Rochdale 11-09-1999

Posted by admin | | zaterdag 25 oktober 2008 8:43 am

Verslag in pdf :   klik hier

 

 

DE EVANGELIE STANDARD SOCIETIES

samenkomst vanuit de noordelijke regio’s

 

 

 

Verslag van een vergadering gehouden at Rochdale Road Chapel, Manchester, op zaterdag, 11e september 1999.

 

 

 

GEBEDS SAMENKOMST

 

De heer Jabez Rutt (Blackboys, een gehucht bij Horam), treedt op de katheder, leest Joel hoofdstuk 2:12 tot 27, daarna spreekt hij de aanwezigen toe.

 

Het woord dat op mijn hart heeft gelegen, wordt gevonden in vers 15:

” Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.”

“Mijn geliefde vrienden, hoe nodig en noodzakelijk is het in deze dag waarin we leven, dat we een plechtige verbodsdag zouden uitroepen! Wij zijn als een kleine groep kerken stervende. Als de Heere voortgaat om de vrijmachtige werking van de Heilige Geest te onthouden aan onze samenkomsten, dan loopt het met ons ten einde. Tenzij de Heilige Geest wordt uitgegoten over de ambtsdragers en een geest van berouw wordt geschonken, zijn we dodelijk ziek. Dit verval is niet alleen in de noordelijke kerken, maar ook in de zuidelijk kerken. Hoe weinigen komen tot Sion’s plechtige samenkomsten, en wat een Laodicese geest vervult in het algemeen onze samenkomsten: “noch heet noch koud”, Openb. 3:14-22! Er is een algemene zelfgenoegzaamheid en een gemis aan verontrusting over onze samenkomsten en de vreselijke situatie waar wij in verkeren, als kerkverband (group of churches). Onze ernstige begeerte is dat de Heere waarlijk Zijn kerk zal opwekken tot een heilige naarstigheid in gebeden en smekingen, zoals we lezen in de profeet Micha 4:10: “Lijdt smart en arbeidt om voort te brengen, o dochter Sions.” Vrienden, er is zeer, zeer weinig geestelijke arbeid in de kerken van God, en déze arbeid is niet beperkt tot alleen de dienaars des Heeren. Er is een geest van zelfgenoegzaamheid. Er is zeer weinig bezorgdheid, maar in feite een algemene hooggevoelendheid dat we de waarheid hebben en dat we orthodox zijn in het vasthouden van de leer van genade, dat we Calvinistisch zijn en dat die waarheden gepreekt worden van onze preekstoel; maar er schijnt een vreselijke onwetendheid te zijn dat de Geest van God zo ver geweken is. Ja, we hebben de waarheid nog onder ons. Ja, de dienaars des Heeren worden nog onder ons gezonden. Ja, ze preken het evangelie van Jezus Christus. Ja, ik geloof dat we kunnen zeggen: ” Uw Geest blijft nog onder ons. ” Maar waar zijn de vruchten die volgen op het gepreekte woord? Waar zijn de bekeringen? Waar worden er toegebracht? Waar zijn degenen die groeien in genade en in de kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus?

 

De grote meerderheid van de toehoorders schijnt zich helemaal gelukkig te voelen als het zo sukkelend voortgaat, zo lang als er nog een klein beetje begrip van de waarheid is. En daarin schijnt men aangemoedigd te worden van de preekstoel zolang ze maar enkele bewijzen en enkele kleine kenmerken omdragen van uitwendige rechtzinnigheid. Er is zeer weinig aansporing om ‘te vervolgen den Heere te kennen’ en weinig vermaning tot diepere kennis en verstand van de Persoon van Christus; opgewekt tot hoop op Christus, maar geen aandringen op de noodzaak van vergeving van zonde, tot een heilig, dieper en zaligmakende kennis van de gekruiste Zaligmaker, Fil. 3:8-10.

 

O vrienden, wat hebben we nodig: “Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.” Dit woord wat de Heere gesproken heeft door Zijn dienaar Joël en wat er staat in het 4e hoofdstuk van Hosea, heeft dikwijls op mijn hart gelegen. En ik gevoel dat ik 3 punten uit dit hoofdstuk voor uw aandacht moet brengen.

