Bij ds. Teunnissen is openbaring van Christus geen schenking door recht

Posted by admin | | woensdag 19 februari 2014 10:01 pm

Ds. W.J. Teunissen – preek over Psalm 84 vs 1-3 :  klik hier

FRAGMENT UIT DEZE PREEK :  KLIK HIER

(Uitgesproken op 5 febr. 2014 in de Petrakerk te Veenendaal)

Commentaar DJK : Ds. Teunissen noemt een zichtelijk werk op Christus, ofwel een heenwijzing naar Christus (als mogelijkheid tot zalig worden) ….een openbaring van Christus. Daarom zegt hij vervolgens dat een openbaring nog geen schenking door recht is. Dit is beter bedoeld dan in Bijbelse woorden uitgedrukt. Terwijl toch de apostel in Gal. 1 vers 15-16a het volgende over zichzelf betuigt: Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen. (lees onder bijbehorende kanttekening)

48) in mij te openbaren,
    Dat is, aan mij; in mijne ziel. Of, door mij te openbaren, dat  is, bekend te maken, dat ik Hem voor den Zoon Gods en den waren  Messias heb erkend, en in Hem geloof; Matth. 16:17.

Beluister daarentegen deze Bijbelse lezing over dit onderwerp, en doe gelijk destijds de Bereers!

Wat ds. Teunissen in dit fragment kennelijk bedoeld is, dat de instelling van het pascha….de viering van het pascha nog niet is. Lees hier verder over wat ik hiermee bedoel. Bij de instelling van het pascha (tussen de negende en tiende plaag) kreeg Israel een weg aangewezen door het paaslam tot ontkoming van het dodelijk verderf dat God over gans Egypteland brengen zou, maar bij de viering van het pascha werd het paaslam geslacht en geroosterd door vuur als zijnde een borgtochtelijke tussentreding tot behoudenis van de eerstgeborene(n), het bloed gestreken aan de posten en het geroosterde vlees gegeten tot vereniging. Ik voor u, daar gij anders….

Wat ds. Teunissen hier probeert te verduidelijken is niet verkeerd bedoeld, mits hij de bedoelde zaken maar wel Bijbels blijft benoemen. Dit is nu een duidelijk voorbeeld van hoe men een zuivere bevinding leerstellig on-Bijbels voor kan stellen. Dat sommige kinderen Gods dit doen omdat ze veelal de termen van hun leraar zomaar klakkeloos overnemen is beslist ook niet te prijzen, maar het betreft hier een leraar der kerk die beter zou moeten weten. Met wat hij aangaande de zielsbeleving probeert voor te schilderen ben ik het wel mee eens, alleen stelt hij het hier helaas on-Bijbels voor, waardoor zijn lering uiteindelijk nog doel mist. Hij gebruikt in deze voorstelling van zaken helaas meer de terminologie die destijds op de conventikels door eenvoudige en ongeletterde zielen werd gebruikt, dan de woorden uit de zendbrieven der apostelen. Middels zijn on-Bijbels taalgebruik worden de bedoelde zaken er derhalve niet duidelijker door, integendeel!  Want middels deze wijze van spreken wordt de rechtvaardigingsleer der apostelen gekrenkt en verduisterd, en Gods volk ernstig in verwarring gebracht. Het betreffen geen bijzaken, maar wezenlijke hoofdzaken. We zijn er echt niet op uit om iemand op zijn woorden te vangen. Maar hier vervalt ds. Teunissen wel degelijk in een standenleer, door het verlossingswerk in Christus zijn kerkvolk middels een Roomse trapsgewijze rechtvaardigingsleer voor te stellen.

