William Huntington

Posted by admin | | zaterdag 25 oktober 2008 10:39 am

 

Uit het leven van W. Huntington

 

Het Koninkrijk der hemelen ingenomen door  gebed

 

God de Kassier der armen  &   De geloofsbank

 

De naakte boog Gods   -  Uw boog werd geheel ontbloot, Habakuk 3 vers 8

 

De bijzondere ontmoeting tussen John Warburton en W. Huntington

 

W. Huntingtons droevige ervaringen met de godsdienstige methodisten

 

Huntington over wettische schijnvroomheid onder vele ambtsdragers in zijn tijd

 

Het evangelische berouw van William Huntington

 

De laatste wil en testament van William Huntington

 

 

 

Het Evangelie als de enige regel des levens

 

De wet van Christus :  De gebroken bak en de springbron

 

De wet van Christus :  Vijf brieven over Wet en Evangelie

 

Het kind der vrijheid in de banden der wet – leerrede over Gal. 5:1

 

Het Evangelie, de enige regel des levens  -  printbijlage

 

William Huntington over de wet

 

Over de wet des gemoeds en de wet der zonde, naar Rom. 7 vers 26

 

De zedelijke wet niet beledigd door het Evangelie – Matth. 5 vers 17-20

 

De wet bevestigd door het geloof in Christus – preek over Rom. 3 vers 31 

 

 

 

Briefwisselingen van W. Huntington

 

37 geloofsbrieven over onderscheiden onderwerpen uit het geestelijk leven

 

Briefwisselingen van W. Huntington en zijn geliefde vriend Jenkins

 

De krachtdadige bekering van Elisabeth Morton

 

Levende getuigenissen 26 brieven  -  W. Huntington

 

De vreugde des geloofs in de schaduw des doods

 

Roofgoed - En ik heb u een stuk land gegeven boven uw broederen, Gen. 48:22 

 

 

 

 

Bijzonder lezenswaardige werken

 

Ontdekkingen en waarschuwingen uit de straten van Sion door een nachtwachter

 

Samenspraak over de gelijkenis van de verloren zoon

 

Mozes zonder deksel in het aangezicht van Christus – preek over 2 Kor. 3 vers 13

 

Licht schijnende in de duisternis (6 predicaties)  -  deel I

 

Licht schijnende in de duisternis (4 predicaties)  -  deel II

 

Het verlies en het herstel van Gods beeld in de mens – 2 preken over Joh. 5 vs 17

 

Het onschuldig spel voor zuigelingen in de genade – Jesaja 11 vers 8

 

Over het nut van boeken, naar 2 Tim. 4 vers 13  -  W. Huntington

 

Het geroep van kleingeloof gehoord en beantwoordt

 

Het arminiaans geraamte ontmaskerd   -   W. Huntington

 

De gelijkenis over de wijze en de dwaze maagden – Matth. 25 vers 4

 

De vernieling des doods door de fontein des levens – 2 Tim. 1 vers 10

 

De verborgenheid der godzaligheid  -  W. Huntington

 

De onbarmhartige dienstknecht – predikatie over Matth. 18

 

De eeuwige ondergang van de zon  -  preek over Amos 8 vers 9

 

De afmetingen van de eeuwige Liefde – preek over Efeze 3 vers 18

 

Beschouwingen over de God van Israel  -  W. Huntington

 

De geschiedenis van Klein-geloof   -   W. Huntington

 

Citaat W. Huntington - over : Geen berouw zonder geloof

 

Citaat W. Huntington – over : Godsdienst zonder Christuskennis

 

 

 

Brief van Jenkins aan zijn vriend W. Huntington

 

Waarde heer!

 