 

Hosea 4:1 “Hoort het woord des Heeren, gij kinderen Israëls: want de Heere heeft een twist met de inwoners des lands.” De Heere trekt de zoete invloeden van Zijn Geest en genade niet terug van Zijn volk als er geen oorzaak is. En is er geen oorzaak? 1 Sam. 17:29. “Mijn volk gaat verloren omdat er geen kennis is”, Hosea 4:6. “En gelijk het volk, alzo zal de priester zijn”, Hosea 4:9. Er is een duidelijk verband tussen de voorgangers en het volk. Dat is wat de Geest van God ons hier voor ogen stelt. Dit is het wat dikwijls op mijn hart heeft gelegen, niet alleen vandaag, maar al een lange tijd. Als kerkverband houden wij terecht vast aan een bevindelijke kennis van de waarheid, oprecht en zuiver. We houden daaraan vast en inderdaad, als kerkverband hechten we veel waarde aan dit belangrijke punt. En ik ben absoluut, voor 100 percent, van ganser harte daar mee verenigd. Er moet een werkzame, levendige en bevindelijke kennis van de waarheid zijn.

Als mensen levend gemaakt worden door de Heilige Geest, worden ze overtuigd van hun zonde en ze komen tot het zaligmakend geloof in Jezus Christus door het inwendig, krachtig onderwijs van de Geest van God, ‘niet in de letter maar in de soevereine kracht van de Geest’. Ze zullen gevoelen dat ze zondaar zijn en zo worden ze geleid tot Christus door de Geest van geloof. Ze zullen gevoelen dat Christus hun Zaligmaker is en zullen zich lieflijk verheugen in Zijn genade. Dus, laat niemand het verkeerd begrijpen wat ik nu hier probeer te zeggen. Vrienden, één van de grote problemen is de onevenwichtigheid in de ambtelijke bediening onder ons. Vanaf veel van onze preekstoelen wordt aanhoudend een voorschrift gegeven voor ondervinding, ondervinding, ondervinding maar er is een ernstig gebrek aan de heldere verklaring van het Woord van God.

 

Dit is mij zo duidelijk getoond in het recent en algemeen conflict wat wij gehad hebben in onze kerk, betreffende de heilige mensheid van de eeuwige Zoon van de Vader. Toen ik een van onze ambtsdragers sprak, van wie ik geloof dat hij een begenadigd man is, werd dit onderwerp ter sprake gebracht en zei hij tot mij: “Wel, zover als ik kan zien, Jabez, is dit een storm in een glas water. Het is van geen belang. Het doet aan de zaak niet af noch toe of Jezus Christus een ziel heeft gehad of niet. Het is geen punt van geschil. “Vrienden, Ik was stom verbaasd!!” Een absoluut fundamenteel leerstuk, en door een van des Heeren dienaars wordt gezegd het doet aan de zaak niets af noch toe! Een erge dwaling wordt geïntroduceerd in de kerk van God, wat geestelijk vergif is, en een van de dienaars des Heeren zegt dat het niet tot de zaak dient! O vrienden, hoort het Woord van de Heere: “Mijn volk gaat verloren omdat er geen kennis is”.

 