Ik vat de inhoud van zijn krom gebruikte woorden hier even kort samen — Waar de ziel zijn vonnis in de toevalling van het Goddelijke recht heeft gemijnd, daar duurt het nog even voordat hij door God in Christus wordt opgericht ten eeuwige leven — dit komt uit zijn voorstelling van zaken op een vreselijke wijze naar voren. Ja lezer, uit dit soort on-Bijbels geredeneer is ook de nu volgende beruchte uitspraak voortgekomen: “Met een geopenbaarde Christus nog verloren moeten gaan (de dood in moeten gaan) wil het wel zijn…etc.” Het mocht hem en anderen die dit ook leren eens tot opscherping in de leer zijn die naar de Godzaligheid is. Dat geve den Heere. Want dit staat werkelijk haaks op de puntsgewijze rechtvaardigingsleer van de grote hervormer Maarten Luther. In deze verdorven leer is wezenlijk helaas ook de hele GER GEM (IN NED) vervallen. Ik wenste wel dat ze dit eens mochten inzien. 

Ik doe nu een greep uit het bovenstaand fragment waarin ds Teunissen de zaken als volgt standelijk voorsteld, ik citeer:

….de ziel slaat een blik op het recht Gods

…..bij het altaar krijgt hij een oog op het lamme Gods  

….hier mag hij het recht Gods toevallen  

….verenigd met zijn vonnis, de dood voor eeuwig verdiend  

….hier krijgt de ziel een toeleiding tot het Lamme Gods  

…..hier wordt hij een ogenblikje bij Golgotha gebracht (zicht op het Lam) 

…..Dan komt er zulk een liefde in zijn hart, wanneer hij een zicht krijgt op het lijden en sterven van Christus

 …..Getroffen door de toorn des Vaders, en verteerd door de gramschap des Vaders

…..hier krijgt hij iets te zien van gewilligheid van het Lam en de Goddelijke liefde  

…..dit is een ontsluiting in de weg tot verlossing, dan is er nog een mogelijkheid van zalig worden

…..hier zijn ze het recht Gods toegevallen, maar door dat recht nog niet verlost  Kijk

……en hier gaan er velen voor eeuwig mee verloren (omdat het vaak niet verder komt)

…..Want een zichtelijk werk is nog geen richterlijk werk  

…..uit de vonnisaanvaarding kunnen wij het ware leven niet ontvangen

……Daarna gaat die zondaar een toornend God kussen…..een Vuurbrand kussen…..  

…..Dan nader onderwezen…..terzijde van brandofferaltaar staat koperen wasvat 

…..In het wasvat wordt de ziel gewassen in het bloed van Christus, daar gebracht in de fontein van Gods eeuwige liefde, daar ligt hij verzonken in de vergevende gerechtigheid, daar in de éénwording met het Lam van God, gesmaakt Gods vergevende liefde in Christus

…..Dit zijn de gangen die God houdt met Zijn volk, ze staan erbuiten, ze worden in de toevalling van het recht binnengebracht…., krijgen zicht op de volzaligheid van Christus, moeten met dit zicht op Hem verloren gaan, om een richterlijke Borg achter het recht vanaf het altaar te ontvangen

ZE MOETEN LEVEN….NIET MET EEN GEOPENBAARDE…..MAAR MET EEN GESCHONKEN CHRISTUS, OM IN DE VERENIGING MET HEM GEWASSEN TE WORDEN IN ZIJN BLOEDGERECHTIGHEID  (einde citaten)

—————————————————————————

 