Ik betwijfel zeer of mijn schrijven tot iets goeds zal dienen. Uw tijd is kostbaar, en om u op te houden met het gepraat van een dwaas die nu gevallen is, zal slechts dienen om ze te verkwisten. Mijn verstand is bij tijden bijna verbijsterd door het zoeken naar rust, zonder die te vinden. Indien het huis ogenschijnlijk niet bezemen gekeerd en versierd is, kan er nog een geheime lust in een afgezonderde plaats verbor­gen liggen, welke tenslotte te voorschijn zal komen, wan­neer het oog der gerechtigheid de consciëntie in het aange­zicht begint te staren. Dan zullen de verborgen duivels uit hun schuilhoeken komen, en in het licht van Gods aan­gezicht zich vertonen als zoveel verschrikkelijke zonden, gereed om de arme verbijsterde ziel in duizend stukken te scheuren. Dan wordt de huichelaar in Sion opgewekt en begint te roepen, ,,Wie is er onder ons die hij een verterend Vuur wonen kan?” Ik ben zeer bevreesd dat dit met mij het geval is. De Heere heeft mij aan het licht gebracht. Maar, och, is het nog niet te laat? Waarom was ik zo bang losgelaten te worden en kon het zo ver met mij komen, indien ik Hem toebehoorde? En hoe komt het dat ik nu niet verlost word, nu ik tot een gevoel van mijn ellende gebracht ben, indien Hij mijn zaligheid op het oog heeft? Maar hoe durf ik zulke goddeloze vragen stellen? Hij kon mij allang naar de hel gezonden heb­ben. Maar zulke gedachten zijn er veel in mijn hart en ik denk, dikwijls op mijn lippen. En indien de Heere mijn mond niet met een breidel bewaart, zal er de een of andere dag nog vrij wat erger uitkomen. Nooit te voren heeft God zulk een afschuwelijk ellendeling op de aardbodem geduld te leven, voornamelijk wanneer ik overweeg welke plaats ik vermetel durfde in te nemen in Zijn huis! Ik had eens een geringe mate van natuurlijke en ver­kregen bekwaamheden, en daardoor werden mijn hartstoch­ten dikwijls gaande en opgeheven, hetwelk ik dwaaslijk de liefde Gods noemde. Ik had een inzicht in het verlossingsplan volgens de letter der Schrift, hetwelk ik voor geloof aanzag. Ik predikte de leer der genade zeer streng en dit noemde ik het werk van een evangelist. Maar nu schijnt alles van mij genomen te zijn, en gegeven aan dien die heeft. Matth. 25 : 28. Geen bekwaamheden, oordeel, herinnering noch geheugen zijn mij overgelaten. Mijn uitwendig gestel is verbazend ge­krenkt en ik ben overtuigd, dat ik mijn verstand verliezen zal indien de Heere niet spoedig verschijnt. Ik herinner mij iets van hetgeen u in een van uw preken zei, wanneer de ziel in het vuur gebracht is, hij ondervinden zal dat noch zijn sterkte, noch zijn wijsheid of kennis hem zullen baten, want alles zal opgebrand zijn. Voor een korte tijd waren die twee preken mij zeer tot ondersteuning daar ik dacht dat mijn bevinding meer omstandig daarin werd bloot gelegd dan ik in mijn tegenwoordige staat met mogelijkheid be­schrijven kan, maar het zakte spoedig weer af. Het is mij dikwijls zeer tot steun wanneer ik vermeen mijn pad en bevinding te vinden in Job, David of Jeremia, maar ik begin weldra te overwegen dat er enige overeenkomst is tussen een ontwaakte huichelaar en een benauwde heilige. Als ik voor een dag of wat de vertroosting der hoop heb, bevind ik mij zelf weer spoedig in een geruste, onver­schillige gemoedsgesteldheid, nóch verlost, nóch benauwd. Dan begin ik naar mijn last te zoeken, omdat ik weet dat ik hem niet op de rechte wijze verloren heb. Want ik wil er liever onder leven en sterven, hoe ondragelijk hij ook is, dan hem verliezen zonder te weten, waardoor hij wegge­nomen is. Maar wanneer die terugkomt ben ik gereed om uit te roepen “Laat mij er van ontslagen worden tegen elke prijs, laat ik toch wat gemakkelijk leven hebben zolang ik hier ben, als ik ten slotte naar de hel moet. Eens op een morgen, bij mijn ontwaken, kwam dit gedeelte uit de 18e Psalm vers 16 mij voor: “Hij zond van de hoogte, Hij nam mij op, Hij trok mij op uit grote wateren.” Maar het was spoedig uit mijn handen gerukt, en daar er noch kracht noch vertroosting mee gepaard ging besloot ik dat het niet van God kwam. Hoewel ik het gepast vond maar het werd niet waar gemaakt, want ik ben niet opgetrokken.

 