Mijn geliefd vrienden, ik sluit mezelf in, de fout ligt in de preekstoel; de onvolkomenheid ligt in de verkondiging van het Woord van God onder ons. Er is geen afdanken van de leer; we houden ons aan de leer van genade, maar er is geen heldere uitleg van het Woord van God. Daarom is er en heel erge onwetendheid betreffende de leer van genade, en aangaande de leerstellingen van Christus, binnen onze gemeenten. Dit is zo  duidelijk naar voren gekomen in het recente conflict. Ik hoor dat ambtsdragers en mensen in onze kerken, die ik jaren gekend en bemind heb vanwege de waarheid,  zeggen: “Wel, ik begrijp het niet. Ik houd me er buiten. Ik begrijp niet waarom we zo moeten twisten. Ik begrijp niet precies die bijzonderheden over de Persoon Jezus Christus. “Mijn geliefde vrienden, als een voorganger zegt: ik begrijp de waardige naturen van de Zoon van God niet, van de diepe verborgenheid der Godzaligheid dat God geopenbaard is in het vlees.” Wat een erkenning doet hij dan! En toch staat hij op, preekt het woord en verkondigt de dierbare Christus; en hij moet dingen verkondigen die hij niet echt begrijpt! Is het een wonder dat de Geest smart wordt aangedaan? Is het een wonder dat de Geest onder ons wordt onthouden als er zo’n verschrikkelijke onkunde is op onze preekstoel? O, hoe nodig is het: “Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit, verzamelt het volk, heiligt de gemeente, verzamelt de oudsten!” Hoe nodig is het voor degenen onder ons die geroepen zijn tot de bediening: “Benaarstig u om uzelven God beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt”, 2 Tim. 2: 15!

 

Vrienden, als ik spreek over deze dingen van het ambtelijk werk onder ons, voel ik diep en pijnlijk mijn eigen tekortkomingen en onbekwaamheden, doch niettegenstaande dit, deze dingen moeten gezegd worden. “Zoals het volk is, zo is ook de priester. ” Dit woord wijst dus duidelijk aan dat er een direkt verband bestaat tussen de preekstoel en de kerkbanken. En wij zien hoe nodig dit is: “Laat de priesters, des Heeren dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o Heere, en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid”. Wat was er gebeurd? Wat de rups heeft overgelaten heeft de sprinkhaan afgegeten en wat de sprinkhaan heeft overgelaten heeft de kever afgegeten”. Wat is er over ons gekomen? Het is gekomen van de preekstoel, vrienden: een verval! Het is gekomen door onevenwichtige bediening van het woord. Het smart mij werkelijk dat zoveel zogenaamde bevindelijke prediking onder ons bestaat in het vertellen van een aantal verhaaltjes en van wat gezangen. Het is vermoeiend om er naar te luisteren en het is geen bevindelijke preek. Toch komen de mensen er vandaan en zeggen: “O, was hij niet best? Het was zeldzaam!” Ze schijnen gevoed te worden met allerlei verhaaltjes. We mogen ons terecht afvragen wat voor soort eetlust hebben ze? Echter, er was geen uiteenzetting van de heilige, glorierijke Persoon van de Zaligmaker. Ik spreek nu uit eigen ervaring. Hoewel een dienaar de mooiste tekst voorleest over de Persoon en werk van Jezus Christus, over de leer van de verzoening, besteedt hij de gehele preek om over gestalten en gevoel te preken. In dit soort preken wordt het schepsel in het middelpunt geplaatst, maar niet de Schepper. Is het een wonder dat er onder ons zijn die een god maken van hun ervaring, als er zó van de preekstoel wordt gesproken? Zó wordt er gepreekt. En in plaats van te rusten op het éne en enige wáre Fundament, het volbrachte werk van Jezus Christus, rusten ze op hun gestalten en hun gevoel en als ze het niet gevoelen dan is het niet waar! Ik zei eens tegen een dierbaar Godzalig vriend, hij was in sommige diepe beproevingen, “vriend, de Heere zit op de troon.” Hij zei, “kan je het gevoelen? Ik kan het niet altijd gevoelen.” Met andere woorden, de implicatie was: omdat ik het niet kan gevoelen, is het niet waar. Mijn geliefde vrienden, de Heere zit op de troon tot in eeuwigheid. Hij zit, Koning zijnde voor eeuwig. Gezegend zij Zijn Naam! Het is een waarheid die nooit veranderd kan worden. Een andere waarheid die niet veranderen kan, is: “het bloed van Jezus Christus Zijn Zoon reinigt ons van alle zonden.” Je mag niet altijd in staat zijn het te gevoelen, maar dat verandert niets aan de heilige waarheid daarvan. Die éne dierbare verzoening is onze enigste hoop. Er is een ontzaggelijk gemis aan de heldere prediking en uiteenzetting van de glorierijke Persoon van Jezus Christus, van Zijn heilige verzoening. “En Ik, als Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal Ik hen allen tot Mij trekken”, Johannes 12:32. Als J. K. Popham in zijn dagen zei: “de kerken sterven door het ontbreken van gezonde lering,” wat zou hij vandaag gezegd hebben?