Commentaar DJK :  Ds Teunissen scheidt hier het bloed van het brandofferaltaar – qua tijd – van het vernieuwende water des Heiligen Geestes in het koperen wasvat. De ziel wordt volgens hem niet bij het brandofferaltaar maar bij het wasvat door bloed gewassen, terwijl het bloed tot verzoening bij het altaar (= plaats des gericht) gevloeit heeft, ….Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Rom. 3:25, Rom. 5:9, Efeze 1:7, Kol. 1:14, en heeft bij het altaar geen gemeenschap met Hem maar volgens ds Teunissen pas bij het wasvat, terwijl het vlees van het altaar gegeten werd tot vereniging. Hier gaat hij vreselijk de mist in, want het koperen brandofferaltaar is het beeld van de vergeving der zonden tot verzoening met God door het gestorte bloed, en het water in het koperen wasvat is het beeld tot geestelijke vernieuwing door de verzegeling des Geestes. In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid (Efeze 1:13-14). Door de tabernakeldienst heeft God Zijn bondsvolk Israel nader onderwezen in haar verlossing. Want zo klonk het immers bij de wetgeving aan de Sinai: IK ben de Heere uw God Die u uit het diensthuis van Egypteland heb uitgeleid. In de woestijn heeft God Zijn volk door de hele ceremoniele offerdienst etc. wezenlijk nader onderwezen, niet in een vloekende, maar in een vervulde Wet (= Evangelie). Derhalve moesten de twee stenen tafelen der Wet in de Ark des Verbonds gelegd worden. Hierin was het aardse bondsvolk een toonbeeld van het geestelijk verkoren bondsvolk Israel.   Door het bloed van het paaslam en het water in de wolkkolom heeft God Zijn volk verlost en uitgeleidt uit de ijzeroven van Egypteland. De 10 gerichten die God over het diensthuis deed gaan waren een beeld van de vloek en doding der Wet. Het gestreken bloed en het water kwam in de voorhof terug waar het brandofferaltaar en het koperen wasvat stond. Dit bloed en dit water was de toegang tot het Heilige, de twee beelden van kruisdood en opstanding waaruit de leer van Christus en Zijn apostelen bestaat, ofwel het beeld van het badwater der wedergeboorte van ondergang en opkomst. Vertel me eens, hoe lang kan een ziel in dit badwater onder water leven, ofwel, hoe lang kan een ziel onder de toorn Gods verkeren? Bij het altaar wordt de ziel geestelijk met Christus gekruist, en wordt hij gedoopt in de kruisdood van Christus, Gal. 2:19-20, waarna hij metterdaad met Hem opstaat ten eeuwige leven, dit is de geestelijke opstanding uit dat badwater der wedergeboorte waarin hij alvorens ALS IN EEN PUNT DES TIJDS verdronken is. Een plant met Hem in Zijn kruisdood en een plant met Hem in Zijn opstanding, lees Rom. 6:3-7.   Verder laat ik termen van bijv. het toevallen van Gods recht… maar voor wat het is. Deze termen zijn overgenomen uit het gezelschapsleven van vroeger. Ze worden ook weleens gebruikt door mensen die de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. De een bedoeld er dit, en de ander dat mee. Laten we zoveel mogelijk de terminologie van Christus en Zijn apostelen gebruiken. Zij leerden: het Zaad (= Christus door het gepredikte Woord) dat in de aarde valt, en niet sterft, zal nooit leven. De apostel zegt in Rom. 6 vers 7, Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonden. Gestorven waaraan? Namelijk, aan de eis van Gods heilige wet tot volkomen betaling of genoegdoening. Aan de eis van Gods heilige Beeld waaraan die gedaagde verkoren zondaar nooit meer kan beantwoorden. Hier sterft de ziel een kruisdood in zijn gemoed, hebbende niet alleen gezondigd jegens Gods heilige wet maar nog meer jegens Zijn heilig Evangelie vanwege zijn vervloekte ongeloof. En daar waar die zondaar zijn grond voor God is verloren, zijn vonnis heeft gemijnd, treed het Meerdere Lamme Gods, Jezus Christus en Dien gekruist, door Zijn verworven Geest metterdaad tussen. Daar breekt de strik, daar wijkt de veroordelende vloek der wet, en daalt de vrede met God in als vrucht van de ingestorte verbrijzelende liefde Gods in Christus. Dit is beter te beleven dan te omschrijven. Maar wanneer wij dit wonder proberen te verwoorden, laat ons dan zoveel mogelijk de woorden der apostelen gebruiken, en laten we vooral waken voor on-Bijbels taalgebruik. Daar in die stonde wordt Golgotha, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren, als in ene stonde geestelijk beleefd. Want na een geestelijke hellevaart volgt metterdaad een opstanding uit het graf der zonden, en een hemelvaart. Hier kon de gerechtvaardigde moordenaar naast de Heere Jezus immers over meepraten. Hij stierf een geestelijke kruisdood met Christus, en stond metterdaad met Hem op toen Christus Zich aan zijn helwaardige ziel openbaarde, alvorens Christus voor Zijn ganse verkoren Kerk van verleden-heden-toekomst was gestorven en opgestaan. Die het verstaat, verstaat het!! Want deze Geest neemt het uit Hem en verkondigd het die ziel tot zaligheid en vrede, Joh. 16:13-15. In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Efeze 1:13-14.     Ten laatste, ik schrijf dit tot bemoediging met name voor hen die met Christus een geestelijke kruisdood gestorven zijn, en het bloed kregen gestreken over hun veroordeelde zondige geweten in het dodelijkst tijdsgewricht tot zaligheid en vrede (Hebr. 9:14-17) en Christus Jezus van Gods’ wege geopenbaard kregen door een waar geschonken geloof in Hem.