Wanneer ik over bidden denk, wordt mij ingeblazen, dat God mij niet wil horen of verlossen, hoewel Hij het doen kan, en dan rijzen bittere vloeken in mij op. De duivel toont dat hij een tiran is, die mij noch vrijheid geven wil, noch dulden wil dat ik uit zijn dienst loop. Mijn verwardheid heeft mij dikwijls doen besluiten en zeggen, dat het de laatste keer is, dat ik de predikstoel betreden zal. Soms neem ik mij voor zo ver weg te rijden als mijn paard mij dragen kan, en dan in een onbekende streek rond te dwalen tot ik sterf. In zulke tijden ben ik zeker vrijheid te hebben onder het prediken. Ik heb dit onlangs opgemerkt, maar spoedig hierop zink ik dieper dan ooit, en de volgende keer zal ik geen woorden kunnen vinden, tot ik tenslotte bemerk dat het volk het moede, is en er van walgt. Ik wenste dan wel dat ik in een wettige weg een middel van bestaan kon krijgen zonder te moeten prediken. Ik kan niemand vinden onder alle belijders, die dit ge­vaarlijk pad kennen, wat mij dikwijls heeft doen beslui­ten dat ik verloren ben. Vele van mijn vrienden, en wel dezulken die licht in het evangelie schijnen te hebben draaien mij de rug toe, wat mij zeer smart. Indien de Voorzienigheid mij uw geschriften niet in handen had doen komen, geloof ik dat ik allang geleden mijn verstand verloren zou hebben. Ik loof er de Heere om. Hij heeft u inderdaad geleerd een woord ter rechter tijd te spreken tot de beproefde ziel. Elk boek dat ik tot nog toe gelezen heb, heeft mij of gewond of ondersteund. Het geeft mij moed te schrijven, dat ik be­merk hoe bereidwillig u bent de bedroefden ter zijde te staan. Indien het de Heere behagen mocht, mijn geval u op het hart te binden, en u een woordje te geven om mij mee te delen, hoop ik, er Hem voor te danken, en altijd te blijven.

 

Uw zeer oprechte en toegenegen vriend

JENKIN JENKINS

 

 

 

 

Brief van Huntington aan zijn vriend Jenkin Jenkins

 

Geliefde broeder!

 

Want zo noem ik u zonder Satan vergunning te vragen, of het ongeloof te raadplegen. Ik las uw brief met veel tra­nen, en vond vrijheid en opening onder het bidden om God­delijke bijstand in het beantwoorden. Ik kan er niets in vin­den, dan wat gevonden wordt in de verdrukkings­weg van de heiligen, nóch een voetstap die niet betreden is door de kolen­drager. Niets minder dan de uitgestrekte arm van de levenden God is het die u draagt tot op deze dag, zonder welke u allang in de stilte zou gewoond hebben. Als zij vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden, en uw sterkte zal zijn gelijk uw dagen. Het zijn de goeder­tierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn, zij zijn alle morgen nieuw, zijn trouw is groot. Dienaars van Christus, moeten, indien zij ooit die naam waardig zijn, vroeger of later, onderricht worden met een sterke hand, opdat zij niet zeggen, “Een verbintenis, van alles daar dit volk van zegt: “Het is een verbintenis”. Vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet. Een dienst­knecht van Christus die van wapenen voorzien is om de sterkten des Satans neer te werpen, moet bij eigen er­varing weten, welke middelen hij gebruikt en waartoe hij zijn toevlucht neemt. Na dit geschikte en noodzakelijke onderwijs zult u weten hoe u de dodelijke arglistigheid van het hart open moet leggen, door te gedenken aan de alsem en gal. Dán zult u bekwaam zijn om de zondaar aan te tonen wat het is om onder de ongehoorzaamheid besloten te zijn alsmede de noodzakelijkheid van het bloed des ver­bonds waardoor de gebondenen uit gelaten worden uit de kuil daar geen water in is, en u zult de wet wettig hanteren. Het is de wet die u nu aangegrepen heeft. Door de wet is de kennis der zonde. Door de wet wordt de misdaad te meer­der en wordt de zonde bovenmate zondigende. De wet is tot dienstbaarheid barende en werkt toorn. De zonde oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeer­lijkheid gewrocht. De wet bedient toorn, schrik, dood en verdoemenis. Hij is de eerste man en een wrede ook. Hij heeft ten doel om te doden, niet om levend te maken. En wanneer hij zijn werk gedaan heeft, zal Christus de dode ziel huw om de naam des verstorvenen te verwekken over zijn erf­deel. Dán zult u de schaamte uwer jonkheid vergeten, en de smaad uwer weduwschap zult u niet meer gedenken.

 