 

Zoals ik reeds heb gezegd, laat niemand dit misbruiken. Als u wáre Godsdienst hebt gekregen zal die Godsdienst gevoeld worden, maar dan bouwen we onze hoop niet op onze gestalten en op ons gevoel. Dat is een valse grond, een zandgrond. We bouwen niet op onze ervaring, maar als u wáre Godsdienst hebt ontvangen, bouwt u op het volbrachte werk van Jezus Christus. “Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus”, 1 Kor. 3:11. Ik zal nooit vergeten, ongeveer 5 jaar vóórdat ik werd uitgezonden in de bediening, dat ik een zeer toegewijd, een gezegende tijd had. Ik wandelde ongeveer 2 jaar in de vrijheid van het evangelie. Aan het einde van die 2 jaar legde de Heere Zijn hand van beproeving op mij, en in die beproeving werd ik gebracht in grote geestelijke duisternis. Op een middag voelde ik me als gezonken in een kuil en ik kon de bovenkant niet bereiken en in mijn gevoel wanhoopte ik en riep tot de Heere. En de Geest van de Heere ademde deze woorden in mijn ziel met een lieflijke kracht: “Mijn liefste is mij een tros van Cyprus in de wijngaarden van Engédi”, Hooglied 1:14. Het was alsof de Heere Jezus kwam en Zijn arm rondom mij sloeg en deze woorden volgden in dezelfde zoetheid en kracht: “De eeuwige God zij u een Woning en van onder eeuwige armen”, Deut. 33:27. Toen toonde de Heere mij zo duidelijk dat alle voorgaande ervaring van de heilige zekerheid des geloofs goed was, een wáre, gezonde en solide ervaring, maar ik bouwde er op, ik leunde op mijn eigen ervaring, mijn eigen gestalten, mijn eigen gevoel. En het was alsof de Heere tot mij zei: “het was goede, gezond en wáre ervaring, maar dit is het waarop je behoort te bouwen: het volbrachte verlossingswerk van Christus. Je moet alleen leunen en vertrouwen op het dierbare bloed van Christus en alleen bekleed zijn met de gerechtigheid van Christus. ‘Dit is de eeuwige, onveranderlijke, onbeweeglijk Rots er eeuwen.’ “En op deze Rots zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen”, Matth. 16:18. Ik was toen veel werkzaam met het ambt en het was alsof de Heere tot mij zei: “Wanneer je nu gaat om te preken, is dát wat je moet preken: Jezus Christus en Dien gekruist. Vrienden, onder ons is een droevig, ernstig en groot gebrek aan de prediking en uiteenzetting van de glorierijke, heilige Persoon van Jezus Christus. Een Christeloze  preek is een hopeloze preek. Dat is het inderdaad! O, dat de Heere het moge geven dat we het op onze harten leggen. “Laat de priesters, des Heeren dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o Heere, en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid”. O, dat de Heere het wáre berouw wilde vergunnen en dat we mochten wederkeren. “Nu dan ook, spreekt de Heere, bekeert u tot Mij met uw ganse hart en dat met vasten en met geween, en met rouwklage. En scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot en Heere uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid en berouw hebbende over het kwade”. Joel 2:12,13.

 

We wensen geen droge, intellectuele uitleg van het woord van God. Maar onze begeerte is doorleefde, bevindelijke en heldere uitleg van de glorierijke leerstelling van de Persoon en het werk van onze Heere Jezus Christus, de bevinding van die leer en de praktische uitwerking in onze wandel en gedrag. Dit was de prediking van onze Godzalige vaderen, zoals John Owen, John Gill, J. C. Philpot, J. H. Gosden, enz. Moge de Heere Zijn zegen vergunnen aan deze enkele opmerkingen.