Door de uitleg van ds. Teunissen, (en bijv. ook van wijlen ds. P. Dorsman , ds. E. Du Marchie van Voorthuysen en ds. J.J. Roodsant) zouden zij kunnen gaan denken dat er aan hun verlossing nog iets mankeerd. Nee hoor, laat u niks wijzen door dit krom on-Bijbels taalgebruik! Van goedbedoelde zaken die middels on-Bijbelse woorden en voorstellingen werden voorgsteld, zijn velen in het donker terecht gekomen. Wij kunnen en mogen Gods kinderen en knechten met hun aanklevende krommigheden niet hoger achter dan Gods Woord Zelf. Henen uit daarmee! Het moest nu maar eens afgelopen zijn. Toen Petrus in Matth. 16 vers 22-23 tot Zijn Meester zei: Heere wees U genadig, dit zal geenszins geschieden, ….wederstond Christus hem ook metterdaad in zijn aangezicht door hem aan te zeggen: “Ga achter mij satanas, want gij verzint niet de dingen, die Godes zijn, maar die der mensen zijn!” Dit woord werd Petrus tot lering, opscherping en beschaming.  Het feit dat ze dit soort zaken telkens met eigen gekozen woorden en termen zoeken te verklaren getuigt niet van achting voor Gods Woord, eerder van godsdienstige vermetelheid. 

 

Lees hier wat Gods Woord (met kanttek.) zegt over een openbaring van Christus:   De HEERE heeft Zijn heil bekend gemaakt; Hij heeft Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der heidenen, Psalm 98 vers 2 (met kanttek. 1 en 2)   

Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht,1) en doet gerechtigheid;2) want3) Mijn heil4) is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid5) om geopenbaard te worden,  Jes. 56 vers 1. 

In diezelve tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt,32) en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.33),  Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.34)  

Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.35)  Matth. 11 vers 25-27.   

En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus13), de Zoon des levenden Gods. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is, Matth. 16 vers 17.   

Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U, Lukas 10 vers 21.   

Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.14),  Joh. 2 vers 11.    Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar [dit is geschied], opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden, Joh. 9 vers 3-7, ….En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.40)   Joh. 9 vers 35-38.   

Want de rechtvaardigheid Gods33) wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof;34) gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige35) zal uit het geloof leven, Rom. 1 vers 17.    

Maar nu is de rechtvaardigheid Gods40) geopenbaard geworden zonder de wet,41) hebbende getuigenis van de wet42) en de profeten: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.43), Rom. 3 vers 21-22.   

Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester, Gal. 3 vers 23-25 met kanttek. 102-110  &  (Lees hier ook Luthers commentaar op deze verzen)   

Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods; Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid, Kol. 1 vers 25-27   

Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen; Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 2 Tim. 1 vers 9-10.   

Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard), 1 Joh. 1 vers 1-2.   

Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden, 1 Joh. 4 vers 8-10.