Uw tegenwoordige moeite zal eindigen in een daadwer­kelijke scheiding van Mozes en zijn wet, en het huwelijk zal volgen. Zó wordt gij afgehouwen uit de wilde olijfboom, om u in Christus in te enten. Zo moet u van de zandgrond van vlees en bloed afgeschud worden, om gebouwd te wor­den op de Rots. Dit zijn de weeën van wettische arbeid, die een geestelijke geboorte voorafgaan. Het is de geest der dienstbaarheid tot vreze, welke de geest der liefde vooraf gaat. Het is uw daging voor het gericht Gods, welke zal eindigen in rechtvaardigmaking. Het is het vuur en het water, daar wij uitgevoerd worden in een overvloeiende verver­sing. Het is het rijk der schaduw des doods waar God beloofd heeft te verschijnen. Het is de mens doen wederkeren tot verbrijzeling, vanwaar Hij de kinderen der menen roept; het zijn de poorten des doods, vanwaar Hij uitkomsten geeft tegen de dood. Het is de smeltkroes der ellende in welke God ons gekeurd heeft. Het is de beker der zwij­meling, welke de beker der verlossing voorafgaat. Het is de overdenking der verschrikking, welke voorafgaat aan een gezicht van de Koning in Zijn schoonheid. Het zijn de schemerende bergen waar wij ons stoten, en de ruisende kuil waarin wij verzinken. Het zijn de banden des doods en de angsten der hel, de eerste zullen verbroken en de tweede zullen weggenomen worden. O, Jenkins! Mijn mond is opengedaan tegen u, mijn hart is uitgebreid. Ik zal binnenkort een medearbeider hebben naar mijn eigen hart. Nu gevoelt u, en binnenkort zult u zien, wat een nuttigheid die leer heeft, welke de strekking heeft om de gelovige onder de wet te brengen, als zijn enige regel des levens. U bevindt nu dat de wet u geen hulp ver­leent, en hij zal u die ook nooit verlenen na uw verlossing. Wanneer uw zalige verlossing komt, zult u bevinden dat het geschieden zal zonder enige hulp van de wet. Leg lijdelijk in de hand van God, roep Zijn heilige Naam aan, belijdt het erge van al uw gebreken, en beween uw zonden van ongeloof en van wanhopen aan de genade Gods in Chris­tus, welke de allergrootste zonden zijn. Wees hiervan zeker, dat elke moedgevende tekst een voorloper is van toekomstige kracht; elke lichtstraal het lichten van de toe­komstige dag; elke flikkering van hoop, een eersteling van toekomstige vertroosting. En elk uitstel is een wenk van toekomstige overwinning en elk ogenblik van verruiming, een hartsterking, of een druppel die n een onderpand is van de nieuwe wijn in het koninkrijk welke n uw armoede zal doen vergeten en uw ellende niet meer zal doen gedenken. Loop in geen geval uit het werk, houd stand, geef de duivel geen plaats. Predik de vreselijke val van de mens, predik de verdorvenheid van de menselijke natuur, predik de bedrieglijkheid van het menselijke hart, de noodzaak van de kennis der zonde, en een gevoelig besef daar­van. Predik de heiligheid Gods en de dienstbaarheid die de wet brengt, alsmede de behoefte om daarvan verlost te wor­den. Predik de noodzakelijkheid van Christus’ bloed en be­schrijf de hopeloze toestand waarin zulke zielen verkeren die Christus roept, zalig maakt en heelt. Zo zult u pre­ken uit de overvloed uws harten. Want het schijnt mij toe, dat God er dit mee voor heeft in u te houden waar u thans in leeft. Die de schrik des Heeren gevoelt, zal de mensen bewegen; ja, blaas een gebroken geklank terwijl u onder beroering verkeert. Preek de noodzaak van de roede, terwijl u onder de roede leeft. Toon de helse gevangenschap daar de zondaren in verkeren terwijl u onder verzoeking ligt. En daar u nu ondervindt dat vrije wil, menselijke kracht, mense­lijke wijsheid, eigen gerechtigheid, ja zelfs geestelijke gaven, nergens toe deugen, predik die dan als onnut voor de bedroefde ziel. Daardoor zult u velen onder de zelfde dienstbaarheid brengen waar u zelf in verkeert en wan­neer God u verlost, zult u hen verlossing prediken, en velen zullen door de bewerkingen van de Geest, u volgen in de vreugde des Heeren en tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Sla geen acht op de verachting van belijders, zij moeten door uw weg komen, en enigermate uw drinkbeker drin­ken, indien zij ooit worden zalig gemaakt. Zulk een bedie­ning als zij tevoren hadden is er alleen op berekend om be­lijders te maken. Echte heiligen en echte predikanten zijn zeldzaam. Ik heb enige honderden onder mijn hoede gekre­gen, die het zelfde pad door gegaan zijn, waar u nu in leeft, en zulke zielen zullen altijd de beproefde predikers van Chris­tus volgen. Herinnert u dat elke flikkering van hoop de zalig­heid vergezelschapt, want wij zijn in hoop zalig. Daarom ver­wacht het met lijdzaamheid en hoop, stil zijnde op het heil des Heeren. Er is een bestemde tijd om Sion genadig te zijn, en zij zullen zeker niet beschaamd worden die God verwach­ten. De Heere vernedert, ook verhoogt Hij. Hij wondt en zijn handen helen! Welgelukzalig is de man, dien God tuchtigt, die Hij leert uit Zijn wet, om hem rust te geven van de kwade dagen.

 

De Heere zij met u en sterke u, zal mijn bede zijn in uw droefheid, en geloof mij met alle mogelijke achting, geliefde broeder,

 

Uwe dienstwillige

W. HUNTINGTON