 

Hymne 1140, 1142 en 365 werden gezongen gedurende de vergadering. De heer Rutt opende de samenkomst met gebed en de heer. G. Stephenson (Hindley), de heer. W. T. Wheeler, (Sedgley), de heer Jeremy Roe (Ossett) en de heer. T. J. Rosier (Leraar, Maidstone) deden een gebed. De heer Rutt sloot de samenkomst met  gebed.

 

 

 

Veel van hetgeen hier beschreven wordt door de heer Rutt zou ook van de kerk des Heeren in Nederland gezegd kunnen worden.

 

Visie 1, over de kerk des Heeren in Nederland.

Laten we eens naar de Heere Jezus luisteren, wat Hij zegt van de hedendaagse godsdienst. Hij zegt in Mattheüs 23: “De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gezeten op de stoel van Mozes. Daarom al wat zij u zeggen dat gij houden zult, houdt dat en doet het, maar doet niet naar hunne werken; want zij zeggen het, en doen het niet. Want zij binden lasten die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouders der mensen, maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.” Mensen, laten we eens eerlijk zijn (onszelf ingesloten) is dit niet de tendens in onze Reformatorische kerken? We zijn, enkel op onze kerkgang na strikt gelijk aan de wereld geworden. Steek het maar niet op de jeugd of op jonge mensen, maar wij en onze vaders zijn schuldig aan deze zaken. We hebben niks te roemen. Zie je nu wel! Paulus zegt dat hij kon roemen op het kruis van Christus. En nu eerlijk: wie kan dit nazeggen? Onze kerken zijn gewoon winkels van allerlei allooi geworden. Van maandag tot vrijdag is iedereen druk met zijn werk en wereldse zaken en de zaterdag is een algemene genotsdag geworden, de zondag een slaapdag en zo hebben we weer een week gehad. Een week dichter bij de grote Godsontmoeting. Als we er een indruk van kregen dan zouden we als een Benhadad van kamer in kamer vluchten. Het kerkelijk leven is traditie geworden. We gaan op onze uitgaansdag (de zaterdag) van alles doen behalve onze binnenkamers opzoeken en leven ons evenals de wereld uit, een ieder op zijn eigen manier. En de avonden brengen we door met bier en borrels. En om vijf voor twaalf rennen we of rijden we met een snelheid van minstens 120 km. per uur naar huis, om zo half versuft tot zondagsmorgens half 9 onze roes uit te slapen. En dan klagen op onze kinderen, die na zo’n voorbeeld een uur later thuiskomen. En dan s’zondagsmorgens jagen en jagen om op tijd in de kerk te zijn, en denken dat we nog goeddoen ook. Het eerste wat we daar dan doen, is een gebed afraffelen, en dan gaan we rondkijken wie er allemaal is. Die heeft een mooi hoedje en die heeft helemaal geen smaak en die is ouderwets, en weer een ander heeft een nieuwe jas en die mag ook wel eens om nieuwe kleren, en weer een ander gaat gemakkelijk zitten om zo zijn slaaphouding aan te  nemen. Werkelijk mensen, als we denken dat we er niet aan mee doen dan zijn we finaal mis, want we zijn niet heet of lauw of koud, maar we zijn geestelijk dood! We schrikken nergens meer van. Dood en eeuwigheid daar kijken we bijna niet meer van op, als er mensen om ons heen weggeraapt worden voor een eeuwigheid. De duivel zit werkelijk overal tussen. Zie maar om je heen, overal heerst list en bedrog. Heel de wereld met al zijn schijnschoon slokt ons op. Nergens kunnen we nog rust vinden. Overal is het hetzelfde haasje-repje, want morgen sterven wij. Denken we aan radio, televisie, bioscoop, film, fotografie, boeken, telefoon, fax, internet, auto, brommer, scooter kleding, mode, vakantie, uitgaan, verjaardagen, feestjes, vergaderingen en wat er nog meer zij. De duivel weet overal raad mee.

