H.C. verstaan in licht van Gods heilig recht

Posted by admin | | vrijdag 24 oktober 2008 10:20 am

 artikel in pdf-formaat :   klik hier

 

 

De H.C. in het licht van Gods heilige recht

 

Velen denken dat er in de Heidelberger Catechismus een bevindelijke heilsweg wordt uitgeschilderd, c.q. wordt uitgelegd. Maar niets is minder waar, dan dat. De opstellers, Ursinus en Olevianus, hebben de H.C. opgesteld als een Goddelijke heilsorde, als een eenheid die zielsbevindelijk doorleefd wordt in het hart van de zondaar, wanneer God de Vader die zondaar middels de koorden van Zijn liefde, tot Zijn Heilige Recht komt te trekken, in dat dodelijkst tijdsgewricht.(Ps. 116)
Die trekking tot dat Recht, is de inwendige roeping in het hart van de zondaar tot de gemeenschap met Christus. Maar God de Vader kan Zijn Zoon nimmer wegschenken, indien Zijn Heilige Recht niet bevredigd is geworden. Hierop wordt de zondaar dus in zijn consientie/gemoed doodschuldig gesteld middels de geestelijke doemwerking ten dode, die er van Zijn heilige Wet uit gaat. “Want vervloekt is een iegelijk….etc.” Want die Wet eist namelijk hetgeen van die zondaar, wat die zondaar nimmer kan betalen. En aan deze eis gaat die zondaar nu sterven, en verloren onder dat Recht(Rom. 6:7)(Rom. 7:4) Aan deze eis der Wet, sterft die zondaar dus de kruisdood met Christus, als in een punt des tijds, waarop hij nadat sterven onmiddelijk in de Liefdesarmen van Christus mag vallen, middels Zijn liefelijk tussen treden, door de toegepaste beloften van het Evangelie aan het hart van de zondaar.Deze toepassing wordt aangenomen, geloofd, middels het ingestorte geloof in Hem, welke immer is werkende door de liefde, waardoor die zondaar ingelijfd wordt in Zijn verbroken Lichaam middels dat geloof in Hem, hetgeen de ziel wederbaart en levendmaakt, wedergeboorte, levendmaking. Door de Heilige Geest. En is krachtens deze toegerekende rechtvaardigende daad, volkomen heilig en zondeloos voor God(1Kor.1:30), krachtens de toegerekende volbrachte gehoorzaam van Jezus Christus, de vervulde Wet Gods’. En dit alles in deze heilsvolgorde. Maar qua tijdsorde geschiedt dit alles in een zeer korte stonde. Want na het verloren gaan van de ziel in een weg van Recht, ontvangt die zondaar alle voornoemde zaken, vanaf de Rechtvaardigmaking t/m de heiligmaking, tegelijk, als in één tijdstonde!! En tegelijkertijd, is dit ook in de zuivere lijn der leer van de reformatoren, en mannen uit de nadere reformatie als : Rutherford, Huntington, Boston, Bunjan, Owen, Van der Groe, Whitefield, Mc Cheyne, Kohlbrugge, en nog wel anderen…

 

Ten laatste nog een paar punten ter overdenking, aangaande de toeleidende weg tot die Vrijstad :

 

1. U kan en mag nooit rekenen met wat God van eeuwigheid besloten heeft. Een zondaar bij wie de rust is opgezegd, kan hier nimmer mee rekenen, noch vertroost mee worden. De enige troost ligt namelijk in het Bloed van Christus, en dien gekruist!! Maar tegenwoordig is men veelal getroost en uitgeholpen wanneer men een weinig zijn zonden gezien heeft en heeft leren bewenen voor God…

 

2. Zolang die ontwaakte ziel nog niet geborgen is in het Bloed van Chrisus, ligt deze ziel nog dood en verdoemelijk voor God in zijn geboortebloed, en heeft die zondaar nog immer die bloedwreker op zijn hielen, want ik schreef u al eerder, het Recht moet zijn loop nog hebben. Het goddelijke Recht komt altijd voor de Liefde, ondanks dat die ontwaakte ziel al door die trekkende en lokkende liefde Gods’, menigmaal heeft mogen wenen in gebed aan en voor Zijn genadetroon. Deze algemene liefde Gods’, welke de Liefde Gods’ in Christus (nog) niet is, geeft die ziel menigmaal een betrekking tot die (nog) onbekende God in de Hemel.

 

3. Gods’ barmhartigheid zegt : “Ik wil de zondaar, en zoekt in Christus gemeenschap met die zondaar”, maar Gods’ rechtvaardigheid zegt : “Er dient eerst betaald te worden aan Mijn Goddelijke heilige geschonden Wet en Recht, dewelke in Adam is geschonden. Hier over onderwijst ons de HC-onderwijzer in zondag 4 vraag 11. En lees dan vraag 12 – 13 – 14 – 15 nog eens erbij. Kijk, hier wordt zeer duidelijk gesproken over Gods’ heilig recht. Dit is echter dé doorleving van Zondag 4 nog niet, want de H.C. van zondag 2 t/m zondag 23 wordt geleerd als in een korte stonde van tijd.

