Gaven en Genade

Posted by admin | | maandag 27 oktober 2008 5:03 am

Artikel in pdf :  klik hier

 

Het onderscheid tussen gaven en genade

 

Uit het boek van Mattheus Meade : ‘De bijna christen ontdekt!’

 

Klik op de scan-foto uit de gallery, en daarna nogmaals, om de foto volledig te bekijken :

 

Geachte lezer, zo ben ik ze in mijn leven tegen gekomen, en zo heb ik er meerderen ontmoet, waarvan ik dacht dat ze het waren, maar echter nog alles misten. Het bleken Simon de Tovenaars, Gamaliels, Achitofels ….noem verder maar op. Werkelijk mensen die konden bidden als een lijster, dat je mond open viel van verbazing. Mensen die bijna hele hoofdstukken uit Gods Woord op konden zeggen, en dan nog mooi op toon ook nog. Wat ben ik daar weleens vaak mee omver gevallen. Uren konden ze schrijven of praten over dominees, kerkjes en ouderlingen. Maar wie Christus voor een verloren verdoemenswaardig schepsel was, daar wisten ze niets van. En toch moet ik u ook bekennen dat dezulken met hun vele gaven en hun enorme uitwendige Bijbelkennis, mij vele malen tot nut, troost, stichting, onderwijs, en ook nog weleens tot bestraffing en vermaning zijn geweest. Hoewel het hen vele malen opgeblazen maakte, had ik er toch vele malen geestelijk profijt van. Ja, weleens zondanig, dat hun spreken of hun schrijven, zelfs een zalving voor mijn arme ziel was. Op sommigen van hen was zelfs de Geest Gods, ondanks dat zij de inwonende Geest van Christus nog misten. Want, dat kwam openbaar uit hun vruchten en boze werken, want zij bleken die gestaltenis uit Galaten 5 vers 22 nog te missen, waarin geschreven staat : “Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.”

 

Geliefde lezer, wat heb ik dezulken lief gehad en bemind, en wat dacht ik voor zo lange tijd dat het m’n broederen in Christus waren. Maar wat bleek het na lange tijd zo anders. Een enkeling van hen had zelfs parels van dierbare waarheden in zijn hoofd, maar zijn buik bleek echter vol van venijnig paddenvergif. Kijk, en als je dan van dezulken wordt afgescheurd, en ze zelfs geheel moet gaan leren verliezen, dan heeft een mens daar smart over. Ik had er in ieder geval een ontzaggelijke grote smart en verdriet van, toen ik afscheid van hen moest nemen.  Wat was ik verbijsterd, en wat gingen mijn ogen op dit punt bij vernieuwing open. Wat bleek ik nog weinig ervaring te hebben, en wat heb en ben ik weleens te vaak doorgevloeid in de liefde. Dit kan ook een weinig in een mens z’n karakter verklaard liggen. Maar het moet er maar eens op aan komen, dat je bijna al je vrienden, die enkelingen waar je nog een weinig mee kon spreken, geheel moet gaan leren verliezen. Hier kan den Heere meerdere redenen voor hebben, namelijk  dat we ons niet meer mogen vermengen met de dode letter-godsdienst van deze dagen. Maar het kan zelfs zo zijn en zo gaan, dat den Heere je komt te verlossen van Zijn eigen verloste dierbare volk, die (geestelijk) weer terug zijn gekeerd tot hun eerste man, weer terug zijn gekeerd tot het zware leven in de dienstbaarheid der Wet, opdat jezelf daar ook niet weer in verstrikt zou geraken. Lees daartoe Galaten 4 eens een paar keer door. Dan moet je gaan doen wat geheel tegen je vlees in druist, namelijk de dienstbaren van je uitwerpen. Geliefde lezer, wat moesten wij toch gedurig vrezen, en onszelf onderzoeken of wij in het zaligmakende geloof zijn, wel, of niet…!! Zo heeft u bij Meade kunnen lezen dat gaven geen genade zijn, maar slechts bedeeld zijn voor het tijdelijke hier op aarde. Maar wat kan Gods volk zich daar weleens op verkijken, en zich daar bij tijden weleens flink aan vergapen. Denk aan Filippus en Simon de Tovenaar. Wat zal die Filippus ontzaggelijk zijn geschrokken, toen Petrus deze helse tovenaar direct mocht doorzien. Denk ook aan Paulus en Demas. Wat een verdriet zal het voor Paulus zijn geweest, achteraf bezien, een duivel aan zijn zijde te hebben gehad. Denk ook hoe David zich vergiste in zijn raadgever en vriend, Achitofel. Hoe heeft Samuel niet geweend over de dood van koning Saul. Hoe zal Ruth en Naomi niet over Orpa getreurd hebben. Hoe verbijsterd zijn de discipelen van Christus niet geweest over het verraad van Judas. U moet het volgende uit de Korinthe-brief eens een paar keer goed doorlezen, 1 Korinthe 13 :

 

“Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets. En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven. De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen; Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad; Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.”

