Doelstelling website

Posted by admin | | dinsdag 2 december 2008 8:52 pm

Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt… (Hosea 4:6a) 

                                                                       

 

Katwijk, Oktober 2008

 

Geachte lezer, de Heere heeft het ons aangezegd bij monde van de profeet Jesaja 1 vers 3: “Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren, maar Israel heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.” Dit zijn nu woorden van waarheid die ons eigenlijk allen aangaan. Velen op deze aarde weten hun afkomst niet meer, kennen hun Schepper niet meer, en weten daarmee ook niet meer waartoe ze op aarde geschapen zijn geworden. Zoeken misschien wel een God of een Goddelijke macht die boven hen is gesteld, want dit heeft ons de geschiedenis van de mensheid toch duidelijk aangetoond, maar weten eigenlijk niet meer welke God ze moeten zoeken. Hierom wil de Heere HEERE ons bij monde van de profeet Jesaja, ons eigenlijk bekend maken, dat we door onze zonden nog stommer, nog blinder en nog onwetender als de dieren zijn geworden. Maar voor wie van ons is deze ontzaggelijke ontluisterende waarheid nu al een persoonlijke schuld geworden? Wie is hier nu persoonlijk al mee in het stof voor God gekomen…?? Wie heeft er innerlijk bij zichzelf nu al gezien en gevoeld dat hij geschapen is voor een eeuwigheid, en gezien dat hij tegen alwetend alomtegenwoordig almachtig goeddoend God in de Hemel heeft gezondigd. Innerlijk gezien en gevoeld eenmaal te moeten sterven, en niet te kunnen, want hoe zal dat ooit moeten gaan…?  

 

Want, sterven betekent toch immer: uw God, Schepper en Rechter ontmoeten! En wie zal in dat Goddelijke gericht ooit kunnen bestaan, indien hij geen Borg en Middelaar gevonden heeft voor zijn gemaakte zondeschuld, én voor de erfzonden waarin hij geboren is geworden, Ps. 51? Wie zal zich toch ooit kunnen bergen tegen die komende en dreigende toorn Gods over zijn bedreven kwaad, indien hij niet veilig geborgen is in het volbrachte Borgwerk van Christus Jezus. Wie zal hier ooit weg van kunnen vlieden, geliefde lezer? God eist een volkomen betaling jegens Zijn overtreden heilige Wet, en jegens Zijn geschonden heilige volmaakte recht. Hij eist rechtvaardiglijk Zijn Beeld terug, hetgeen wij in Adam hebben verloren. Christus heeft dit verloren Beeld voor Zijn verkoren volk weer hersteld, middels zijn toegebrachte en voldane Borgerechtigheid op Golgotha. Hij heeft de vloek en de toorn weg gedragen die rustte over de zonden Zijn volk. Hij is de vloekdood gestorven en nedergedaald ter helle, opdat Zijn volk die eeuwige verdiende vloekdood niet behoefde te sterven, noch ter helle behoefde te varen. Maar Hij is ook opgestaan uit de dood, en heeft de schuld en de vloek achter Zich in het graf gelaten, opdat Zijn volk met Hem ook geestelijk op mocht staan tot het vernieuwde leven in Hem en uit Hem, door het zaligmakende geloof. Hij is de vervulde Wet Gods voor Zijn volk geworden, daartoe moest destijds de stenen tafelen der Wet in de ark des verbonds gelegd worden. Hij heeft betaald wat zij nimmer konden betalen. Hij heeft Zijn bloed gestort. Maar nu de vraag aan ons allen : ‘is die reddende en heilzame kracht van dit gestorte Bloed nu al toegepast geworden aan de deurposten van ons verdorven hart, middels een weg van recht en gerechtigheid, Jes. 1:27’ Mogen wij het voor ons persoonlijk al weten op rechtsgronden, ook bij dat verkoren volk te behoren…?? U moet dit volgende voor de rest van uw verdere leven maar altijd proberen te onthouden : “Waar Adam en zijn verdoeming in Gods heilige recht nooit wordt geleerd, wordt Christus in Zijn verzoenende tussentreding ook nimmer begeerd, noch zielsbevindelijk geleerd…!!”  God eist namelijk middels Zijn heilig recht, Zijn verloren beeld van ons terug. Wat dit betekent? dat kunt u lezen en horen op deze website.

 

Het is de bedoeling om, onder de zegen des Allerhoogsten, deze website te gaan vullen met stichtelijk geschreven en gesproken woord, op grond van Gods onfeilbare Woord, welke overeenkomstig zijn met onze belijdenisgeschriften, de drie formulieren van enigheid, welke ook vermeld staan op deze website. Mocht en kon het zijn tot bekering, stichting, vertroosting, vermaning,  bestraffing en onderwijs, maar ook tot het verkrijgen van een vermeerdering van (geheiligde) kennis voor mogelijk zoekende en dwalende zielen, op weg en reis naar die ontzaggelijke nimmereindigende eeuwigheid. Daarnaast is deze website ook bedoeld om zoekende zielen die in kerkelijk Nederland, vaak door de vele kerkelijk bomen het kerkelijke bos niet meer zien, tot een hand en een voet te zijn.  Het is ruim 7 maanden geleden dat de Heere me o.a. hiertoe kwam te roepen met woorden uit Psalm 51 : 14-15, “Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij. Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.”  Deze woorden gingen gepaard met woorden uit het zendingsbevel tot de discipelen van Jezus uit Mattheus 28:19-20. “….en ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld”  Waarna ik als een gewaterde hof de kerk uit kwam…

