verdronken was. En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis. En zij spraken tot hem het woord des Heeren, en tot allen, die in zijn huis waren. En hij nam hen tot zich in dezelve ure des nachts, en wies hen van de striemen; en hij werd terstond gedoopt, en al de zijnen, Hand. 16:31-33. AMEN.

 

 

DJK