 

Geliefde lezer, is deze Liefde alrede uw Leven geworden? Zo ja, dan bent u zalig, en behoeft u niets meer te vrezen. Maar bent u deze liefde nimmer deelachtig geworden, dat staat ge nog overal buiten. Dan leeft u namelijk nog voor eigen rekening, en ligt u alrede verloren. Want wij mensen gaan niet verloren, nee, wij liggen alrede verloren. De bijl ligt alrede aan de wortel van uw levensboom. Ene slag van deze bijl, en het is maar ene schrede, en de eeuwige dood, en uw eeuwige vijand is daar om u te halen voor het eeuwige verderf, buiten God in Christus. Haast en spoed, en bekeert u dan, want de tijd is voorts kort. Het bloed van Jezus reinigt van alle zonden.

 

D.J. Kleen

  

——————————————————————————————————–

  

.

Theodorus Van der Groe over valse schijnbekeringen binnen het christendom

 

MP3-preek – Ds. W.C. Lamain : Over het nabijkomende werk des H. Geestes

 

Voor u gelezen – Uit : Rondom het kerkelijk leven – ds. W.C. Lamain

 

DJK : waarschuwend artikel over narcistische schijnheiligheid op het erf der kerk

.  

Ds. K. Veldman in Vriezenveen over de gestaltenis der dwaze maagden.mp3

 

Lees ook m’n meditatie die ik hier over schreef :  klik hier   &  nabijkomend werk  

 

 

 

“Ik heb aan de Gemeente geschreven; maar Diotrefes, die onder hen zoekt de eerste te zijn, neemt ons niet aan. Daarom, indien ik kom, zo zal ik in gedachtenis brengen zijn werken, die hij doet, met boze woorden snaterende tegen ons; en hiermede niet vergenoegd zijnde, zo ontvangt hij zelf de broeders niet, en verhindert degenen, die het willen doen, en werpt ze uit de Gemeente. Geliefde, volgt het kwade niet na, maar het goede. Die goed doet, is uit God; maar die kwaad doet, heeft God niet gezien. Aan Demetrius wordt getuigenis gegeven van allen, en van de waarheid zelve; en wij getuigen ook, en gij weet, dat onze getuigenis waarachtig is. Ik had veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en pen; Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name, 3 Joh. 9-15.”

 

 

Met de volgende kanttekeningen :

 

23) zoekt de eerste

Dat is, die uit eergierigheid boven zijn medebroeders zich verheffende, tracht om deze te overheersen en al het gezag aan zich alleen te trekken.

 

24) neemt ons niet aan

Dat is, acht mij, noch mijn schrijven en voorspreken niet.

 

25) indien ik kom

Namelijk tot u, gelijk ik hoop dat haast geschieden zal, 3 Joh. 1:14.

 

26) in gedachtenis brengen

Dat is, hemzelf voor ogen stellen en de gemeente bekend maken, dat zij het moge weten en bedenken.

 

27) zijn werken, die

Namelijk die hij hier beschrijft.

 

28) boze woorden

Dat is, lasterlijke.

 

29) snaterende tegen

Dat is, beuzelingen voortbrengende.

 

30) ons; en hiermede

Dat is, mij, gelijk ook in het voorgaande vers, 3 Joh. 1:9.

 

31) de broeders niet

Namelijk die beschreven worden, 3 Joh. 1:7.

 

32) verhindert degenen

Of verbiedt.

 

33) die het willen doen

Dat is, die deze broeders willen ontvangen.

 

34) werpt ze uit de Gemeente

Namelijk door den kerkelijken ban.

 

35) kwade niet na

Dat is, zo in het algemeen allerlei kwaad als in het bijzonder dit kwaad voorbeeld van Diotrefes.

 

36) goed doet, is

Dit kan ook verstaan worden zo in het algemeen van allerlei goed als in het bijzonder van het goede der weldadigheid jegens de broeders, dat hij hierin Gajus prijst.

 

37) die kwaad doet

Dat is, die zijn werk maakt van kwaaddoen. Want anderszins doen de wedergeborenen ook soms wel iets dat kwaad is, uit zwakheid.