 

Nu moet je eens zien 25 jaar geleden was bioscoopbezoek in onze kringen uit den boze. Maar wat doet de duivel? (Hij is slim!) Het bioscoopbezoek laat hij de laatste 20 jaar zodanig achteruitgaan dat er bijna geen sterveling meer komt. Ja, ze worden zelfs gesloten. Maar nu komt het. Hij zegt: “mensen ik doe de filmcamera’s in de aanbieding”. En wat gebeurd? Bijna iedereen koopt een camera of dia’s en zachtjesaan zijn ze ook in onze gezindte volledig geaccepteerd En nu ga ik de IT wereld even in een stroomversnelling zetten: “Mensen dit is zakelijk, je kan er niet meer van tussenuit”. En nu zijn we er zo diep in genesteld, dat hij zegt: ik ga weer eens leven in de bioscoop blazen, en het gebeurt. En naar we vernomen hebben zitten er bijna de helft van onze jongeren regelmatig in de bios. Is hij niet slimslecht??

 

Zo kunnen we nog tal van voorbeelden noemen. Zullen we het doen? Nee! We moeten terugkeren tot de Heere, we moeten vasten, bidden, mediteren, en veel in Gods Woord lezen onder biddend opzien of de Heere ons op onze zondige en wereldse wegen wil stilzetten en bekeren van onze afmakingen en ons Godvergeten. Waar en in welke gezinnen word nog gesproken over Gods Woord en Getuigenis? Moeten we niet allemaal de hand in eigen boezem steken en hem er melaats uithalen? Om te beginnen: waar is het openbare gebed nog s’avonds om een uur of tien? In welk gezin weet men wat vasten is en inhoudt? Waar word er nog eens over het geestelijke en bevindelijke leven gepraat? Waar worden er nog psalmen en geestelijke liederen gezongen? Wie spreekt een ander nog eens aan over het heil van zijn onsterfelijke ziel? Welke predikant waakt er nog als een herder over de onsterfelijke zielen van zijn gemeente of er buiten? Gaat hij ’s avonds in de donker nog wel eens langs de huizen en legt zijn oor aan onze vensters of er nog wel huisgodsdienst word gehouden, zoals het vroeger wel eens voorkwam? En zo niet, mag hij dan bij ons zo binnen stappen? Of zitten we achter een borrel of krant of lezen we een flutboek of luisteren we naar de radio, cd, bandje, tv, video of onze aandelen, bankafschriften en verzekeringspremies? Of het nog wat voordeliger kan dat we nog vlugger rijk zijn? “Nee”, hoor ik er een zeggen, “die troep moet ik niet in mijn huis, maar ik zit aan mijn auto te sleutelen want volgende week moeten we op vakantie en als ik niet op vakantie ben  dan werk ik altijd.” En dat is ook een trend geworden, zo ouderwets mogelijk in de godsdienst en ondertussen een hele week werken, schrapen en met aardse dingen bezig zijn. En om zo mooi mogelijk te schijnen, super orthodox in de leer. En mensen, als nu straks de zeis des doods eens door ons huis maait (en wie weet hoe vlug dat kan) dan moeten we uitroepen en uitschreeuwen we hebben tevergeefs geleefd, en nu is het te laat, we kunnen het nooit meer overdoen. En, laten we het met schroom neerschrijven, we hebben de weg wel geweten maar niet bewandeld en voor ons zal dit een hel in de hel zijn! O, dat we toch terug mochten keren tot de enige en ware God, eer dat het te laat is, want nu kan het nog het is nog het heden der genade; het is nu de welaangename tijd de dag der zaligheid. Maar we zien, als God er niet in mee komt dan blijven we tot onze laatste snik onbekeerd en vreemdeling van de beloften en genade.

 

O, Heer’, zend regen uit de hoogte,

Uw akker splijt van droogte;

Op het kerkhof van Uw kerk!

Wand al die bleke doden,

Die hebben Geest van node,

O, Jezus, toon U sterk!

 

H.W.