Wat deze woorden inhielden, wist ik niet. Maar toen ik door God op een zeer wonderlijke wijze uit een gruwelijke dwaling verlost ben geworden, kreeg ik een gedurige drang om ook anderen te wijzen en waarschuwen voor de heersende leerdwailingen in behoudend kerkelijk Nederland. Toen ik mijn eerste artikel had geschreven, en dit aan iemand liet lezen, vroeg deze persoon of ik een evangelisatiefolder wilde schrijven t.b.v. evangelisatie in Nederland. Deze vraag legde ik den Heere voor in gebed, waarop er een week volgde, dat er telkens de volgende woorden tot me kwamen : “Schrijf, schrijf….”

 

Maar wat ik moest schrijven wist ik niet. Ik wist wel dat dit in het boek Openbaringen moest staan, en ging dus zoeken, en mijn gedachten bepaald werden bij eerste hoofdstuk het 19e vers, het eerste gedeelte, waarin staat : “Schrijf hetgeen gij gezien hebt…”. Om hier de toepassing op te maken, was voor mij niet moeilijk. Het ging dus om de leerdwalingen, in bijna geheel behoudend kerkelijk Nederland. Ontzaggelijk, geliefde lezer, hoe vér het allemaal weg is, en hoe de zuivere leer verwaterd is geworden. Wat zijn we toch ver afgeweken van die zuivere leer der Reformatie. Ik heb werkelijk een half jaar bijna mijn werk niet naar behoren kunnen doen, vanwege het verdriet en mijn verbijstering, over hoe lange tijd ik zelf heb lopen dwalen, én hoe ik zag hoe anderen dwaalden. Ik heb hier wat over geschreven in het artikel over, ‘het onbegrepen leven Noach.’

 

Daarna volgde er een tijd, dat ik gedurig die woorden uit Prediker 11:1-6 tot me kreeg, “Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal. Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen. Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien. Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt. Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.”

 

Hiermee kreeg ik nogmaals mijn roeping bevestigd. Ik denk dat ik deze woorden wel honderd keren heb gekregen, waarna ik later meer zicht kreeg op de inhoud van die roeping, uit 2 Tim. 4 : 2-5 “Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. Deze woorden kwamen tot me onder een Schriftlezing in een kerkdienst bij ons op Katwijk. Het was 19 Oktober 2008, op een zondagavond, dat ik deze woorden kreeg. En hierin stond nu eigenlijk precies de toestand van huidig kerkelijk Nederland verwoord, op een paar enkele getrouwe predikanten na…

 

Ik hoop dat den Heere dit werk, waartoe Hij me riep, zeer rijkelijk zou willen zegenen, tot de verheerlijking van Zijn grote Naam, en tot de bekering van vele zondaren. Als u vragen heeft, wil ik altijd proberen u te woord te staan. Van mezelf weet ik niets, ben ik niets, en het wordt ook nooit meer wat. Maar als de Heere het wel eens geeft, dan probeer ik wel eens iets te schrijven, kon en mocht het zijn tot troost van velen van Zijn verkoren volk, die vanwege die dwalingen, menigmaal zonder enige troost, wenend in het donker verkeren.

 

Wie of ik ben is niet zo moeilijk te zeggen. Ik ben een gevallen mens in Adam, maar ben door vrije genade om niet, verzoend geworden met God in en door het Bloed van Christus Jezus, en op mogen staan uit de doden door Zijn toegepaste overkledende gerechtigheid en heiligheid. Ik ben een zwarte zondige hoer en tollenaar in en van mezelf, maar geheel rein en rechtvaardig in Hem. In de folder : “God zoekt de zondaar“, heb ik aan het einde iets over mezelf geschreven. Maar het gaat niet om mij, lezer. Want, ik ben maar een vuile goot, niets hebbende in en van mezelf. Maar als dat Levende water uit Hem weer eens mag gaan stromen, dan mag ik het nu met vrijmoedigheid zeggen, dat het mijn lust is geworden om die ene grote Naam van heil en zegen, te mogen aanprijzen. Aan wie? Aan het slechtste wat er hier op aarde nog rond loopt. Geliefde lezer, u hoeft alleen maar een hoer te wezen, een moordenaar, een dief, een rover, een tollenaar, zwart van zonde staande voor God, niet meer wetend hoe u ooit nog zalig zal moeten worden, geen enkel recht meer hebbend op de zaligheid. Tegen dezulken mag ik het zeggen : “Het bloed van Jezus Christus, reinigt van alle zonden!” Dat schenke den Heere u uit vrije genade om niet, om Jezus wil.

 

“En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem. En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden. Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn. Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.” (Lukas 15:20-24)

 

    

 

DJK