 

 4. En als een ontwaakte zondaar met deze zaken van doen krijgt, dan ziet hij geen Jezus, maar slechts een openstaande schuld die om wraak schreeuwt van het heilig Opperwezen. Zijn heilig Goddelijk recht moet voldaan worden. En van dat heilige recht is nu Zijn heilige volmaakte WET een afspiegeling. Want in een gericht wordt altijd recht gesproken naar de wetten van een land. In dat geval van dat hemelse Land, waar God den Heere den Bouwmeester van is…

 

5. De ontwaakte ziel van die (nog steeds) voor God verdoemelijke en vervloekte zondaar, ziet slechts : ‘Sterven is God ontmoeten, en dat zal nooit gaan en kunnen…!! En na een weg van zichzelf een weinig proberen op te knappen, gaat de zondaar zien en leren, “uit en van u, geen vrucht meer in der eeuwigheid” – en vraagt zichzelf dan gedurig voor God af, in zijn binnenkamer : “Is er dan nog een Weg, tot ontkoming van die eeuwige dreigende vloek en toorn over mijn zonden…??(H.C. Zondag 5) Dit is echter dé doorleving en de bevinding van Zondag 5 nog niet, want……(lees boven)

 

6. En dan krijgt de ziel, op Gods’ bevel een heenwijzing naar Hem vanuit het Woord, in en door Wie het nu nog wel mogelijk is. (dit is echter nog geen openbaring, want aan een openbaring van de Tweede Persoon in het Goddelijk Wezen is altijd onlosmakelijk een zielsverlossing verbonden.) Hier is de ontwaakte zondaar dus nog immer getrouwd met haar eerste man, de WET in Adam, en ligt hiermede ook nog immer dood, naakt, vervloekt en verdoemelijk voor God. Want er heeft in het hart van die zondaar nog steeds geen voldoening plaatsgevonden krachtens toepassing, aangaande dat heilige eisende verdoemende Recht Gods’.

 

7. En dan… ?? Dan gaat God de Vader, op Zijn bestemde tijd en Wijze, de ontwaakte zondaar trekken en lokken tot Zijn heilig Goddelijke recht, middels Zijn trekkende liefdekoorden die uitgaan van dat recht. En hier staat de zondaar in zichzelf, geheel zwart van zonde voor Gods’ aangezicht, voelende de eis van dat recht drukken op zijn gemoed en consciëntie, en wordt inwendig gewaar niets meer te hebben tot voldoening en betaling van dat heilige Recht. De Wet vervloekt, verdoemt, en doodt dan de zondaar, waarna de zondaar als in een punt des tijds verloren gaat door dat recht, en vervolgens behouden wordt middels de tussentreding van Christus en dien gekruist. Deze tussentreding geschiedt middels de beloften van het heilig gepredikt of gelezen Evangelie, hetwelk dan Gods’ Geest gaat toepassen tot heil, vrede, redding en verlossing aan het hart/ziel van de ontwaakte zondaar. Nu pas is de zondaar in en uit Christus gerechtvaardigd, waarna de ziel direct het zaligmakende geloof in Hem krijgt ingestort middels de Liefde Gods’ die uitgaat van Goddrie-enig. En door dit geloof wordt de ziel ingelijfd in het verbroken Lichaam van Christus, hetgeen de ziel wederbaart tot een vernieuwd Leven uit Hem, hetwelk is genoemd : “De wedergeboorte”.
Dit nu alles is het zo vaak genoemde “sterven aan Gods’ heilige Wet, en Gode in Christus leven middels de beloften des Evangeliums.”(Gal. 2:19-20) Rom. 6:6-8)

 

Kijk, en hoevelen voelen hier die ontzaggelijke waarheid nu niet van, maar willen er niet onder buigen, noch geestelijk bankroet mee gaan. Waarom toch?? Maar, ik zal het u zeggen: ‘Men wenst tegenwoordig geestelijk niet meer ontkleed te worden, noch met al het hunner overboord te gaan met Jona de profeet, om daar te vallen in de golven van Gods’ toorn over hun zonden. Maar men wenst tegenwoordig liever opgebouwd te worden met vermeende gekregen algemene genadekenmerken, dewelke wel uit de Geest kunnen zijn, maar welke niet uit Christus genomen zijn. En zo wordt telkens, in het spreken onder elkaar, of in de prediking, Gods’ heilig Recht gebogen, omzeild, onteert én ontheiligd!’ En toch zou ik diegene die me hierin zo gedurig tegenstaan, in/uit liefde bedoeld, niet anders willen toewensen om z.s.m. met alles verloren te gaan, om achter dat verlies, die eeuwige winst in Christus te mogen vinden. Gedenk dan gedurig aan het teken van Jona én de Vis…(Matth. 12:39-41)

 

  

 

D.J. Kleen